26 269
Uitvoering aanbevelingen enquêtecommissie opsporingsmethoden

nr. 3
VOORSTEL VAN HET PRESIDIUM

Aan de leden

's-Gravenhage, 18 november 1998

Het Presidium heeft zich beraden over de brief van 21 oktober van de vaste commissies voor Justitie en voor Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (stuk 26 269 nr. 1). Het Presidium stelt voor om een tijdelijke commissie als bedoeld in artikel 18 van het Reglement van Orde in te stellen met de taak zoals omschreven in de brief van de beide vaste commissies onder 1, 2 en 3. Als de Kamer dit voorstel volgt, zal de Voorzitter het aantal leden van de tijdelijke commissie bepalen op zes, zonder plaatsvervangers, dit ook overeenkomstig het voorstel van de beide vaste commissies.

De Voorzitter zal, in afwijking van het voorstel van de beide vaste commissies, de nieuwe tijdelijke commissie zo spoedig mogelijk nadat de Kamer tot de instelling heeft besloten, uitnodigen voor de constituerende vergadering bedoeld in artikel 26 eerste lid van het Reglement van Orde en daarmee niet wachten tot na het Kerstreces. Het Presidium acht het als precedent onwenselijk om wel te besluiten tot de instelling van een tijdelijke commissie en vervolgens de constituerende vergadering met twee maanden op te schorten. In verband met deze afwijking van het verzoek van de beide vaste commissies, stelt het Presidium voor om de termijn bedoeld in artikel 18 van het Reglement, tweede lid sub b te bepalen niet op vier maanden maar op zes maanden, te rekenen vanaf de constituerende vergadering.

De Voorzitter

De Griffier

Naar boven