24 515 Preventie en bestrijding van stille armoede en sociale uitsluiting

Nr. 572 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 16 november 2020

Ik informeer u, mede namens de Minister voor Rechtsbescherming, over maatregelen die zorgen dat mensen met schulden beter en sneller hulp krijgen. We doen dat door bestaande knelpunten in de uitvoering op te lossen. De meest in het oog springende maatregelen zijn:

  • een verplichte reactietermijn voor schuldeisers bij vrijwillige (minnelijke) schuldhulpverlening;

  • eenvoudigere toegang tot de schuldsanering door de rechter (Wet schuldsanering natuurlijke personen).

Het kabinet zoekt bij de aanpak van de schuldenproblematiek altijd naar een balans tussen verschillende belangen. Mensen zijn verantwoordelijk voor het betalen van hun rekeningen en het aflossen van eventuele schulden. Maar als iemand met geen mogelijkheid betalingsachterstanden kan inlopen, is dat een probleem voor alle betrokkenen met grote maatschappelijke en economische gevolgen.

We moeten zorgen dat de voorzieningen voor mensen met schulden goed toegankelijk zijn, zodat de hulp terecht komt bij wie het nodig heeft. De aansluiting tussen de minnelijke schuldhulpverlening en de wettelijke schuldsanering is daarvoor van groot belang. Dat bleek uit het onderzoek: «Aansluiting gezocht! Verkenning aansluiting minnelijke schuldhulpverlening en de wettelijke schuldsanering».1 Welke verbeteringen nu nodig zijn, staat helder beschreven in een drietal rapporten van Bureau Bartels, de Raad voor de Rechtsbijstand (Bureau Wsnp) en de Nationale ombudsman. Met de oplossingen die deze rapporten aandragen, gaan we nu aan de slag.

Schuldenaren en de hulpverleners die hen bijstaan, zijn afhankelijk van de medewerking van de kleine en grote schuldeisers die nog geld tegoed hebben. Vaak komt het tot een oplossing, maar als maar één schuldeiser niet reageert, vertraagt dat de hulpverlening enorm. Een verplichte reactietermijn kan vertraging helpen voorkomen. Dat is belangrijk voor de motivatie van een cliënt en om uitval bij schuldhulpverlening te voorkomen. Maar het is ook belangrijk voor de overige schuldeisers, die wel tijdig hebben gereageerd. Ik bereid daarom een wetsvoorstel voor waarmee schuldeisers een maximale reactietermijn krijgen om informatie te geven over openstaande schulden en om aan te geven of zij meewerken aan oplossing van de schulden. Dat geeft duidelijkheid aan burgers, hulpverleners en schuldeisers. De wettelijke reactietermijn houdt geen meewerkplicht voor schuldeisers in. Daarover beslist de rechter.

Als echt geen minnelijke oplossing voor de schulden in zicht is, kan de rechter uitkomst bieden door toegang tot de Wet schuldsanering natuurlijk personen (Wsnp). Dat slaagt alleen als de Wsnp goed toegankelijk is. De Minister voor Rechtsbescherming bereidt daarom een wetsvoorstel voor dat mensen met schulden in bepaalde gevallen eenvoudiger toegang geeft tot de Wsnp. Het voorstel zal de termijn van de «goede trouw-toets» (ten aanzien van het ontstaan en onbetaald laten van zijn schulden) in de Wsnp verkorten van vijf naar twee jaar. Ook wordt de afwijzingsgrond betreffende de tienjaartermijn in de Wsnp facultatief. Die maatregel zorgt ervoor dat schuldenaren niet per definitie worden afgewezen als zij binnen tien jaar opnieuw een toelatingsverzoek indienen.

In de bijlagen2 bij deze brief ga ik in detail op de maatregelen in aan de hand van de drie eerder toegezegde rapporten. Ik licht in de bijlagen ook de uitvoering van een aantal moties en toezeggingen toe.3

  • Bijlage I: De medewerking van schuldeisers aan minnelijke schuldregelingen is in opdracht van het Ministerie van SZW onderzocht door Bureau Bartels.

  • Bijlage II: De Minister voor Rechtsbescherming heeft Bureau Wsnp van de Raad voor Rechtsbijstand gevraagd een quick scan uit te voeren naar de toegankelijkheid van de Wsnp.

  • Bijlage III: De Nationale ombudsman bracht een rapport uit: «Hindernisbaan zonder finish, Een onderzoek naar knelpunten in de toegang tot de Wet schuldsanering natuurlijke personen».

Met de Brede schuldenaanpak en het regeerakkoord is veel in gang gezet om problematische schulden op te lossen.4 De voorbereiding van de in de brief behandelde rapporten en de aangekondigde maatregelen begon dan ook voor de coronacrisis, maar de coronacrisis vraagt juist nu om forse extra inzet. Ik informeerde u al over de noodzakelijke intensivering van de armoede- en schuldenaanpak.5 Samen met de maatregelen in deze brief willen we de toename van schulden en armoede als gevolg van de coronacrisis het hoofd bieden.

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, B. van 't Wout


X Noot
1

Kamerstuk 24 515, nr. 492.

X Noot
2

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl

X Noot
3

Kamerstuk 24 515, nr. 442

Kamerstuk 24 515, nrs. 514, 515, 520 en 544

Kamerstuk 35 300 XV, nrs. 40 en 60

Kamerstuk 35 570, nr. 21

X Noot
4

Kamerstuk 24 515, nr. 533

X Noot
5

Kamerstuk 24 515, nr. 569

Naar boven