Vragen van de leden Mutluer en Lahlah (beiden GroenLinks-PvdA) aan de Minister van
Justitie en Veiligheid over de beëindiging van persoonlijke beveiliging door de NCTV
(ingezonden 11 december 2025).
Mededeling van Minister Van Oosten (Justitie en Veiligheid) (ontvangen 2 januari 2026).
Vraag 1
Heeft u kennisgenomen van de berichten dat de beveiliging van schrijfster Lale Gül
wordt stopgezet, terwijl zij nog steeds te maken heeft met (online) bedreigingen?1
Vraag 2
Kunt u aangeven of de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV)
standaardcriteria hanteert bij de beslissing om persoonsbeveiliging te beëindigen?
Vraag 3
Indien het antwoord op vraag 2 bevestigend luidt, welke criteria zijn dat precies?
Vraag 4
Indien het antwoord op vraag 2 ontkennend luidt, waarom niet?
Vraag 5
Houdt de NCTV rekening met het feit dat online bedreigingen kunnen omslaan in fysieke
acties? Zo ja, op welke manier?
Vraag 6
In hoeverre worden eerdere incidenten, zoals de recente arrestaties van personen die
bedreigingen hebben geuit of concrete plannen zouden hebben gehad om de bedreigde
iets aan te doen, standaard meegewogen in de beoordeling om persoonsbeveiliging voort
te zetten of te beëindigen?
Vraag 7
Welke mogelijkheden hebben personen om bezwaar te maken tegen een besluit tot beëindiging
van hun beveiliging? Wie beoordeelt dit bezwaar? Binnen welke termijn wordt zo’n bezwaar
behandeld? Heeft een eventueel bezwaar opschortende werking tot er een beslissing
op het bezwaar genomen is?
Vraag 8
Hoe waarborgt de Staat dat mensen die vanwege hun werkzaamheden of publieke uitingen
een verhoogd risico lopen, voldoende beschermd blijven, ook wanneer hun persoonsbeveiliging
(deels) wordt beëindigd? Wordt hierbij onderscheid gemaakt tussen verschillende typen
publieke functies zoals bijvoorbeeld journalisten, opiniemakers, politici, activisten,
et cetera?
Vraag 9
Welke alternatieve beschermingsmaatregelen worden in dat geval aangeboden wanneer
persoonsbeveiliging wordt beëindigd, zoals: a. versterkte digitale beveiliging; b.
veilige of anonieme huisvesting; c. ondersteuning bij veiligheidsplannen in de privé
en werkomgeving of d. psychologische ondersteuning vanwege veiligheidsdreiging?
Vraag 10
In hoeverre zijn deze maatregelen structureel beschikbaar en op welke wijze wordt
de betrokkene hierover geïnformeerd?
Vraag 11
Is er op dit moment voldoende capaciteit en structurele financiering voor persoonsbeveiliging
en dreigingsbeoordeling bij de NCTV en betrokken diensten? Zo nee, welke tekorten
ziet u en wat is er volgens u nodig om dit op peil te brengen? Speelt capaciteit een
rol bij de beslissing om persoonsbeveiliging in individuele gevallen te beëindigen?
Vraag 12
In hoeveel gevallen is in de afgelopen vijf jaar persoonsbeveiliging stopgezet terwijl
er volgens de betrokkene(n) nog sprake was van aanhoudende dreiging? In hoeveel van
deze gevallen is op een later moment toch opnieuw persoonsbeveiliging ingesteld? En
hoe vaak bleek achteraf dat de dreiging inderdaad niet was afgenomen?
Vraag 13
Kunt u de bovenstaande vragen afzonderlijk van elkaar beantwoorden?
Mededeling
Hierbij deel ik u mede dat de schriftelijke vragen van de leden Mutluer en Lahlah
(beiden GroenLinks-PvdA), van uw Kamer aan de Minister van Justitie en Veiligheid
over de beëindiging van persoonlijke beveiliging door de NCTV (ingezonden 11 december
2025) niet binnen de gebruikelijke termijn kunnen worden beantwoord, aangezien nog
niet alle benodigde informatie is ontvangen.
Ik streef ernaar de vragen zo spoedig mogelijk te beantwoorden.