22 112 Nieuwe Commissievoorstellen en initiatieven van de lidstaten van de Europese Unie

Nr. 1287 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN BUITENLANDSE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 19 december 2011

Overeenkomstig de bestaande afspraken heb ik de eer u hierbij drie fiches aan te bieden die werden opgesteld door de werkgroep Beoordeling Nieuwe Commissievoorstellen (BNC).

Fiche 1: Mededeling «kleine ondernemingen in een grote wereld» – internationalisering van het MKB (kamerstuk 22 112, nr. 1286)

Fiche 2: Verordening actieprogramma FISCUS 2014–

Fiche 3: Verordening consumentenprogramma 2014–2020 (Kamerstuk 22 112, nr. 1288)

De staatssecretaris van Buitenlandse Zaken,

H. P. M. Knapen

Fiche: Verordening actieprogramma FISCUS 2014–2020

1. Algemene gegevens

Titel voorstel: Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een actieprogramma voor belastingen en douane in de Europese Unie voor de periode 2014–2020 (FISCUS) en tot intrekking van Beschikkingen nr. 1482/2007/EG en nr. 624/2007/EG.

Datum Commissiedocument: 9 november 2011

Nr. Commissiedocument: COM(2011) 706

Prelex: http://ec.europa.eu/prelex/detail_dossier_real.cfm?CL=nl&DosId=201011

Nr. Impact Assessment Commissie en Opinie Impact Assessment Board: Het impact assessment is gericht geweest op de huidige afzonderlijke samenwerkingsprogramma’s Douane 2013 en Fiscalis 2013 en niet op de samenvoeging daarvan.

Behandelingstraject Raad: Ecofinraad

Eerstverantwoordelijk ministerie: Ministerie van Financiën

Rechtsbasis, besluitvormingsprocedure Raad, rol Europees Parlement, gedelegeerde en/of uitvoeringshandelingen:

  • a) a) Rechtsbasis

    Artikel 33 VWEU (douane)

    Artikel 114 VWEU (belastingen)

  • b) Besluitvormingsprocedure Raad en rol Europees Parlement

    Gewone wetgevingsprocedure: gekwalificeerde meerderheid Raad en medebeslissingsrecht EP (art. 294 VWEU)

2. Samenvatting BNC-fiche

De voorgestelde verordening zal de samenwerking tussen de administraties van de belasting en douane en andere betrokken partijen ondersteunen. Het wordt een vervolgprogramma voor de reeds bestaande samenwerkingsprogramma’s Douane 2013 en Fiscalis 2013, die beide op 31 december 2013 aflopen. De ondersteuning voor de samenwerking op het gebied van belastingen en douane in de Unie zal op twee thema’s worden gebaseerd: networking en competentieontwikkeling enerzijds en IT-capaciteitsopbouw anderzijds.

De grootste meerwaarde van het programma ligt in de versterking van de capaciteit van de lidstaten om inkomsten te genereren en de complexer wordende handelsstromen te beheersen, terwijl de kosten voor de ontwikkeling van de daarvoor vereiste instrumenten worden verlaagd. Voor de uitvoering van het programma wordt voor de totale periode een budget van 777,6 miljoen euro (lopende prijzen) voorgesteld. Nederland vraagt zich af waarom gekozen is voor een verordening en niet voor 2 losse besluiten. Daarnaast vindt Nederland het voorgestelde budget voor dit programma te hoog.

3. Samenvatting voorstel

Met de verordening doet de Commissie voor de periode 2014–2020 een voorstel voor het programma FISCUS dat de samenwerking tussen administraties van de belasting en douane en andere betrokken partijen zal ondersteunen. Het wordt een vervolgprogramma voor de reeds bestaande samenwerkingsprogramma’s Douane 2013 en Fiscalis 2013, die beide op 31 december 2013 aflopen. De ondersteuning voor de samenwerking op het gebied van belastingen en douane in de Unie zal op twee thema’s worden gebaseerd: networking en competentieontwikkeling enerzijds en IT-capaciteitsopbouw anderzijds.

In het kader van het eerste thema zullen best practices en praktische kennis kunnen worden uitgewisseld tussen de lidstaten en andere landen die aan het programma deelnemen. Onder het tweede thema zal worden voorzien in middelen voor de financiering van geavanceerde IT-infrastructuur en -systemen die de belasting- en douanediensten in de Unie in staat zullen stellen zich te ontwikkelen tot volwaardige e-overheden.

De grootste meerwaarde van het programma ligt in de versterking van de capaciteit van de lidstaten om inkomsten te genereren en de complexer wordende handelsstromen te beheersen, terwijl de kosten voor de ontwikkeling van de daarvoor vereiste instrumenten worden verlaagd. Voor de uitvoering van het programma wordt voor de totale periode een budget van 777,6 miljoen euro (lopende prijzen) voorgesteld.

4. Bevoegdheidsvaststelling en subsidiariteits- en proportionaliteitsoordeel

  • a) De Commissie baseert haar voorstel op artikel 33 VWEU (douane) en artikel 114 VWEU (belastingen). Het kabinet kan zich vinden in deze rechtsgrondslag, zij het dat ook een verwijzing naar artikel 87 VWEU op zijn plaats is. Dit artikel ziet op de strafrechtelijke samenwerking tussen douanediensten, in het bijzonder op de uitwisseling van gegevens en de opleiding van personeel. Daar ziet ook dit voorstel op. Het toevoegen van artikel 87 VW is goed te combineren met de overige artikelen.

  • b) Subsidiariteits- en proportionaliteitsoordeel.

    Subsidiariteit: op het deel van het voorstel dat ziet op de douane-unie is het subsidiariteitsbeginsel niet van toepassing; dat is een exclusieve bevoegdheid van de EU (artikel 3 lid 1a VWEU). Voor wat betreft het deel van het voorstel dat ziet op belastingen is het oordeel van het kabinet wat betreft subsidiariteit positief. Voor een efficiënte tenuitvoerlegging van de EU- en de nationale belastingwetgeving zijn samenwerking en coördinatie op Europees niveau noodzakelijk. Genoemd programma is daarom in overeenstemming met het subsidiariteitsbeginsel.

    Proportionaliteit: Nederland is van mening dat de proportionaliteit negatief is: het voorgestelde budget is te hoog en Nederland heeft voorkeur voor twee losse programma’s in plaats van bundeling in 1 verordening. Verder is dit voorstel wel proportioneel, de voorgestelde inhoud staat in beginsel in verhouding tot het na te streven doel.

5. Financiële implicaties, gevolgen voor regeldruk en administratieve lasten

  • a) Consequenties EU-begroting:

    Het voor het programma FISCUS voorgestelde budget voor de jaren 2014–2020 is 777,6 miljoen euro in lopende prijzen (690 miljoen euro in constante prijzen 2011). Nederland vindt dit te hoog.

  • b) Financiële consequenties (incl. personele) voor rijksoverheid en/ of decentrale overheden: geen

  • c) Financiële consequenties (incl. personele) voor bedrijfsleven en burger: geen

  • d) Gevolgen voor regeldruk/administratieve lasten voor rijksoverheid, decentrale overheden, bedrijfsleven en burger: geen

6. Implicaties juridisch

  • a) Consequenties voor nationale en decentrale regelgeving en/of sanctionering beleid (inclusief toepassing van de lex silencio positivo): geen

  • b) Datum inwerkingtreding van 1 januari 2014 is haalbaar.

  • c) Wenselijkheid evaluatie-/horizonbepaling: de verordening voorziet in een tussentijdse (medio 2018) en eindevaluatie (2021) van het Fiscus programma.

7. Implicaties voor uitvoering en handhaving

  • a) Uitvoerbaarheid: n.v.t.

  • b) Handhaafbaarheid: n.v.t.

8. Implicaties voor ontwikkelingslanden

geen

9. Nederlandse positie

Nederland kan het vervolg van de beide bestaande programma’s Douane 2013 en Fiscalis 2013 ondersteunen en is van mening dat deze een goede bijdrage leveren aan de doelstellingen van de EU. Belasting- en douanevraagstukken zijn twee onderscheiden beleidsterreinen. Er zijn evenwel in het voorstel geen duidelijke argumenten voor samenvoeging van de twee programma’s. Bovendien is de douane-unie een exclusieve bevoegdheid van de EU en behoren belastingen tot de nationale bevoegdheden van de lidstaten. Dit onderscheid is ook zichtbaar in het nieuwe programma FISCUS. Nederland geeft de voorkeur aan twee losstaande programma’s en zal zich daarvoor uitspreken. Indien een grote meerderheid van lidstaten echter voorstander is van samenvoeging, dan is dat voor Nederland acceptabel.

Met de juridische grondslag van het voorstel kan worden ingestemd, ofschoon ook een verwijzing naar art. 87 VWEU op zijn plaats was geweest. Voor de besluitvormingsprocedure heeft dat echter geen consequenties. Verder vraagt Nederland zich af of niet kan worden volstaan met afzonderlijke besluiten in plaats van een verordening.

Het voor het programma FISCUS voorgestelde budget voor de jaren 2014–2020 is 777,6 miljoen euro (lopende prijzen) en is hoger dan de gezamenlijke budgetten van de huidige programma’s Douane 2013 en Fiscalis 2013 (tezamen voor de periode 2008–2013 481 miljoen euro). Nederland vindt het voorgestelde budget voor dit programma te hoog. Naar verwachting zullen ook andere lidstaten zich kritisch uitspreken over het budget.

De verordening maakt voor wat betreft de financiële aspecten integraal onderdeel uit van de onderhandelingen over het Meerjarig Financieel Kader (MFK) 2014–2020. Nederland hecht eraan dat besprekingen over de verordening niet vooruitlopen op de integrale besluitvorming betreffende het MFK. De beleidsmatige inzet van Nederland bij de vormgeving van de verordening zal ondersteunend moeten zijn aan de Nederlandse inzet in de MFK-onderhandelingen, te weten een substantiële vermindering van de Nederlandse afdrachten aan de EU en een hervormde begroting die is toegespitst op de prioriteiten van dit decennium. Binnen dit kader blijft vanzelfsprekend de ruimte bestaan om op de inhoud actief in te spelen op het verloop van de onderhandelingen.

Naar boven