23 235 Thuiszorg en wijkverpleging

Nr. 186 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 17 oktober 2019

Uw Kamer heeft vooruitlopend op een debat over Privazorg verzocht om een brief over deze casus waarin ik tevens inga op de vraag hoe dergelijke constructies in de toekomst kunnen worden voorkomen (Handelingen II 2018/19, nr. 90, item 11). Hierbij voldoe ik aan dit verzoek.

Samengevat kom ik tot de volgende conclusies:

  • Bij Privazorg worden onder toeziend oog van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) maatregelen genomen om de situatie te verbeteren.

  • De misstanden bij Privazorg onderstrepen de noodzaak voor aanvullende maatregelen om het interne en externe toezicht op integere en professionele bedrijfsvoering te versterken en om voorwaarden te stellen aan dividenduitkering in de extramurale zorg.

  • Daarnaast is het van belang dat toezichthouders een goede wettelijke basis hebben om informatie met elkaar te kunnen delen.

Privazorg

Goed bestuur en intern toezicht bij een zorginstelling zijn belangrijke randvoorwaarden voor het leveren van goede zorg en de continuïteit daarvan. Uit onderzoek van de IGJ blijkt dat bij Privazorg aan deze randvoorwaarden niet wordt voldaan. Bij Privazorg is een complexe structuur aan bv’s en stichtingen gecreëerd. Interne en externe toezichthouders hadden geen zicht meer op de geldstromen binnen de organisatie. Door het gebrek aan intern toezicht en door belangenverstrengeling binnen een intransparante organisatie wordt het risico groot dat er zorggeld wordt onttrokken en dat de constructies niet bijdragen aan de maatschappelijke doelstelling van het leveren van goede zorg. De IGJ constateert bovendien dat de organisatie-inrichting binnen Privazorg niet voldoet aan de vereisten uit de Governancecode Zorg. De IGJ en de rechter hebben eerder dit jaar vooralsnog voorkomen dat er € 12 miljoen aan een dochtermaatschappij van Privazorg zou worden onttrokken. De IGJ heeft dit voorjaar een uitgebreid rapport uitgebracht over haar onderzoek dat in 2018 en 2019 heeft plaatsgevonden en betrekking had op Privazorg in de periode 2013–20191. De IGJ concludeert daarin dat het niet heeft kunnen vaststellen of met de herstructurering in 2013 middelen oneigenlijk aan de zorg zijn onttrokken. Privazorg levert namelijk ook kraamzorg en thuiszorg, waarop geen winstuitkeringsverbod rust.

Maatregelen

Excessen zoals in deze casus leiden niet tot een doelmatige besteding van zorggeld en zijn daarmee onwenselijk. Ik werk dan ook aan wetgeving met maatregelen om het interne en externe toezicht op integere en professionele bedrijfsvoering te versterken en om voorwaarden te stellen aan dividenduitkering in de extramurale zorg. Aan het einde van het jaar wordt uw Kamer geïnformeerd over de verdere invulling van deze wetgeving. Desalniettemin zal ik, conform uw verzoek, mijn voornemens voor wettelijke maatregelen in de volgende alinea’s afzetten tegen deze casus, om te bezien of dergelijke situaties in de toekomst voorkomen kunnen worden.

Maatregelen gericht op transparante, integere en professionele bedrijfsvoering

Bij Privazorg ontbrak het aan waarborgen voor een transparante, integere en beheerste bedrijfsvoering. Het intern toezichthoudend orgaan had geen zicht op de gehele organisatie en er was sprake van belangenverstrengeling. Zoals ik heb toegelicht in de beleidsreactie op de signalering van de IGJ en de NZa bij hun onderzoek naar Zorggroep Alliade, wil ik zowel het interne als het externe toezicht versterken, opdat de integere en professionele bedrijfsvoering binnen zorgaanbieders beter zijn gewaarborgd.2 In het uitvoeringsbesluit Wet toelating zorginstellingen (WTZi) en in de Wet toetreding zorgaanbieders (Wtza) is reeds de eis van een onafhankelijk intern toezichthouder opgenomen. De intern toezichthouder vormt een belangrijke tegenmacht binnen een zorgorganisatie. Het orgaan ziet erop toe dat het beleid binnen de organisatie bijdraagt aan de maatschappelijke doelstelling. In de Governancecode Zorg zijn enkele nadere bepalingen opgenomen over belangenverstrengeling en de interne toezichthouder, bijvoorbeeld over de samenstelling, positionering en het functioneren van de interne toezichthouder. Met een wettelijke verankering en eventuele aanscherping van deze eisen wil ik het interne toezicht versterken en het externe toezicht een wettelijke basis geven om op de governance in te grijpen, nog voordat er een risico voor de kwaliteit van zorg optreedt. Voor een zo efficiënt mogelijk toezicht op de bedrijfsvoering van alle zorgaanbieders onderzoek ik bovendien of een uitbreiding van wettelijke grondslagen behulpzaam kan zijn voor versteviging van de informatiepositie van de IGJ en de NZa.

Randvoorwaarden voor dividenduitkering in de extramurale zorg

Zoals gezegd hebben de IGJ en de rechter vooralsnog kunnen voorkomen dat er € 12 miljoen aan een dochteronderneming van Privazorg onttrokken zou worden. Dit zou gebeuren, terwijl dit bedrag een groot deel van het eigen vermogen besloeg en de organisatie verlies leed. Hoewel de onttrekking van de € 12 miljoen voor nu is voorkomen, is er in de loop der jaren mogelijk zorggeld weggevloeid uit de organisatie. De verschillende toezichthouders hebben niet vast kunnen stellen dat dit op onrechtmatige wijze is gebeurd, mede omdat Privazorg ook kraamzorg en thuiszorg levert. Op dit moment zijn er in de extramurale zorg slechts beperkte voorwaarden aan het uitkeren van dividend. Deze casus laat mede zien dat het noodzakelijk is hier verandering in te brengen. Ik bereid wetgeving voor die nadere voorwaarden verbindt aan dividenduitkering in de extramurale zorg.

Bij deze voorvoorwaarden kan worden gedacht aan de financiële gezondheid (bv. solvabiliteit), de kwaliteit van zorg, de governance en de termijn waarbinnen dividend mag worden uitgekeerd.

Delen van informatie tussen toezichthouders

In deze casus is tevens de vraag gerezen waarom relevante gegevens voor toezichthoudende overheidsorganen in de zorg, niet met hen zijn gedeeld door een ander overheidsorgaan (in dit geval de Belastingdienst) en er daardoor niet eerder is ingegrepen. Het ontbrak de Belastingdienst destijds aan een wettelijke basis om informatie te delen. In 2007 was het enkel mogelijk om een fiscaal delict te melden aan specifieke andere overheidsinstanties met inachtneming van de Aanmeldings-, Transactie- en Vervolgingsrichtlijnen3 voor fiscale delicten en douanedelicten. Sinds november 2016 is er echter het Informatie Knooppunt Zorgfraude (IKZ). Het IKZ is een samenwerking van de Belastingdienst (inclusief FIOD), het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ), de IGJ, de Inspectie SZW (ISZW), de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa), het Openbaar Ministerie (OM), de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) en Zorgverzekeraars Nederland (ZN). Het IKZ beoogt de integriteit van de zorgsector verder te versterken. Het doel is om via het combineren van informatie de IKZ-partners in staat te stellen fraude in de zorg effectiever aan te pakken. Binnen het IKZ kunnen partijen informatie uitwisselen binnen de kaders van wet- en regelgeving daarvoor. Het uitwisselen van gegevens via het IKZ stuit nu echter nog op knelpunten. Er zijn niet altijd wettelijke grondslagen aanwezig om onderling gegevens te verstrekken, waardoor de (informatie-)achterstand op frauderende partijen in stand blijft. Daarom bereid ik het Wetsvoorstel bevorderen samenwerking en rechtmatige zorg (Wbsrz) voor, waardoor onder andere toezichthouders signalen over fraude beter uit gaan wisselen zodat zij, ieder vanuit hun eigen rol en verantwoordelijkheid, fraude beter kunnen opsporen en aanpakken. Deze casus onderstreept het belang van goede uitwisseling van informatie. Het streven is dit wetvoorstel begin 2020 aan de Tweede Kamer te verzenden.

Conclusie

Op de korte termijn zijn verschillende maatregelen getroffen om de situatie bij Privazorg te verbeteren. Privazorg staat onder verscherpt toezicht van de IGJ. De IGJ heeft in het verscherpt toezicht geëist dat de statuten en reglementen moeten voldoen aan de Governancecode Zorg. Onderdeel hiervan is dat voorafgaand aan dividenduitkering zorgvuldige besluitvorming dient plaats te vinden. Op voordracht van de Ondernemingskamer zijn drie nieuwe bestuurders aangesteld die dit gaan realiseren. De leden van het voormalige bestuur zijn niet meer betrokken bij Privazorg. Om deze situaties in de toekomst te voorkomen bereid ik wetgeving voor met maatregelen om het interne en externe toezicht op integere en professionele bedrijfsvoering te versterken en om voorwaarden te stellen aan dividenduitkering in de extramurale zorg.

In afwachting van die wetgeving werken de IGJ en NZa reeds intensiever samen op het vlak van integere bedrijfsvoering en hebben gezamenlijk het programma Toezicht Integere Bedrijfsvoering ingericht.

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, H.M. de Jonge


X Noot
1

Het volledige rapport is te raadplegen op de site van de IGJ: https://www.igj.nl/actueel/nieuws/2019/06/18/verscherpt-toezicht-voor-privazorg-aangevuld

X Noot
2

Kamerstuk 23 235, nr. 179.

Naar boven