Vragen van het lid Diederik van Dijk (SGP) aan de Ministers van Justitie en Veiligheid en van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over de sluiting van het Joods Hospice Immanuel wegens veiligheidsrisico’s (ingezonden 18 november 2025).

Antwoord van Minister Van Oosten (Justitie en Veiligheid), mede namens de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (ontvangen 12 januari 2026). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 611.

Vraag 1

Bent u bekend met het bericht van 17 november 2025 dat het Joods Hospice Immanuel zijn werkzaamheden tijdelijk moet staken omdat er geen veilige tijdelijke locatie gevonden kan worden?1

Antwoord 1

Ja.

Vraag 2

Deelt u de zorg dat dit een buitengewoon zorgelijk signaal is over de positie van Joodse instellingen in Nederland en dat zelfs aan het einde van het leven is een Joodse plek niet meer vanzelfsprekend is?

Antwoord 2

Ik deel de zorgen over de gevoelens die deze situatie oproept. Iedereen moet veilig kunnen leven in Nederland. Dit geldt ook voor (instellingen binnen) de Joodse gemeenschap, inclusief plekken die zorg bieden aan mensen in de laatste levensfase.

Tegelijkertijd vraagt deze zaak om een bredere context. Het Joods Hospice Immanuel stond enkele maanden geleden voor de opgave om, in verband met een verbouwing van het huidige pand, gedurende circa een half jaar uit te wijken naar een tijdelijke locatie. Nadat een aantal alternatieven zijn verkend werd een geschikte locatie gevonden bij een zorgaanbieder in Amsterdam Nieuw-West. Vrijwilligers van het hospice gaven aan zich daar niet veilig te voelen. Omdat een hospice niet kan draaien zonder vrijwilligers en er geen alternatieve plek is gevonden, lijkt vooralsnog tijdelijke sluiting aan de orde. Het hospice verkent de mogelijkheid om vrijwilligers tijdens de verbouwing bij cliënten thuis, of elders in een verpleeghuis of ander hospice in te zetten. Zo kunnen de vrijwilligers ook tijdens de verbouwing hun waardevolle ondersteuning aan mensen in de laatste levensfase voortzetten.

De politie heeft mij bevestigd dat er geen advies is gegeven over het al dan niet kunnen garanderen van de veiligheid, noch dat er uitspraken zijn gedaan waaruit een concrete dreiging of onveiligheid voor het hospice kan worden afgeleid. Ook de gemeente Amsterdam heeft aangegeven geen signalen of aanwijzingen te hebben dat het hospice zich niet veilig zou kunnen vestigen in stadsdeel Nieuw-West. De gemeente is ook niet eerder gekend in de zorgen van het hospice over de veiligheid van deze locatie.2

Vraag 3

Klopt het dat de politie, bij monde van de wijkagent aldaar, heeft geadviseerd dat de veiligheid van het hospice op de beoogde locatie in Amsterdam Nieuw-West niet kon worden gegarandeerd? Welke factoren lagen aan deze inschatting ten grondslag?

Antwoord 3

Nee, er is geen sprake van een negatief veiligheidsadvies voor de beoogde tijdelijke locatie van het hospice en daarom is er ook geen onderbouwing voor een dergelijke conclusie. De wijkagent in Nieuw-West heeft in oktober jl. met vertegenwoordigers van Immanuel gesproken over de zorgen die zij zelf hadden over een mogelijke locatie voor een nieuw hospice. De wijkagent heeft, zoals gebruikelijk, de lokale context van de wijk geschetst en besproken. De politie heeft mij laten weten dat er geen negatief advies is gegeven over het al dan niet kunnen garanderen van de veiligheid, of uitspraken zijn gedaan waaruit een concrete dreiging of onveiligheid voor het hospice kan worden afgeleid.

Vraag 4

Hoe beoordeelt u het feit dat in een Nederlandse stad een zorginstelling met een Joodse signatuur wordt belemmerd in het uitvoeren van haar taak vanwege veiligheidsrisico’s? Acht u deze situatie passend bij de verantwoordelijkheid van de overheid om alle burgers en instellingen te beschermen?

Antwoord 4

Dat is niet aan de orde. Algemeen gesteld is het de taak van de overheid om alle burgers en instellingen te beschermen. Dat burgers – in dit geval de Joodse vrijwilligers van het hospice Immanuel – zich genoodzaakt zien om hun handelen te beperken door een gevoel van onveiligheid betreur ik.

Vraag 5

Hoe luidt uw oordeel over de huidige beveiligingsaanpak voor Joodse instellingen? Is deze toereikend? Zo nee, welke verbeteringen zijn nodig om te voorkomen dat instellingen in de zorgsector hun werk niet kunnen voortzetten?

Antwoord 5

De veiligheid van Joodse instellingen in Nederland heeft de aandacht van het kabinet. Bij een verhoogde dreiging of risico ten aanzien van deze instellingen wordt door het lokaal bevoegd gezag passende veiligheidsmaatregelen getroffen. Over die maatregelen doe ik in het openbaar nooit uitspraken.

Daarnaast bestaat er sinds dit jaar het zogenaamde Veiligheidsfonds van 1,3 miljoen euro dat jaarlijks ter beschikking wordt gesteld aan Joodse instellingen en evenementen om tegemoet te komen aan de hoge beveiligingskosten die zij vanuit de eigen verantwoordelijkheid nemen. Deze regeling komt voort uit de Strategie Bestrijding Antisemitisme 2024–2030 die in samenwerking met de NCAB tot stand is gekomen. Het Joods Hospice Immanuel maakt hier ook gebruik van bij de verbouwing van haar huidige pand.

Vraag 6

Bestaan er duidelijke landelijke richtlijnen voor politie en gemeenten voor het beoordelen van veiligheidsrisico’s bij religieuze of levensbeschouwelijke instellingen? Zo nee, bent u bereid dergelijke kaders te ontwikkelen om te zorgen voor een consistente en zorgvuldige aanpak?

Antwoord 6

Religieuze instellingen zijn conform het stelsel bewaken en beveiligen – net zoals dat geldt voor andere instellingen – in beginsel verantwoordelijk voor hun eigen veiligheid. Indien dreiging en risico daartoe aanleiding geven kan het lokaal bevoegd gezag aanvullende maatregelen treffen. De beslissing om aanvullende beveiligingsmaatregelen voor religieuze instellingen te treffen, gebeurt altijd op basis van actuele dreigingsinformatie van de politie en de veiligheidsdiensten.

Vraag 7

Welke mogelijkheden ziet u om het hospice op korte termijn te ondersteunen bij het realiseren van een veilige tijdelijke locatie, het treffen van passende beveiligingsmaatregelen en/of het beperken van financiële schade?

Antwoord 7

In feite draait het om het vinden van een tijdelijke geschikte locatie. De gemeente heeft aangegeven mee te willen kijken of deze te vinden is. Ik sta daarnaast in contact met de Staatssecretaris Langdurige en Maatschappelijke Zorg. Zij heeft onlangs een bezoek gebracht aan het hospice en blijft in contact met het hospice om te verkennen hoe de effecten van de sluiting zoveel mogelijk beperkt kunnen worden en palliatieve zorg voor Joodse mensen gewaarborgd blijft.

Vraag 8

Welke stappen bent u bereid te nemen om te waarborgen dat Joodse instellingen, waaronder die in de zorg, hun werkzaamheden in Nederland ongestoord en veilig kunnen blijven uitvoeren?

Antwoord 8

Zie mijn antwoord op vraag 5 over de stappen die worden gezet voor de veiligheid van Joodse instellingen.

Toelichting:

Deze vragen dienen ter aanvulling op eerdere vragen terzake van het lid Ellian (VVD), ingezonden 18 november 2025 (vraagnummer 2025Z19980).


X Noot
1

Nieuw Israëlitisch Weekblad, 17 november 2025, Hospice moet minstens zes maanden dicht (niw.nl/hospice-moet-minstens-zes-maanden-dicht/)

Naar boven