Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 13 juli 2011
De vrijstellingen die op grond van de Vrijstellingsregeling dierenwelzijn gelden voor diverse ingrepen bij pluimvee verlopen
per 1 september a.s. In de Voortgangsrapportage over de Nota Dierenwelzijn 2010 die gestuurd is aan uw Kamer op 24 mei jl.
(kamerstuk 28 286, nr. 507) heb ik aangekondigd dat ik op basis van het eindrapport van de Stuurgroep Ingrepen Pluimvee beslis over het wel of niet
verlengen van deze vrijstelling. In deze brief bericht ik u hierover.
Op basis van het Ingrepenbesluit zijn per 1 september 2001 diverse ingrepen bij pluimvee verboden, te weten:
-
– het verkorten van de boven- of ondersnavel bij kippen en kalkoenen jonger dan 10 dagen;
-
– het verwijderen van een deel van de achterste teen bij hanen bestemd voor de vermeerdering in de vleessector en vaccindieren;
-
– het verwijderen van sporen bij hanen bestemd voor de vermeerdering in de vleessector en vaccindieren;
-
– het verwijderen van kammen bij hanen bestemd voor de vermeerdering in de legsector en vaccindieren.
Voor deze ingrepen is in de Vrijstellingsregeling dierenwelzijn een vrijstelling van het verbod verleend. Deze vrijstelling
was aanvankelijk verleend tot september 2006, maar is verlengd tot 1 september 2011.
De reden van de verlenging was dat het intrekken van de vrijstelling het welzijn van het pluimvee ernstig zou schaden en dus
nog te vroeg kwam. Zo zou bij het niet meer mogen toepassen van de meest verrichte ingreep, het snavelbehandelen (het verkorten
van de boven- en ondersnavel) van kippen en kalkoenen in alternatieve huisvestingssystemen en aangepaste kooien, de pikkerij
fors toenemen. Door de grotere groepen leghennen in de alternatieve huisvestingssystemen zijn de gevolgen van agressief pikgedrag
vaak veel groter. Dit leidt tot een groter ongerief bij de legkippen en waarschijnlijk tot een hogere uitval.
De Stuurgroep Ingrepen Pluimvee heeft mij recentelijk een advies gegeven over het verlengen van de vrijstelling. Deze Stuurgroep
is opgericht in 2006 om voorstellen te ontwikkelen voor het op een verantwoorde manier verbieden van ingrepen en om de overheid
te adviseren op dit gebied. De broederijen, de pluimveefokkerijen, het primaire bedrijfsleven en de Dierenbescherming hebben
zitting in de Stuurgroep. Het ministerie van EL&I is adviserend lid. Op basis van een plan van aanpak wordt veel onderzoek
over ingrepen geïnitieerd en begeleid. Het onderzoek, dat verricht is door WUR Livestock Research, betreft onder andere de
oorzaken van de pikkerij.
De Stuurgroep geeft in haar recent uitgebrachte eindrapportage1 aan dat de oplossing om ingrepen veilig en verantwoord achterwege te laten, gezocht moet worden in een combinatie van maatregelen
op de primaire bedrijven (management, huisvesting) en in de fokkerij (het fokken van minder pikkerige kippen). Dit vraagt
meer tijd en onderzoek alsmede een goede kennisoverdracht naar de pluimveehouders. De Stuurgroep geeft aan dat het verbieden
van de ingrepen dit jaar nog steeds ernstige gevolgen zou hebben voor het welzijn van het pluimvee. De Stuurgroep heeft wel
gekeken naar een mildere methode voor de snavelbehandeling als tussenoplossing. Het gaat hierbij om het gebruik van de zogenaamde
infraroodmethode.
Ik deel de analyse van de Stuurgroep. Daarbij acht ik het van belang dat de bedrijven hiermee in de praktijk serieus aan de
slag gaan en dat de voortgang goed wordt gevolgd.
Ik zal de huidige vrijstelling met 10 jaar verlengen en de Vrijstellingsregeling dierenwelzijn hierop aanpassen. De voortgang
van het proces en van de implementatie in de praktijk dient elke 2,5 jaar te worden geëvalueerd. Verder zal ik het gebruik
van de infraroodmethode voor de snavelbehandeling verplicht stellen. Deze methode is minder belastend indien goed uitgevoerd
en wordt al gebruikt voor alle kalkoenen.
Om de komende periode optimaal te benutten zal ik de Stuurgroep verzoeken zijn activiteiten voort te zetten en verdere voorstellen
te ontwikkelen over hoe te komen tot een pluimveehouderij zonder ingrepen binnen 10 jaar, bijvoorbeeld op basis van een nieuw
Plan van Aanpak. Verder verzoek ik de stuurgroep om relevante onderzoeken en praktijkervaringen uit het buitenland hierbij
te betrekken.
De staatssecretaris van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie,
H. Bleker