Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 25 mei 2020
Uw lid de heer Wassenberg (PvdD) heeft verzocht om een brief ter reactie op de uitzending
van 17 oktober 2019 van het programma Keuringsdienst van Waarde (Handelingen II 2019/20,
nr. 16, item 16). Hierbij voldoe ik aan dit verzoek.
In haar uitzending onderzoekt Keuringsdienst van Waarde het gebruik van antibiotica
in de pluimveesector van Nederland. De uitzending laat zien dat de gemiddelde vleeskuikenhouder
structureel coccidiostatica toevoegt aan het voer. Het programma suggereert dat op
deze manier preventief gebruik wordt gemaakt van antibiotica.
Coccidiostatica hebben een antibiotische werking, ze werken antiparasitair, maar worden
niet geschaard onder de categorie antibiotica. Deze middelen zijn opgenomen in Verordening
(EG) 1831/2003 betreffende toevoegingsmiddelen voor diervoeding. Hiermee zijn coccidiostatica
in de Europese Unie geregistreerd als additieven.
Op dit moment wordt de Verordening (EG) 1831/2003 door de Europese Commissie geëvalueerd.
Deze evaluatie kan leiden tot herziening op bepaalde punten. De toelating van coccidiostatica
als additief en het preventief gebruik er van maakt onderdeel uit van deze evaluatie.
Dit kan mogelijk leiden tot aangescherpt beleid. Nederland is van mening dat een gerichter
gebruik dat meer therapeutisch gebaseerd is, en minder systematisch en minder preventief,
belangrijk is. De Nederlandse inzet is om het toelaten van coccidiostatica als additief
periodiek te beoordelen en daarmee tevens druk te houden op het ontwikkelen van alternatieven.
Dit brengt Nederland ook in de EU en bij de Europese Commissie in.
Coccidiostatica worden toegevoegd aan het diervoeder als middel tegen de aandoening
coccidiose, veroorzaakt door infecties met de zeer besmettelijke darmparasiet Eimeria.
Deze parasiet komt op algemene schaal voor bij alle pluimvee, ongeacht de wijze van
houden en mate van hygiëne. Cocciodiose veroorzaakt grote gezondheids- en welzijnsproblemen
bij pluimvee en kan in sommige gevallen zelfs leiden tot de dood. Daarnaast is geen
relatie aangetoond tussen gebruik van coccidiostatica en resistentie tegen de huidig
therapeutisch gebruikte humane en veterinaire antibiotica.
Bij het tot stand komen van de Verordening (EG) 1831/2003 betreffende toevoegingsmiddelen
voor diervoeding was de intentie van de EU om de toelating van coccidiostatica, uit
te faseren als additief. Na onderzoek bleken echter geen goede alternatieven beschikbaar.
En in 2008 concludeerde de EU dat het gebruik van coccidiostatica ter preventie van
coccidiose in de moderne pluimveeproductie van essentieel belang is voor de gezondheid
en het welzijn van de dieren en ze alsnog toe te staan als additief. Als additief
ondergaan deze middelen overigens een uitgebreide toets door de EFSA voordat ze in
de EU worden toegelaten.
Op dit moment zijn er nog geen werkbare alternatieven bekend die toepasbaar zijn voor
hetzelfde doeleinde. Er bestaan wel vaccins tegen coccidiose, maar deze worden niet
toegepast bij vleeskuikens. De levensduur van deze groep dieren is te kort om na toediening
immuniteit op te bouwen en daarom is vaccinatie niet effectief. In 2018 is een PPS
van ForFarmers en de WUR gestart om coccidiose beter beheersbaar te maken door middel
van voer- en managementstrategieën. De resultaten hiervan worden in 2020 verwacht.
De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, C.J. Schouten