24 587 Justitiële Inrichtingen

Nr. 460 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN VEILIGHEID EN JUSTITIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 22 maart 2012

Bij de regeling van werkzaamheden van 14 maart 2012 heeft het lid van uw Kamer Van Toorenburg (CDA) verzocht om een brief over de situatie in justitiële jeugdinrichting (JJI) Den Hey-Acker. Hierbij voldoe ik aan dat verzoek.

Ik geef allereerst een feitenrelaas van het incident dat op 13 maart 2012 heeft plaatsgevonden. Vervolgens ga ik in bredere zin in op de situatie in JJI Den Hey-Acker. Ten slotte ga ik in op de maatregelen die ik tref om de situatie in Den Hey-Acker verder te verbeteren.

Incident 13 maart 2012

Op 13 maart heeft een 18-jarige jongere die op de Individuele Traject Afdeling (ITA) van JJI Den Hey-Acker verbleef, de orde ernstig verstoord. Na misdragingen (rond 16.00 uur) op de ITA-leefgroep door deze jongere (R.) en een andere ITA-jongere (I.), is hen door de groepsleiders van de ITA een «time-out» (verblijf op de kamer gedurende één uur) opgelegd. De jongens weigerden gevolg te geven aan de time-out, ook na herhaaldelijke oproepen van de groepsleiders. Hierop is door de groepsleiding op het alarm gedrukt.

De jongere I. kon hierop met veel moeite in zijn kamer worden ingesloten, maar jongere R. begaf zich naar de ommuurde patio (conform de regels van de ITA is de patiodeur niet afgesloten) die aan de ITA grenst. Daar klom hij op een afdakje waar drie groepsleiders drie kwartier met hem in gesprek zijn geweest om R. te bewegen weer naar beneden te komen. De jongere gaf hieraan geen gevolg en maakte duidelijk «dat hij niets meer te verliezen had, dat hij zijn keuze had gemaakt». Hierop trokken de groepsleiders zich rond 17.00 uur terug op de ITA om R. zodoende de ruimte te geven van het afdakje af te komen en alsnog de time-out te ondergaan. De groepsleiders bleven toezicht houden op de situatie. R. kwam rond 17.20 uur van het afdakje af en begon tegels los te wrikken om daarmee een raam tussen de afdeling en de patio in te slaan. Hierop is 112 gebeld met het verzoek om politiebijstand in afwachting van het Interne Bijstand Team (IBT) van de PI Breda dat even daarvoor was opgeroepen.

Toen R. merkte dat de groepsleiding de deur van de ITA blokkeerde die naar het trappenhuis voerde, heeft hij een deur aan de andere kant van de patio ingetrapt zodat hij toch in het trappenhuis kon komen en op de gangen van de inrichting. Alle andere jongeren van de inrichting waren inmiddels in verband met de veiligheid ingesloten op hun kamer en het personeel was om dezelfde reden gesommeerd zich naar de portiersloge te begeven. De tegen 18.00 uur gearriveerde politie heeft het personeel van de inrichting opdracht gegeven zich buiten het hoofdgebouw op het terrein binnen de omtrekbeveiliging te concentreren en heeft de regie overgenomen. Circa tien medewerkers bleven mede ter ondersteuning van de politie in de «centraalpost» aanwezig. Er is een crisisteam geformeerd door de inrichting dat continue in contact stond met de politie. Het IBT-team arriveerde om 18.40 uur en voegde zich bij de politie en de achtergebleven medewerkers.

R. had zich ondertussen via het trappenhuis toegang verschaft tot de «pupillengang» (waar jongeren normaliter onder toezicht verblijven) door een deur in te trappen. Via deze gang probeerde hij toegang te krijgen tot andere ruimten die normaal gesproken voor jongeren ontoegankelijk zijn. Het lukte hem echter niet ook die deuren te forceren. Via de patio wist hij op het dak te klimmen en via een brandtrap bereikte hij de buitenkant van de kantoorruimten van de school van de inrichting. Door een raam in te gooien kon hij van buitenaf in een lerarenkamer komen. Hij begaf zich weer naar het dak, waar hij rond 22.10 uur is opgepakt door de politie.

Al met al was er sprake van een ernstig incident waarbij een jongere zich gedurende enkele uren in delen van de inrichting heeft kunnen begeven en aanzienlijke schade heeft aangericht. Naast de ingetrapte deuren en ramen heeft R. ook waterschade veroorzaakt door verschillende kranen op de gangen open te zetten. Ondanks de ernst van het gebeurde was er sprake van een gecontroleerde situatie waarbij de veiligheid van de jongeren en het personeel in het optreden van de JJI-medewerkers en de politie voorop heeft gestaan. Op geen enkel moment is de agressie van R. tegen personeel of andere jongeren gericht.

De personele bezetting op de ITA was ten tijde van het incident op orde. Voor drie op de groep aanwezige jongeren waren er vijf medewerkers aanwezig, waarvan vier ervaren groepsleiders die bij het ITA-team behoorden.

Situatie Den Hey-Acker

Individuele Traject Afdeling

Zoals gezegd is het incident ontstaan vanaf de ITA van Den Hey-Acker. Den Hey-Acker is één van de twee JJI’s met zo’n speciale afdeling voor groepsongeschikte PIJ-jongeren. Het gaat om jongeren die niet geschikt zijn om in een gewone leefgroep te functioneren. Vaak is bij deze categorie PIJ-jongeren sprake van een geschiedenis (in de JJI’s) van forse incidenten (en overplaatsingen) die ontwrichtend werken voor het klimaat op een leefgroep. De jongeren hebben zo ook negatieve invloed op de ontwikkeling van groepsgenoten. Op de ITA worden deze jongeren – die behoren tot de zwaarste doelgroep in de JJI’s – individueel benaderd en behandeld binnen een normaal beveiligde setting. Zoals ik reeds heb toegelicht in het mondelinge vragenuur van 6 maart 2012 naar aanleiding van berichtgeving in de media over eerdere incidenten (in februari 2012) op de ITA in Den Hey-Acker gaat het om jongeren met ernstige persoonlijkheidsproblematiek die tot uiting komt in autoriteits- en agressieproblemen, een beperkte gewetensontwikkeling, manipulatief gedrag en een zeer lage behandelmotivatie. Belangrijk is de wijze waarop op de ITA met incidenten wordt omgegaan en de manier waarop het ongewenste gedrag van de jongeren gedurende de behandeling wordt tegengegaan.

Conform inrichtingsbeleid worden alle incidenten geëvalueerd en worden de bevindingen besproken in het managementteam. Na de incidenten in februari is geconcludeerd dat het personeel adequaat heeft opgetreden. Ook nu is er geen aanleiding anders te concluderen.

Incidenten houden geen verband met «personele problemen»

In de media wordt de suggestie gewekt dat de recente incidenten op de ITA verband houden met «onrust bij het personeel» alsmede «gebrek aan communicatie van de directie», «structurele onderbezetting van personeel» en andere kwalificaties over de personele en organisatorische gang van zaken in Den Hey-Acker. Zoals ik uw Kamer tijdens het mondelinge vragenuur van 6 maart jongstleden heb laten weten, zijn veel van die kwalificaties niet correct. Zo heb ik toegelicht dat er de afgelopen periode geen sprake was van onderbezetting maar juist van boventalligheid van personeel als gevolg van de krimp in de operationele capaciteit van Den Hey-Acker. De opmerkingen die dienaangaande in de media zijn gemaakt door een vertegenwoordiger van Abvakabo FNV zijn dan ook feitelijk onjuist.

Ook de suggestie dat genoemde incidenten op de ITA gerelateerd zijn aan personele en organisatorische problemen, is onjuist. Zowel bij de incidenten in februari als bij het incident van 13 maart jongstleden, was er sprake van een adequate bezetting door ervaren groepsleiders die bovendien hebben opgetreden zoals van hen kan worden verwacht. Maar ook professioneel optreden van JJI-personeel zal helaas niet te allen tijde kunnen voorkomen dat deze jongeren zich (ernstig) misdragen gedurende hun verblijf op de ITA.

Buitengebruikstelling locatie de Ley en reorganisatie

Bovenstaande neemt niet weg dat Den Hey-Acker een moeilijke periode achter de rug heeft als gevolg van de uitvoering van het Capaciteitsplan JJI1 dat voor Den Hey-Acker de buitengebruikstelling van locatie De Ley (Vught) én een daling van de operationele capaciteit van locatie Breda betekende. De grote krimp en de daarvoor benodigde reorganisatie was een zware opgave voor Den Hey-Acker waarbij veel medewerkers – met ondersteuning vanuit de JJI – op zoek moesten naar een andere functie binnen en buiten de justitieorganisatie.

Bij de buitengebruikstelling van De Ley in maart 2011 is het personeel van die locatie overgegaan naar de locatie Breda die open bleef. Zo’n «samensmelting» van twee groepen medewerkers is niet eenvoudig, te meer omdat in dit geval sprake was van flinke cultuurverschillen tussen de groep medewerkers uit De Ley en de medewerkers uit Breda.

Die cultuurverschillen hangen samen met de geschiedenis van beide locaties. De Ley – gesitueerd op het terrein van een penitentiaire inrichting in Vught – is eind jaren »90 als JJI in gebruik genomen ten tijde van boventalligheid bij het gevangeniswezen. Het personeel van De Ley bestond mede daardoor uit relatief veel personeel afkomstig van het gevangeniswezen, dat meer «beheersmatig» is ingesteld dan de van oudsher meer pedagogisch ingestelde medewerkers van de locatie Breda. Ook de bestemmingen van beide locaties waren verschillend. In De Ley verbleven vooral jongeren met preventieve hechtenis (bestemming: opvang) terwijl de locatie Breda na 2002 als behandelinrichting fungeerde.

In de reorganisatie die volgde op de buitengebruikstelling van De Ley in maart 2011 hebben relatief veel hoogopgeleide, jongere medewerkers die in Breda werkten de organisatie moeten verlaten en zijn nieuwe teams samengesteld. De samenvoeging van twee groepen medewerkers met een verschillende «werkcultuur», het vertrek van veel medewerkers vanwege boventalligheid en de totstandkoming van nieuwe teams heeft tijd en energie gekost. In 2011 is in dit kader een onderzoek verricht door Ordina. De aanbevelingen van Ordina, gericht op een verbetering van de communicatie tussen directie en werkvloer, zijn integraal overgenomen en besproken met de medewerkers van Den Hey-Acker.

Inmiddels is de reorganisatie van Den Hey-Acker op 15 februari jongstleden afgerond. Sinds 1 januari 2012 is onder de algemeen directeur ook een pedagogisch directeur aangesteld om de kwaliteit van behandeling en bejegening in Den Hey-Acker verder te versterken.

Slot

Naar aanleiding van het incident van 13 maart jongstleden zal – naast de gebruikelijke interne evaluatie door Den Hey-Acker – het Bureau Veiligheid en Integriteit van de Dienst Justitiële Inrichtingen een onderzoek instellen naar de gang van zaken. Daarbij zal ook de vraag aan de orde gesteld worden of gezien de specifieke ITA-doelgroep extra gebouwelijke beveiligingsmaatregelen noodzakelijk zijn.

Betrokkene R. is tijdelijk elders geplaatst. Hij zal nadien niet naar Den Hey-Acker terugkeren maar in een andere JJI worden geplaatst.

Het directieteam van Den Hey-Acker wordt tijdelijk versterkt met een verandermanager om het verbetertraject waarin de inrichting zich – kort na de reorganisatie – bevindt, verder te versnellen en te borgen.

De Inspectie voor de Sanctietoepassing (ISt) zal – conform planning – in juni 2012 een doorlichtingsonderzoek van JJI Den Hey-Acker uitvoeren.

De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, F. Teeven


X Noot
1

Kamerstukken II 2010/11, 24 587, nr. 403.

Naar boven