Vragen van het lid Grinwis (ChristenUnie) aan de Ministers van Economische Zaken en Klimaat en van Justitie en Veiligheid over de rentmeestervennootschap (steward ownership) in relatie tot het voorstel voor een verordening tot oprichting van EU Inc. (ingezonden 15 juli 2026).

Antwoord van Staatssecretaris Van Bruggen (Justitie en Veiligheid) en de Minister van Economische Zaken en Klimaat (ontvangen 22 september 2026). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 2633.

Vraag 1

Hoe staat het met de uitvoering van de afspraak in het coalitieakkoord «Aan de slag. Bouwen aan een beter Nederland» een nieuwe Nederlandse rechtsvorm te introduceren, namelijk de rentmeestervennootschap (een vorm van steward ownership waarbij zeggenschap en winstrecht worden gescheiden), mede in het licht van de eerder door de Tweede Kamer aangenomen motie Sneller en Zeedijk die de regering verzocht deze rechtsvorm uit te werken (Kamerstuk 29 023, nr. 509)?

Antwoord 1

Zoals ik uw Kamer heb bericht in mijn brief van 16 april 20261 bezie ik momenteel hoe het vennootschapsrecht verder geflexibiliseerd kan worden, waardoor bijvoorbeeld ook meer armslag wordt geboden aan partijen die een onderneming in de vorm van een rentmeestervennootschap willen voeren. Daartoe zal ik een rondetafel inzake de rentmeestervennootschap organiseren. Tijdens het commissiedebat civielrechtelijke onderwerpen op 22 april 2026 heb ik toegezegd dat uw Kamer in het derde kwartaal van 2026 daarover zal informeren. Op 8 oktober organiseert de belangenorganisatie We Are Stewards een Steward Ownership Festival in Amsterdam. De inzichten die daar zullen worden opgedaan, wil ik graag meenemen bij het organiseren van de rondetafel en nadien ook in de brief aan uw Kamer. Ik zal uw Kamer dus na de bijeenkomst van We Are Stewards informeren. Het is mijn streven om de brief voor het einde van dit jaar naar uw Kamer te sturen.

Vraag 2

Bent u zich ervan bewust dat het BNC-fiche van het kabinet over het 28e regime («EU Inc.») steward ownership in het geheel niet noemt?

Antwoord 2

Ja.

Vraag 3

Hoe verhoudt zich volgens u de keuze van het kabinet om steward ownership nationaal te introduceren zich tot het volledig ontbreken van steward ownership in de Nederlandse inzet ten aanzien van een Europese, EU-brede rechtsvorm? Deelt u de mening dat het een gemiste kans zou zijn om de rechtsvorm die het kabinet in eigen land bepleit, niet óók beschikbaar te maken voor ondernemers in alle 27 lidstaten via het 28e regime?

Antwoord 3

Het kabinet heeft uw Kamer op 24 april 2026 middels het BNC-fiche geïnformeerd over de kabinetsinzet ten aanzien van het door de Europese Commissie (hierna: Commissie) voorgestelde 28e regime voor ondernemingen (hierna: het voorstel). Het voorstel bevat geen regels over steward ownership. Het fiche gaat daar daarom ook niet op in.

De onderhandelingen over het voorstel vinden momenteel in hoog tempo plaats. Er is brede steun voor de doelstelling van het voorstel en voor een spoedige afronding van het onderhandelingstraject. Tijdens de Europese Raad van 19 maart jl. is door de lidstaten de ambitie uitgesproken om uiterlijk eind 2026 een politiek akkoord met het Europees Parlement over het voorstel te bereiken. Gelet op de grote vaart van het onderhandelingstraject en de belangen die samenhangen met dat tempo, alsmede het feit dat de rentmeestervennootschap een concept is dat in de meeste lidstaten nog niet breed bekend is, lijkt het een stap te ver om de rentmeestervennootschap tijdens de onderhandelingen in te brengen als een mogelijke aanvulling op het voorstel. Dit zou het risico van vertraging van dat proces in zich dragen. Daar komt bij dat wij in Nederland zelf nog bezig zijn met de oordeelsvorming over de wijze waarop de rentmeestervennootschap een plek kan krijgen in ons nationale vennootschapsrecht. Daardoor kan Nederland nog geen afgerond idee voor een rentmeestervennootschap in de discussie in Brussel inbrengen. Het is belangrijk om nu eerst te komen tot snelle besluitvorming over een betrouwbare en flexibele Europese rechtsvorm voor de EU Inc.

Vraag 4

Bent u bekend met het conceptverslag van rapporteur Repasi in de commissie JURI van het Europees Parlement over het 28e regime, waarin steward ownership (rentmeesterschap) en werknemerseigendom als optionele varianten worden ge(her)ïntroduceerd, en steunt u het behoud van die opties in de uiteindelijke tekst?

Antwoord 4

Ik ben bekend met dat conceptverslag. Het is nu niet aan de lidstaten om een oordeel te vormen over het conceptverslag van de rapporteur, daarvoor moet eerst het eindverslag worden afgewacht. Verder verwijs ik graag naar mijn antwoord op vraag 3.

Vraag 5

Klopt het dat noch het Commissievoorstel (COM(2026) 321), noch het BNC-fiche (Kamerstuk 22 112, nr. 4320), noch het door Nederland medeondertekende Benelux non-paper het begrip steward ownership noemt, en dat het Nederlandse onderhandelingsmandaat zich vrijwel uitsluitend richt op een Europese vorm van beperkte aansprakelijkheid en op waarborgen tegen fraude en witwassen?

Antwoord 5

Het klopt dat het Commissievoorstel, het BNC-fiche en het Benelux non-paper het begrip steward ownership of rentmeestervennootschap niet noemen. Het voorstel ziet op de introductie van een nieuwe Europese rechtsvorm, de EU Inc. Het voorziet in een optioneel Europees vennootschapsrechtelijk kader voor de EU Inc., met onder andere regels over de inrichting en governance en over een versimpelde oprichtingsprocedure. Het voorstel bevat geen regeling voor een rentmeestervennootschap bij een EU Inc. In het BNC-fiche en in de onderhandelingen over het voorstel in de Raad richt het kabinet zich, zoals te doen gebruikelijk, primair op het voorstel zoals de Commissie dat heeft gepresenteerd.

In het BNC-fiche heeft het kabinet zowel in het algemeen als op specifieke onderdelen uiteengezet wat het standpunt van het kabinet is ten aanzien van het voorstel en hoe het kabinet zich in de onderhandelingen opstelt. Het klopt niet dat dit BNC-fiche zich uitsluitend richt op een Europese vorm van beperkte aansprakelijkheid en op waarborgen tegen fraude en witwassen. In het algemeen heeft het kabinet aangegeven dat het voorstander is van de ontwikkeling van een 28e regime in het ondernemingsrecht dat daadwerkelijk tegemoetkomt aan de behoeften van belanghebbenden, zoals bedrijven en werknemers binnen de EU, en dat bijdraagt aan de versterking van de concurrentiepositie van bedrijven in de EU. Een 28e regime voor ondernemingen kan volgens het kabinet belangrijke economische kansen bieden, omdat het een kader schept voor ondernemingen dat in de gehele EU hetzelfde is. Ook kan een duidelijke en betrouwbare Europese rechtsvorm ervoor zorgen dat de EU Inc. sneller wordt herkend door investeerders, wat het grensoverschrijdend zaken doen kan vergemakkelijken. Het kabinet ziet dat een zorgvuldig vormgegeven 28e regime een eerste stap kan zijn voor verdere harmonisatie. Daarmee sluit het voorstel goed aan bij de ambitie uit het coalitieakkoord om in te zetten op voltooiing van de interne markt.

Het kabinet heeft als uitgangspunt dat het 28e regime voor ondernemingen enkel effectief en succesvol kan zijn als fragmentatie in de toepassing van dat regime binnen de lidstaten zoveel mogelijk wordt voorkomen en als de EU Inc. ondernemers en hun stakeholders (aandeelhouders, schuldeisers en werknemers) betrouwbaarheid en rechtszekerheid biedt. Dit was doorslaggevend voor het kabinet bij het bepalen van de inzet bij verschillende specifieke onderdelen van het voorgestelde optionele vennootschapsrechtelijke kader. Zo zet het kabinet zich ervoor in dat de waarborgen in het voorstel tegen misbruik, fraude en witwassen worden versterkt.

Het non-paper dat Nederland samen met België en Luxemburg heeft opgesteld is in lijn met de positie van het kabinet zoals dat uiteen is gezet in het BNC-fiche.2 De Benelux-landen spreken hierin hun steun uit voor de versterking van het concurrentievermogen van de Europese Unie en de interne markt. Ook spreekt het non-paper de verwachting uit dat het voorstel daarbij een betekenisvolle stap kan zijn. Tegelijkertijd constateren de Benelux-landen dat aanvullende waarborgen nodig zijn om fraude, witwassen en misbruik door een EU Inc. te voorkomen. Ook benadrukken zij dat bij gebruik van een EU Inc. werknemersrechten gewaarborgd moeten blijven. Verder geven zij aan dat het voorstel nog ambitieuzer had kunnen zijn, door bijvoorbeeld te voorzien in meer harmonisatie op het gebied van het ondernemingsrecht.

Vraag 6

Bent u bekend met signalen dat de Europese Commissie de terughoudendheid van onder meer Nederland heeft aangegrepen als argument om steward ownership en werknemerseigendom níet in haar voorstel op te nemen? Deelt u de mening dat, indien Nederland deze opties niet langer tegenhoudt, dit argument van de Commissie wegvalt en de Raad deze opties alsnog kan agenderen?

Antwoord 6

Nee, ik herken deze signalen niet. De Europese Commissie heeft het 28e regime aangekondigd in het Competitiveness Compass als een kader dat het mogelijk maakt voor innovatieve ondernemingen om te profiteren van één set geharmoniseerde Europese regels waar ze ook opereren of investeren.3 In 2025 heeft de Commissie de lidstaten op verschillende manieren betrokken bij de vormgeving van het instrument nog voor de publicatie van het daadwerkelijke voorstel in maart 2026, zoals in het High-Level Forum on Justice for Growth en door middel van een publieke consultatie. Het toenmalige kabinet heeft daarbij steeds de positie uitgedragen zoals verwoord in de Nederlandse reactie op de publieke consultatie, die ook met uw Kamer is gedeeld in september 2025.4 Het toenmalige kabinet heeft zich daarbij niet uitgelaten over het steward ownership of werknemerseigendom. Overigens begrijp ik de verwijzing naar «werknemerseigendom» zo dat in de vraagstelling wordt gedoeld op het kunnen belonen van werknemers door middel van aandelen die de werknemer direct verkrijgt. Ik zal de volgende vragen vanuit die veronderstelling beantwoorden.

Vraag 7

Bent u bereid om in de Raadswerkgroep Vennootschapsrecht steward ownership en werknemerseigendom als optie te steunen, of op zijn minst niet langer tegen te houden, zodat Nederlandse ondernemers die daarvoor kiezen deze mogelijkheid krijgen?

Antwoord 7

Graag weerleg ik dat Nederland in de onderhandelingen voorstellen zou hebben tegengehouden op het gebied van steward ownership en werknemerseigendom, omdat die voorstellen in de Raad niet op tafel liggen (zie ook mijn antwoord op vraag 4). Wanneer dergelijke voorstellen wel formeel worden gedaan, zullen die dat moment op op hun merites worden beoordeeld, binnen het kader dat daarvoor in het BNC-fiche is geschetst. Het kabinet staat positief tegenover de rentmeestervennootschap, zoals moge blijken uit het coalitieakkoord. In de onderhandelingen over het Europese voorstel heeft het kabinet ook rekening te houden met het belang om in korte tijd tot een betrouwbaar en effectief kader voor de EU Inc. te komen. Dat heeft op dit moment de prioriteit van het kabinet, waarbij het zich baseert op het in het BNC-fiche opgenomen onderhandelingskader.

Vraag 8

Deelt u de mening dat, gelet op uw eigen twijfels bij artikel 114 VWEU als rechtsgrondslag (mede omdat het tweede lid van dat artikel de fiscale bepalingen én «de bepalingen inzake de rechten en belangen van werknemers» uitsluit), een grondslag (mede) op artikel 50 VWEU niet alleen juridisch steviger is, maar ook de route vormt waarlangs waarborgen voor werknemers en opties voor steward- en werknemerseigendom daadwerkelijk in het regime kunnen worden opgenomen?

Antwoord 8

Zoals toegelicht in het BNC-fiche, heeft het kabinet kritische vragen bij de rechtsgrondslag. Een discussie over de rechtsgrondslag levert onzekerheid op voor bedrijven en werknemers. Volgens vaste jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie moet de keuze voor een rechtsgrondslag zijn gebaseerd op objectieve factoren, waaronder het doel en de inhoud van het voorstel. Dat betekent ook dat zolang de onderhandelingen gaande zijn en het voorstel nog onderhevig is aan wijzigingen, geen definitief oordeel over de rechtsgrondslag kan worden gegeven. Het kabinet brengt de vragen omtrent de juridische grondslag naar voren tijdens de onderhandelingen en zal aan het einde daarvan de balans opmaken, mede in het licht van het belang van dit voorstel voor het versterken van de interne markt. Graag verduidelijkt het kabinet dat het voorstel noch het arbeidsrecht noch het socialezekerheidsrecht harmoniseert. Een EU Inc.-onderneming zal, op dezelfde manier als andere nationale en Europese vennootschappen, gebonden zijn aan het toepasselijke Europese en nationale arbeids- en socialezekerheidsrecht. Werknemers die in Nederland werkzaam zijn voor een EU Inc. zullen dezelfde werknemersrechten genieten als werknemers die in Nederland werkzaam zijn voor een onderneming met een andere rechtsvorm.

Vraag 9

Onderkent u dat aan een doel gebonden eigendomsstructuren met een «asset lock» of beschermingsaandeel (steward ownership, golden share) tot de weinige structurele instrumenten behoren om strategisch belangrijke ondernemingen te beschermen tegen ongewenste overnames uit derde landen, door het Europees Parlement aangeduid als «killer acquisitions»?

Antwoord 9

Nee. Hoewel aan doel gebonden eigendomsstructuren in bepaalde gevallen een geschikt instrument kunnen zijn om strategisch belangrijke ondernemingen te beschermen, zijn dat wat het kabinet betreft geen generiek inzetbare middelen, onder andere vanwege de mogelijk nadelige gevolgen voor het investeringsklimaat. Het kabinet benadrukt dat eventuele maatregelen om strategisch belangrijke ondernemingen te beschermen proportioneel en doelgericht moeten zijn.

Nederland beschikt reeds over een dergelijk proportioneel, doelgericht en robuust publiekrechtelijk instrumentarium om bedrijven te beschermen tegen risicovolle overnames. Zo is er sinds 2023 de Wet veiligheidstoets investeringen, fusies en overnames (Wet vifo) dat een generiek toetsingskader biedt voor investeringen in vitale aanbieders, bedrijfscampussen en ondernemingen die actief zijn op sensitieve technologie. Per 1 januari 2027 worden hier zes nieuwe technologieën aan toegevoegd; biotechnologie, kunstmatige intelligentie, geavanceerde materialen, nanotechnologie, sensor- en navigatietechnologie en nucleaire technologie voor medisch gebruik. Met deze wet kunnen risicovolle overnames worden getoetst op risico’s voor de nationale veiligheid, indien nodig kunnen mitigerende maatregelen worden opgelegd of een geheel verbod. Daarnaast is er sectorale wetgeving die investeringstoetsing regelt in bijvoorbeeld de telecommunicatiesector (Wet ongewenste zeggenschap telecommunicatie) en de energiesector (Energiewet). Ook is niet iedere ongewenste overname een «killer acquisition». Die term ziet specifiek op een overname waarbij een innovatieve onderneming of potentiële concurrent wordt overgenomen met als doel die concurrentie weg te nemen. Voor dit soort mogelijk problematische overnames is er Mededingingswetgeving.

Verder is gebleken uit het rapport «Tussentijdse evaluatie van de wettelijke bedenktijd voor het bestuur van beursvennootschappen», dat op 20 februari 2025 aan uw Kamer is aangeboden, dat Nederlandse vennootschappen ten minste een twaalftal beschermingsconstructies ten dienste staat.5 Dus ook het vennootschapsrecht biedt een ruim arsenaal aan mogelijke maatregelen ter bescherming van een onderneming tegen ongewenste overnames.

Vraag 10

Hoe verhoudt de Nederlandse terughoudendheid ten aanzien van deze eigendomsvormen zich tot uw recente besluit (mei 2026) om de overname van Solvinity, dat kritieke overheidsinfrastructuur zoals DigiD/Logius beheert, door het Amerikaanse Kyndryl te verbieden? Deelt u de mening dat steward ownership de structurele, vooraf ingebouwde variant is van precies die bescherming, waardoor een onderneming niet-overneembaar wordt zónder dat een overheidsingreep achteraf nodig is?

Antwoord 10

Het Nederlandse ondernemingsrecht biedt ondernemingen de vrijheid zelf de gewenste eigendomsstructuur te bepalen binnen de daarvoor geboden wettelijke kaders. Daarbinnen kan een «asset lock» of een beschermingsaandeel als (neven)effect een bepaalde bescherming tegen een overname opleveren. De onderneming is het beste zelf in staat om te beoordelen of dit nodig is en welke maatregelen ze daartoe wil treffen. Deze vrijheid komt Solvinity, gelijk iedere andere onderneming, toe. Bij een investeringstoetsing zoals voorzien in de Wet ongewenste zeggenschap telecommunicatiesector of de Wet veiligheidstoets investeringen fusies en overnames, kan de eigendomsstructuur van een doelonderneming bij de risicobeoordeling worden betrokken. Dat kan inzicht verschaffen in de invloed die met een overname van of andere verwervingsactiviteit in een doelonderneming daadwerkelijk wordt verkregen en de daarmee samenhangende risico's voor het publiek belang of de nationale veiligheid. Dat kan van invloed zijn op de uitkomst van een investeringstoets.

Een rentmeestervennootschap kan een structurele, privaatrechtelijke bescherming bieden tegen overnames, doordat de eigendoms- en zeggenschapsstructuur van een onderneming zo wordt ingericht dat de onderneming niet vrij verhandelbaar is en primair gericht is op het langetermijnbelang. De effectiviteit van een rentmeestervennootschap hangt echter af van de concrete statutaire vormgeving. In Nederland en de EU zijn er juridische kaders (zoals het vennootschapsrecht en het vrij verkeer van kapitaal) die mogelijk beperkingen stellen aan absolute overnamebescherming. Daarnaast is de rentmeestervennootschap niet voor alle typen ondernemingen geschikt. Zo is zij lastig toe te passen bij beursgenoteerde ondernemingen en de aandeelhouders moeten ermee akkoord gaan dat zij weinig of geen zeggenschap meer hebben. Zoals is aangegeven in het antwoord op vraag 9, zijn er bovendien meer mogelijkheden om een onderneming te beschermen tegen overnames. De rentmeestervennootschap is daarom geen breed toepasbare waarborg en ook niet de enige waarborg om een overheidsingreep op basis van risico's voor de nationale veiligheid of het publiek belang achteraf te kunnen vermijden.

Vraag 11

Deelt u de mening dat een gestandaardiseerde, laagdrempelige steward-ownership-optie in het 28e regime juist invulling geeft aan de door u en de Benelux gewenste ambitieuzere aanpak en «verdere gerichte harmonisatie» van het vennootschapsrecht in plaats van daarmee in strijd te zijn?

Antwoord 11

Mario Draghi en Enrico Letta signaleren in hun beider rapporten over de toekomst van het Europese concurrentievermogen, respectievelijk over de toekomst van de interne markt6 dat de versnippering van de interne markt het voor ondernemingen in Europa relatief moeilijk maakt om te groeien over landsgrenzen heen. Verdergaande harmonisatie van het vennootschapsrecht op Europees niveau zou helpen belemmeringen voor ondernemingen weg te nemen. Juist door de bestaande verschillen tussen de nationale regimes binnen de EU, is deze harmonisatie een grote uitdaging, dit geldt voor het «reguliere» vennootschapsrecht en voor nieuwe ontwikkelingen zoals de rentmeestervennootschap, die nog niet in alle lidstaten een bekende figuur is.

Nederland heeft samen met België en Luxemburg een non-paper opgesteld7, dat in lijn is met de inzet van het kabinet in de onderhandelingen over het 28e regime, zoals ik die heb verwoord in het antwoord op vraag 5. De inzet van de Benelux heeft als doel om een meer betekenisvolle harmonisatie te bereiken door deze bijzonder omvangrijke opgave terug te brengen tot enigszins hanteerbare, en daarmee kansrijke, proporties. Door het vraagstuk aan te gaan in de kleinere context van drie lidstaten is de hoop dat «quick wins» kunnen worden onderscheiden van meer fundamentele hindernissen voor harmonisatie, en dat voor de laatste werkbare oplossingsrichtingen worden geïdentificeerd. Zo kan de Benelux als proeftuin wellicht helpen om het pad naar EU-brede harmonisatie te effenen. Het helpt in dat kader niet als het Benelux-initiatief moet worden uitgebreid met vraagstukken rond de rentmeestervennootschap.

Vraag 12

Bent u bereid te waarborgen dat het 28e regime verenigbaar is met de in het regeerakkoord aangekondigde rentmeestervennootschap en deze niet ondergraaft, en de voortrekkersrol van de Benelux (conform de motie Van Lanschot/Dassen, Kamerstuk 36 800 XIII, nr. 30) te benutten om steward ownership en werknemerseigendom in de onderhandelingen te agenderen?

Antwoord 12

Het voorstel van de Commissie voor het 28e regime zal de rentmeestervennootschap niet kunnen ondergraven, omdat de EU Inc. is voorzien als een zelfstandige rechtspersoon die in de hele EU wordt erkend en die naast de nationale rechtsvormen bestaat. Zoals ik heb aangegeven in het antwoord op vraag 3, heb ik niet het streven om er in de onderhandelingen op in te zetten dat de rentmeestervennootschap wordt uitgewerkt voor de EU Inc. Wel zal het kabinet zich inzetten voor verdere flexibilisering van het voorstel voor de EU Inc. mede ten behoeve van de rentmeestervennootschap. Wat betreft het agenderen van een specifieke regeling voor werknemerseigendom, anders dan het voorstel voor het EU-aandelenoptieplan voor werknemers dat in het voorstel staat, geldt hiervoor eveneens dat dit niet past in het hoge tempo van de onderhandelingen.

Vraag 13

Welke inzet zullen de Nederlandse vertegenwoordigers in de Raadswerkgroep Vennootschapsrecht kiezen ten aanzien van de steward-ownership- en werknemerseigendomsopties, en bent u bereid de Kamer over dat standpunt te informeren vóórdat een politiek akkoord wordt bereikt (voorzien eind 2026)?

Antwoord 13

Zoals ik ook heb aangegeven in het antwoord op vraag 3, is het belangrijk om nu eerst te komen tot een betrouwbare en flexibele Europese rechtsvorm voor de EU Inc., met een heldere status en juridische rechtsbasis en om in Nederland de gedachtenvorming rond een wettelijke regeling voor de rentmeestervennootschap af te ronden. Ik ben daarom niet voornemens om in Brussel actief te pleiten voor het opnemen van een rechtsvorm voor de rentmeestervennootschap in het voorstel. Datzelfde geldt voor de mogelijkheid voor werknemerseigendom, anders dan het in het voorstel reeds opgenomen aandelenoptieplan voor werknemers. Mocht daartoe door anderen een voorstel worden gedaan, dan zal dat op dat moment op zijn merites worden beoordeeld, binnen het kader van het BNC-fiche.

Vraag 14

Kunt u bevestigen dat u werkelijke werknemerszeggenschap en -eigendom onderscheidt van het belonen in aandelenopties (de EU-ESO-regeling), zodat uw steun voor die fiscale optieregeling niet in de plaats komt van echte opties voor werknemerseigendom?

Antwoord 14

In het voorstel wordt een geharmoniseerd aandelenoptieplan (EU-ESO) geïntroduceerd. Deze geeft EU Inc.-ondernemingen de mogelijkheid om eenvoudig aandelenoptierechten te kunnen uitgeven aan werknemers. Het kabinet heeft zijn positie over deze werknemersoptieregeling uiteengezet in het BNC-fiche en draagt deze uit tijdens de onderhandelingen. In de vraagstelling wordt gerefereerd naar echte opties voor werknemerseigendom. Zoals ik heb aangegeven in het antwoord op vraag 6, ga ik uit van de veronderstelling dat in de vraagstelling wordt gedoeld op een regeling die een EU Inc. de mogelijkheid biedt om werknemers te belonen met aandelen, die de werknemer direct verkrijgt. Op dit moment ligt dat onderwerp niet voor in de raadswerkgroepen. Mocht gedurende de onderhandelingen een concreet voorstel daarvoor worden gedaan, dan zal dat voorstel op zijn eigen merites beoordeeld worden.

Vraag 15

Herkent u steward ownership als een vorm van rentmeesterschap (eigendom gehouden ten dienste van een blijvend doel en van toekomstige generaties), en bent u bereid de keuzevrijheid daarvoor voor Europese ondernemers actief te verdedigen en te bepleiten?

Antwoord 15

Het kabinet staat positief tegenover de rentmeestervennootschap, zoals blijkt uit hetgeen daarvoor is opgenomen in het coalitieakkoord. Ik heb uw Kamer daarom laten weten dat ik bezie hoe het vennootschapsrecht verder kan worden geflexibiliseerd, zodat er meer ruimte komt voor het voeren van een onderneming in de vorm van een rentmeestervennootschap. Gelet op de omstandigheden zoals beschreven in de bovenstaande antwoorden op eerdere vragen, kiest het kabinet er niet voor om de rentmeestervennootschap actief te bepleiten tijdens de onderhandelingen over de EU Inc.

Het kabinet zal zich, zodra zich daartoe een gelegenheid voordoet, welwillend opstellen om het vennootschapsrecht in de EU te harmoniseren en te flexibiliseren, in lijn met het Nederlandse vennootschapsrecht, waarvan ook rentmeestervennootschappen zullen kunnen profiteren.


X Noot
1

Kamerstukken II 2025/26, 29 279, nr. 1020.

X Noot
2

Kamerstukken II 2025/26, 22 112, nr. 4360.

X Noot
3

Communicatie van de Commissie voor het Europees Parlement, de Europese Raad, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Europees Comité van de Regio’s. Een kompas voor concurrentievermogen. COM(2025) 30 final.

X Noot
4

Nederlandse reactie op de publieke consultatie 28e regime, 29 september 2025, Kamerstukken II 2025/26, 22 112, nr. 4181.

X Noot
5

Kamerstukken II 2024/25, 35 367, nr. 19; zie paragraaf 3.3 en bijlage 8 van het rapport van de Universiteit van Maastricht.

X Noot
7

Brief van 22 mei 2026 Benelux non-paper Voorstel voor een 28e regime voor ondernemingen – de EU Inc., Kamerstukken II 2025/26, 22 112, nr. 4360.

Naar boven