Vragen van het lid Claassen (Groep Markuszower) aan de Ministers van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over fraude met stages en EVC-certificaten in zorgopleidingen. (ingezonden 23 juli 2026).

Antwoord van Minister Sterk (Langdurige Zorg, Jeugd en Sport), mede namens de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (ontvangen 23 september 2026).

Vraag 1

Bent u bekend met de berichtgeving over zogeheten «aftekenstages» in mbo-zorgopleidingen, waarbij studenten praktijkopleiders betalen om stage-uren af te tekenen zonder daadwerkelijk aanwezig te zijn geweest op de stageplek?1

Antwoord 1

Ja.

Vraag 2

Kunt u aangeven hoeveel gevallen van aftekenstages en vergelijkbare stagefraude er sinds het verkennend onderzoek van de Inspectie van het Onderwijs en de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) van juni 2024 zijn geconstateerd, uitgesplitst per opleidingsniveau en -richting?

Antwoord 2

Het is niet bekend om hoeveel gevallen het gaat. Er is geen centrale registratie. De Inspectie van het Onderwijs geeft aan dat meerdere mbo-instellingen – zowel bekostigd als niet-bekostigd – stagefraude hebben geconstateerd, maatregelen hebben genomen, en checks-and-balances in het stagebeleid hebben versterkt. De betreffende instellingen hebben hierover intensief contact met elkaar en wisselen ervaringen mbo-breed uit, wat bijdraagt aan de verspreiding van goede praktijken en fraudebewustzijn op het gebied van stages. Ook de MBO Raad en de Nederlandse Raad voor Training en Opleiding (NRTO) zijn actief betrokken. De Inspectie van het Onderwijs heeft onderzoek gedaan hoe diplomafraude tot stand kan komen via stages en examinering2.

Vraag 3

Deelt u de zorg dat door deze vorm van fraude ongekwalificeerde personen met een mbo-diploma aan de slag kunnen gaan in de zorg, met directe risico’s voor de veiligheid van kwetsbare patiënten zoals ouderen en mensen met een beperking? Zo ja, welke aanvullende maatregelen bent u voornemens te nemen?

Antwoord 3

Ja, wij delen deze zorg. Het is onacceptabel dat personen via welke vorm van fraude dan ook (stage-, evc- of diplomafraude) aan de slag gaan met kwetsbare patiënten. Het kunnen individuele personen zijn die dit doen, maar het kunnen ook geraffineerde criminele netwerken zijn die moeilijk aan te pakken zijn. Wij maken ons hier veel zorgen om.

In de Kamerbrief van 8 juni jl. over fraudebestrijding in de zorg staan de stappen die vanuit het Ministerie van VWS worden genomen3. Met de middelen uit het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA) wil het kabinet, samen met alle betrokken partners, de aanpak van zorgfraude substantieel versterken.

Zorgfraude kun je niet met één maatregel of door één partij laten oplossen. Daarom komt het kabinet samen met alle betrokken partijen met een samenhangend pakket aan maatregelen om zorgfraude harder aan te pakken. Het gaat dan om: strengere toetsing aan de poort om te voorkomen dat malafide zorgaanbieders in de zorg actief worden, versterking van de bestuurs- en strafrechtelijke operatie door substantiële capaciteitsuitbreiding, het verder verbeteren van de gegevensuitwisseling tussen ketenpartners, meer daadkracht in de uitvoering, door maximaal gebruik te maken van bestaande bevoegdheden en maatschappelijke verantwoording van de resultaten van de aanpak.

Vraag 4

Welke concrete voortgang is geboekt met de aanbevelingen uit het rapport «Er is meer aan de hand» (juni 2024) en de daaropvolgende Kamerbrief, met name ten aanzien van de bevoegdheden van de Samenwerkingsorganisatie Beroepsonderwijs Bedrijfsleven (SBB) en de erkenningscriteria voor leerbedrijven?

Antwoord 4

In het rapport «Er is meer aan de hand» van de Inspectie Gezondheidzorg & Jeugd en van de Inspectie van het Onderwijs staat dat de zorg en het onderwijs zijn gebaseerd op een stelsel van toegankelijkheid waardoor het voor mensen met minder goede bedoelingen, waaronder criminelen, helaas eenvoudig was om binnen te komen. Stage- en diplomafraude in de zorg zijn daar onderdeel van. Inspecties, onderwijsinstellingen en de Samenwerkingsorganisatie Beroepsonderwijs Bedrijfsleven (SBB) hebben sinds het rapport geïnvesteerd in het versterken van het fraudebewustzijn bij zowel mbo-instellingen als leerbedrijven. Verschillende vormen van stagefraude worden daarbij onder de aandacht gebracht. De inspectierapporten hebben geleid tot meer kennis over de kwetsbaarheden bij stages. De samenwerking tussen verschillende betrokken instanties is erop gericht om fraude actief te voorkomen en informatie over de werkwijze van fraudeurs te melden en te blijven delen.

SBB heeft de bevoegdheid om leerbedrijven te erkennen en die erkenning zo nodig in te trekken. De beoordelingscriteria hiervoor zijn opgenomen in de erkenningsregeling. Per 1 augustus 2026 is de erkenningsregeling aangepast, zodat constateringen van fraude en criminele activiteiten, gedaan door relevante toezichthoudende instanties, worden meegewogen bij de (her)beoordeling van leerbedrijven. Dit maakt mogelijk dat de SBB sneller kan ingrijpen dan eerder het geval was, omdat zij nu de erkenning kan intrekken als bijvoorbeeld de Inspectie Gezondheidzorg en Jeugd (IGJ) een signaal afgeeft. Elk afzonderlijk besluit daartoe dient de SBB te motiveren op basis van een zorgvuldige en proportionele weging van feiten.

Vraag 5

Kunt u een actueel overzicht geven van de omvang van fraude met EVC-certificaten (Erkenning van Verworven Competenties) in de zorgsector, mede in het licht van het strafrechtelijk onderzoek naar het EVC-bureau F&P Educatie en de recente aanhoudingen in die zaak?

Antwoord 5

Er zijn geen cijfers bekend over de omvang van fraude met EVC-certificaten. EVC-certificaten worden opgesteld door private partijen. Ook de erkenning van EVC-aanbieders en het toezicht is privaat georganiseerd. Registratie van EVC-certificaten is niet verplicht. Er is daarom geen zicht op de hoeveelheid uitgegeven EVC-certificaten en ook geen zicht op de omvang van valse EVC-certificaten die in omloop zijn. Dit neemt niet weg dat de signalen die het kabinet heeft ontvangen over de ernst van fraude met EVC-certificaten, alarmerend zijn. Dit is ook de reden dat het kabinet op 13 februari 2026 de oproep heeft gedaan aan alle stakeholders om geen gebruik meer te maken van EVC-certificaten, omdat de betrouwbaarheid hiervan onvoldoende kan worden gewaarborgd4.

Vraag 6

Bent u bereid te onderzoeken of de mogelijkheid voor commerciële EVC-bureaus om ervaringscertificaten af te geven voor zorggerelateerde beroepen (tijdelijk) aan strengere voorwaarden moet worden gebonden of aan onafhankelijker toezicht moet worden onderworpen, gezien de kwetsbaarheid van dit systeem voor fraude?

Antwoord 6

Nee, met de oproep van 13 februari heeft het kabinet een dringende oproep gedaan om geen gebruik meer te maken van EVC. Deze bieden geen garantie omdat de betrouwbaarheid van deze certificaten niet kan worden gewaarborgd. Juist door de grote kwetsbaarheid voor fraude. Het onderzoeken van mogelijkheden voor onafhankelijk toezicht wekt onterecht de suggestie dat de betrouwbaarheid van EVC-certificaten met toezicht kan worden opgelost.

Het flexibel en versneld opleiden van voldoende professionals voor de sector zorg en welzijn, in aanvulling op de diplomaroutes, blijft van groot belang.

Het kabinet vindt het daarom lovenswaardig om te zien hoe veldpartijen, zoals Jeugdzorg Nederland, Actiz, Vereniging Gehandicaptenzorg Nederland en de Nederlandse GGZ zich hebben verbonden om de fraude aan te pakken en alternatieven te bedenken voor het erkennen van werkervaring, vaardigheden of competenties. Hierbij vindt het kabinet het van belang dat alternatieven geen ruimte laten voor fraude. Het kabinet blijft hierover in nauw contact met het veld en zal meedenken met alternatieven.

Ook ontwikkelt het Ministerie van OCW een handreiking, waarin staat op welke manieren examencommissies fraudebestendig maatwerk kunnen bieden aan zij-instromers met relevante leer- en werkervaring. Onderwijsinstellingen zijn hier actief bij betrokken. De handreiking wordt eind 2026 verspreid onder examencommissies in het mbo.

Vraag 7

Op welke wijze wordt geborgd dat zorginstellingen die een medewerker aannemen op basis van een mbo-diploma of EVC-certificaat, dit diploma of certificaat op eenvoudige en betrouwbare wijze kunnen verifiëren, en acht u de huidige verificatiemogelijkheden (bijvoorbeeld via DUO) toereikend?

Antwoord 7

In de, in antwoord 5, genoemde brief van het kabinet aan werkgevers zijn werkgevers opgeroepen om hun verantwoordelijkheid te nemen hierin. Werkgevers zijn gewezen op hun verantwoordelijkheid om zich ervan te vergewissen dat iemand over de vereiste kennis en kunde beschikt. Hiervoor zijn verschillende mogelijkheden benoemd in de brief. Werkgevers kunnen bijvoorbeeld eenvoudig de echtheid van een digitaal uittreksel van formele mbo-, hbo- of universitaire diploma’s controleren op de website van de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO)5. Ook kunnen werkgevers een identiteitsbewijs op echtheidskenmerken en geldigheid controleren. Daarnaast kunnen werkgevers controleren of – in geval daarom wordt gevraagd – het om een origineel digitaal of papieren exemplaar van de Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) gaat. Dit geldt echter niet voor EVC-certificaten. Het gebruik van EVC-certificaten biedt geen enkele garantie nu de betrouwbaarheid hiervan niet kan worden gewaarborgd. Daarom wordt door werkgevers gekeken naar alternatieven voor het erkennen van werkervaring, vaardigheden of competenties. We blijven over de toereikendheid van verificatiemogelijkheden in gesprek met werkgevers en onderwijsinstellingen.

Vraag 8

Bent u bereid, gelet op de aanhoudende signalen en de kennelijke toename van deze fraudevormen sinds 2024, de Kamer op korte termijn een geactualiseerde stand-van-zakenbrief te sturen met daarin concrete, meetbare doelstellingen en een tijdpad om stage- en EVC-fraude in de zorgopleidingen terug te dringen?

Antwoord 8

Het kabinet treft verschillende maatregelen om fraude in de zorg tegen te gaan. In de, in antwoord 5, genoemde brief heeft het kabinet een oproep gedaan om geen gebruik meer te maken van EVC-certificaten omdat de betrouwbaarheid hiervan niet kan worden geborgd.

Verder heeft de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap de Kamer op 29 juni jl. geïnformeerd over de vervolgstappen bij de aanpak van diplomafraude in het mbo. Onderwijsinstellingen ontvangen eind 2026 een handreiking hoe examencommissies fraudebestendige besluiten kunnen nemen bij het verlenen van vrijstellingen voor de beroepsgerichte examens en hoe zij maatwerk kunnen bieden aan zij-instromers met relevante leer- en werkervaring. Daarnaast wordt het toezicht op vrijstellingen verstevigd. In dezelfde brief zijn ook de uitbreiding van bevoegdheden van de SBB en intensivering van de samenwerking tussen onderwijsinstellingen en SBB genoemd. In de eerste helft van 2027 zal de Kamer door de Minister van OCW worden geïnformeerd over de effecten van deze vervolgstappen. Tevens is de Kamer in aanloop naar het commissiedebat over Goed bestuur en toezicht in de zorg op 24 september 2026 door de Minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport mede namens de Minister van Justitie en Veiligheid (JenV) geïnformeerd over aanvullende maatregelen tegen ondermijning in de zorg en over actuele ontwikkelingen in de aanpak van zorgfraude6.


X Noot
1

AD, 23 juli 2026, «Grote zorgen om fraude met zorgstages op mbo: «Alles leek in scène gezet»», https://www.ad.nl/binnenland/grote-zorgen-om-fraude-met-zorgstages-op-mbo-alles-leek-in-scene-gezet~aef83a69/.

X Noot
2

«Rapport Zwaktes in het systeem van stage en examinering: een verborgen route achter diplomafraude», Inspectie van het Onderwijs, Rapport Zwaktes in het systeem van stage en examinering: een verborgen route achter diplomafraude | Inspectie van het onderwijs (30 juni 2026)

X Noot
3

Kamerstukken II 2025/26, 28 828, nr. 163

X Noot
4

Kamerstukken II 2025/26, 28 828, nr. 162

X Noot
6

Brief van de Minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport van 10 september 2026, 2026Z18526

Naar boven