Vragen van het lid Schenk (FVD) aan de Ministers van Financiën, van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, van Werk en Participatie en van Justitie en Veiligheid over particuliere geldovermakingen naar het buitenland, de export van Nederlandse sociale voorzieningen en het voorkomen van misbruik van publieke middelen (ingezonden 28 augustus 2026).

Mededeling van Minister Vijlbrief (Sociale Zaken en Werkgelegenheid), mede namens de Minister van Werk en Participatie (ontvangen 21 september 2026).

Vraag 1

Is het kabinet bekend met omvangrijke particuliere geldovermakingen vanuit Nederland naar het buitenland, internationaal ook wel aangeduid als remittances?

Vraag 2

Hoeveel geld is de afgelopen 15 jaar jaarlijks vanuit Nederland door particulieren naar het buitenland overgemaakt? Graag een overzicht per kalenderjaar.

Vraag 3

Naar welke dertig landen is de afgelopen 15 jaar het meeste geld vanuit Nederland door particulieren overgemaakt? Graag een overzicht per land en per kalenderjaar.

Vraag 4

Welk aandeel van alle particuliere geldovermakingen in de afgelopen 15 jaar had een bestemming binnen de Europese Unie en welk aandeel een bestemming buiten de Europese Unie?

Vraag 5

Welk aandeel van alle particuliere geldovermakingen in de afgelopen 15 jaar had een bestemming binnen Afrika en het Midden-Oosten?

Vraag 6

Welke (overheids)instanties beschikken over gegevens over particuliere geldovermakingen naar het buitenland en op welke wijze worden deze gegevens verzameld?

Vraag 7

Worden uitsluitend bancaire overboekingen geregistreerd of ook geldtransfers via betaaldienstverleners als Western Union en MoneyGram en contant geld dat fysiek naar het buitenland wordt meegenomen?

Vraag 8

Beschikt het kabinet over inzicht in de omvang van informele geldovermakingen naar het buitenland, bijvoorbeeld via zogenoemde hawala-systemen of andere informele vormen? Zo ja, hoe groot wordt deze geldstroom geschat? Zo nee, waarom niet?

Vraag 9

Heeft het kabinet onderzoek laten verrichten naar de economische en maatschappelijke gevolgen van particuliere geldovermakingen naar het buitenland voor de Nederlandse economie, de binnenlandse consumptie, de belastinggrondslag of de kapitaaluitstroom? Zo ja, wat waren daarvan de belangrijkste conclusies en kunt u deze onderzoeken met de Kamer delen? Zo nee, waarom niet?

Vraag 10

Hoe verhoudt Nederland zich qua omvang van particuliere geldovermakingen naar het buitenland tot andere lidstaten van de Europese Unie?

Vraag 11

Beschikt het kabinet over gegevens waaruit blijkt welk aandeel van alle particuliere geldovermakingen naar het buitenland in de afgelopen 15 jaar afkomstig is van personen die fiscaal in Nederland gevestigd zijn en kunnen deze gegevens met de Kamer gedeeld worden?

Vraag 12

Beschikt het kabinet over gegevens waaruit blijkt welk aandeel van alle particuliere geldovermakingen naar het buitenland in de afgelopen 15 jaar afkomstig is van personen die slechts tijdelijk in Nederland verblijven, zoals arbeidsmigranten, en kunnen deze gegevens met de Kamer gedeeld worden?

Vraag 13

Beschikt het kabinet over gegevens waaruit blijkt welk aandeel van de particuliere geldovermakingen naar het buitenland in de afgelopen 15 jaar afkomstig is uit arbeidsinkomen, ondernemingsinkomen, pensioeninkomen, sociale uitkeringen, toeslagen en andere inkomensbronnen en kunnen deze gegevens met de Kamer gedeeld worden?

Vraag 14

Beschikt het kabinet over gegevens waaruit blijkt in hoeveel gevallen ontvangers van Nederlandse sociale uitkeringen tegelijkertijd structureel geld naar het buitenland overmaken? Zo ja, om hoeveel personen gaat het jaarlijks in de afgelopen 15 jaar en welke bedragen zijn daarmee gemoeid? Graag uitgesplitst naar uitkeringsregeling.

Vraag 15

Indien de gegevens genoemd in vraag 14 niet beschikbaar zijn, waarom worden deze gegevens niet geregistreerd?

Vraag 16

Is het kabinet bereid te onderzoeken in welke mate ontvangers van Nederlandse sociale uitkeringen tegelijkertijd structureel geld naar het buitenland overmaken? Zo nee, waarom niet?

Vraag 17

Beschikt het kabinet over gegevens waaruit blijkt in hoeveel gevallen ontvangers van Nederlandse toeslagen tegelijkertijd structureel geld naar het buitenland overmaken? Zo ja, om hoeveel personen gaat het jaarlijks in de afgelopen 15 jaar en welke bedragen zijn daarmee gemoeid? Graag uitgesplitst naar huurtoeslag, zorgtoeslag, kinderopvangtoeslag en het kindgebonden budget.

Vraag 18

Indien de gegevens genoemd in vraag 17 niet beschikbaar zijn, waarom worden deze gegevens niet geregistreerd?

Vraag 19

Worden substantiële of structurele geldovermakingen naar het buitenland op enige wijze betrokken bij de beoordeling van het recht op sociale uitkeringen of toeslagen? Zo nee, waarom niet?

Vraag 20

Kunnen structurele geldovermakingen naar het buitenland aanleiding vormen voor een rechtmatigheidsonderzoek naar een sociale uitkering of toeslag? Zo ja, onder welke omstandigheden?

Vraag 21

Indien het antwoord op vraag 20 ontkennend luidt, waarom acht het kabinet dergelijke geldovermakingen niet relevant voor de beoordeling van de rechtmatigheid van sociale voorzieningen?

Vraag 22

In hoeverre wisselen het UWV, de Sociale Verzekeringsbank, gemeenten, de Belastingdienst, de Financial Intelligence Unit (FIU-Nederland) en andere betrokken instanties gegevens uit wanneer sprake is van substantiële geldovermakingen naar het buitenland?

Vraag 23

Beschikt het kabinet over signalen, risicoanalyses of onderzoeken waaruit blijkt dat Nederlandse sociale uitkeringen of toeslagen worden aangewend om personen in het buitenland financieel te ondersteunen? Zo ja, kan het kabinet deze met de Kamer delen?

Vraag 24

Heeft het kabinet inzicht in de mate waarin personen die langdurig afhankelijk zijn van Nederlandse sociale voorzieningen periodiek geld naar het buitenland overmaken?

Vraag 25

Beschikt het kabinet over gegevens waaruit blijkt welk deel van de particuliere geldovermakingen naar het buitenland afkomstig is van personen die een Nederlandse sociale uitkering of toeslag ontvangen? Zo ja, kunt u deze gegevens met de Kamer delen?

Vraag 26

Indien deze gegevens niet beschikbaar zijn, acht het kabinet het wenselijk deze in de toekomst structureel te registreren zodat beter inzicht ontstaat in de relatie tussen particuliere geldovermakingen en het gebruik van Nederlandse sociale voorzieningen? Zo nee, waarom niet?

Vraag 27

Hoeveel personen ontvangen een Nederlandse sociale uitkering terwijl zij buiten Nederland wonen? Graag uitgesplitst naar uitkeringsregeling in de afgelopen 15 jaar.

Vraag 28

Hoeveel publiek geld is hiermee jaarlijks gemoeid? Graag een uitsplitsing per uitkeringsregeling in de afgelopen 15 jaar.

Vraag 29

Naar welke landen worden Nederlandse sociale uitkeringen uitgekeerd de afgelopen 15 jaar? Graag een overzicht per land, het aantal ontvangers en het jaarlijks uitgekeerde bedrag.

Vraag 30

Hoe heeft het aantal personen dat een Nederlandse sociale uitkering ontvangt terwijl zij buiten Nederland wonen zich sinds het jaar 2000 ontwikkeld? Graag uitgesplitst per regeling.

Vraag 31

Welke sociale voorzieningen en toeslagen kunnen op grond van nationale wetgeving, Europese regelgeving of internationale verdragen geheel of gedeeltelijk worden geëxporteerd naar het buitenland?

Vraag 32

Welke sociale voorzieningen en toeslagen kunnen niet naar het buitenland worden geëxporteerd? Op basis van welke juridische gronden is dat het geval?

Vraag 33

Kan het kabinet, voor zover deze gegevens worden geregistreerd, per sociale uitkeringsregeling aangeven hoeveel ontvangers uitsluitend de Nederlandse nationaliteit bezitten, uitsluitend een niet-Nederlandse nationaliteit bezitten en beschikken over zowel de Nederlandse als ten minste één andere nationaliteit?

Vraag 34

Beschikt het kabinet over gegevens omtrent het geboorteland van ontvangers van Nederlandse sociale uitkeringen die buiten Nederland wonen? Zo ja, kunt u deze met de Kamer delen?

Vraag 35

Indien de onder vragen 33 en 34 gevraagde gegevens niet beschikbaar zijn, waarom worden deze gegevens niet geregistreerd?

Vraag 36

Hoeveel ontvangers van Nederlandse sociale uitkeringen wonen buiten de Europese Unie?

Vraag 37

Hoeveel ontvangers wonen in landen waarmee Nederland een bilateraal sociaalzekerheidsverdrag heeft gesloten? Graag een uitsplitsing per land waarmee zo’n verdrag is gesloten.

Vraag 38

Heeft het kabinet onderzocht in hoeverre bestaande sociale zekerheidsverdragen ertoe leiden dat Nederlands belasting- en premiegeld structureel naar het buitenland vloeit? Zo nee, waarom niet?

Vraag 39

Acht het kabinet de huidige mogelijkheden om Nederlandse sociale uitkeringen naar het buitenland te exporteren nog steeds passend bij de oorspronkelijke doelstellingen van de betreffende wet- en regelgeving? Zo ja, waarom?

Vraag 40

Is het kabinet bereid de bestaande sociale zekerheidsverdragen en de exporteerbaarheid van sociale uitkeringen periodiek te evalueren op doelmatigheid, rechtmatigheid, uitvoerbaarheid en financiële gevolgen voor de Nederlandse belastingbetaler? Zo nee, waarom niet?

Vraag 41

Hoeveel publiek geld is de afgelopen 15 jaar in totaal via exporteerbare Nederlandse sociale uitkeringen naar het buitenland uitgekeerd? Graag een overzicht per kalenderjaar en per uitkeringsregeling.

Vraag 42

Beschikt het kabinet over aanwijzingen dat ontvangers van Nederlandse sociale uitkeringen of toeslagen tegelijkertijd vermogen opbouwen of aanhouden in het buitenland? Zo ja, wat wordt hier concreet mee gedaan?

Vraag 43

Worden buitenlandse bankrekeningen, onroerende zaken, ondernemingen en overige vormen van vermogen standaard betrokken bij de beoordeling van het recht op Nederlandse sociale uitkeringen en inkomensafhankelijke regelingen? Zo nee, waarom niet?

Vraag 44

Hoeveel onderzoeken naar vermogen in het buitenland zijn de afgelopen vijftien jaar verricht in het kader van de uitvoering van de Participatiewet, de WW, de WIA, de AOW, de Anw, de Wajong en overige sociale zekerheidsregelingen? Graag uitgesplitst per regeling en per kalenderjaar.

Vraag 45

Hoeveel van deze onderzoeken hebben geleid tot herziening van een uitkering, beëindiging van een uitkering, terugvordering van publieke middelen, een bestuurlijke boete en/of strafrechtelijke gevolgen?

Vraag 46

Wat was de totale financiële omvang van de onder vraag 45 genoemde terugvorderingen? Welk bedrag daarvan is daadwerkelijk geïnd?

Vraag 47

Hoeveel fraudezaken waarbij buitenlands vermogen, buitenlandse inkomsten of buitenlandse bankrekeningen een rol speelden, zijn de afgelopen vijftien jaar vastgesteld? Graag uitgesplitst per regeling en per kalenderjaar.

Vraag 48

Welke landen komen het vaakst voor in onderzoeken naar buitenlands vermogen of buitenlandse inkomsten van ontvangers van Nederlandse sociale voorzieningen?

Vraag 49

Zijn er landen waarmee Nederland onvoldoende gegevens kan uitwisselen om het recht op sociale uitkeringen of toeslagen adequaat te kunnen controleren? Zo ja, welke landen betreft dit en welke gevolgen heeft dit voor de praktijk omtrent de uitvoering?

Vraag 50

Acht het kabinet het wenselijk dat Nederlandse sociale uitkeringen worden verstrekt wanneer de rechtmatigheid daarvan vanwege een gebrek aan internationale gegevensuitwisseling niet of slechts beperkt kan worden gecontroleerd? Zo ja, waarom?

Vraag 51

Welke wettelijke mogelijkheden bestaan momenteel om substantiële of structurele geldovermakingen naar het buitenland te betrekken bij het toezicht op de rechtmatigheid van sociale uitkeringen en toeslagen?

Vraag 52

Zijn andere Europese landen beter in staat inzicht te verkrijgen in de relatie tussen particuliere geldovermakingen naar het buitenland en het ontvangen van sociale voorzieningen? Zo ja, welke landen betreft dit en welke lessen trekt het kabinet daaruit?

Vraag 53

Is het kabinet bereid een integraal onderzoek uit te voeren naar de relatie tussen particuliere geldovermakingen naar het buitenland, het gebruik van Nederlandse sociale voorzieningen, de export van Nederlandse uitkeringen en de mogelijkheden om misbruik effectiever te voorkomen? Zo nee, waarom niet?

Vraag 54

Kan het kabinet uitsluiten dat personen die langdurig afhankelijk zijn van Nederlandse sociale voorzieningen tegelijkertijd substantiële bedragen naar het buitenland overmaken zonder dat uitvoerende instanties daarvan kennis nemen? Indien dit niet kan worden uitgesloten, acht het kabinet het dan wenselijk dat hierin meer inzicht wordt verkregen? Waarom wel/niet?

Vraag 55

Deelt het kabinet de opvatting dat Nederlandse inkomensondersteuning die bedoeld is om een gebrek aan bestaansmiddelen op te vangen, niet structureel mag worden gebruikt om vermogen op te bouwen of huishoudens buiten Nederland te financieren wanneer de ontvanger tegelijkertijd stelt zelf onvoldoende middelen te hebben? Zo nee, waarom niet?

Mededeling

Hierbij deel ik u mede namens de Minister van Werk en Participatie mede dat de beantwoording van de Kamervragen van het lid Schenk (FVD) over particuliere geldovermakingen, de export van Nederlandse sociale voorzieningen en het voorkomen van misbruik van publieke middelen niet binnen de gestelde termijn van drie weken mogelijk is omdat kwantitatieve informatie van UWV en de SVB verzameld en gecombineerd moet worden en interdepartementale afstemming vereist is. Dit proces vergt meer tijd.

Naar boven