21 501-02 Raad Algemene Zaken en Raad Buitenlandse Zaken

Nr. 1072 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 15 juni 2011

Graag bied ik u hierbij de halfjaarlijkse rapportage aan van de hoofdaanklager van het Joegoslavië-tribunaal (ICTY), de heer Brammertz, aan de VN-veiligheidsraad.1 Het betreft zowel zijn schriftelijke rapport als zijn mondelinge presentatie daarvan op maandag 6 juni jongstleden in de VN-Veiligheidsraad.

In zijn schriftelijke rapport, opgesteld voordat Ratko Mladic werd gearresteerd, uit de heer Brammertz zich kritischer dan voorheen over de inspanningen van Servië om de resterende voortvluchtigen te arresteren. In zijn mondelinge toelichting ziet hij geen aanleiding deze kritiek te laten vallen. Hij meldt dat Servië zeer recentelijk enkele van zijn aanbevelingen actief heeft overgenomen en dat het land met de arrestatie van Mladic aan een belangrijke verplichting jegens het Tribunaal heeft voldaan. Tegelijkertijd wijst de heer Brammertz erop dat één aangeklaagde (Hadzic) nog immer voortvluchtig is, en spoort hij Servië aan alles in het werk te stellen om deze persoon zo snel mogelijk aan te houden.

Servië dient te voldoen aan alle voorwaarden die de EU heeft vastgesteld in haar verscherpte uitbreidingsstrategie van december 2006. In dat verband dient eerst het «avis» (opinie) van de Europese Commissie over de Servische EU-toetredingsaanvraag, dat in oktober a.s. zal verschijnen, te worden afgewacht.

De minister van Buitenlandse Zaken,

U. Rosenthal


X Noot
1

Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer.

Naar boven