Aanhangsel van de Handelingen
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Nummer | Datum ontvangst |
|---|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2025-2026 | 3032 |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies.
Officiële publicaties van de overheid.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Nummer | Datum ontvangst |
|---|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2025-2026 | 3032 |
Op welke manier geeft u uitvoering aan de aangenomen motie-Ceder/Bamenga over toegang voor mensen met een beperking tot door Nederland gefinancierde interventies garanderen?1
Inclusiviteit ligt ten grondslag aan de ontwikkelingssamenwerkingsprogramma’s die het ministerie financiert. Deze programma’s zijn daarom zo veel mogelijk toegankelijk voor diverse groepen in een samenleving, waaronder mensen met een beperking. Conform de motie Ceder en Bamenga (Kamerstuk 36 180, nr. 149) blijf ik op reguliere basis in gesprek met relevante organisaties, zoals de Dutch Coalition on Disability and Development (DCDD).
Kunt u per sector specificeren hoe u de toegang voor mensen met een beperking tot door Nederland gefinancierde interventies onder respectievelijk de sectoren water, voedsel en gezondheid aantoonbaar garandeert, zoals de motie vraagt (en er dus niet enkel aandacht voor heeft)? Welke eventuele aanpassingen heeft u daarvoor doorgevoerd sinds het aannemen van de motie?
Binnen de sectoren water, voedsel en gezondheid wordt inclusie als uitgangspunt gehanteerd bij de ontwikkeling en de uitvoering van programma’s. Hieronder valt ook het waarborgen van toegang tot interventies voor mensen met een beperking, naast andere kwetsbare groepen.
Een voorbeeld binnen de watersector is het door Nederland medegefinancierde Global Water Security and Sanitation Partnership met de Wereldbank. Dit programma stimuleert toegang voor mensen met een beperking tot werk en diensten op het gebied van water en sanitaire voorzieningen en bevordert dat zij een rol spelen in besluitvorming.
Binnen de programmering op voedselzekerheid is het landrechtenprogramma in Benin (Projet de Préparation de la Mise à l'Échelle du Cadastre national) een voorbeeld van een project gericht op het bevorderen van toegang tot land voor vrouwen, jongeren en kwetsbare groepen, zoals mensen met een beperking.
Binnen de programmering op gezondheid werken partners in Mozambique bijvoorbeeld met afbeeldingen voor betere communicatie met mensen met een auditieve beperking. Ook start dit jaar in Burkina Faso een programma op het gebied van seksuele en reproductieve gezondheid en rechten (SRGR) dat rekening houdt met de informatiebehoeften van mensen met een beperking.
Kunt u toezeggen ook in deze kabinetsperiode doorlopend in gesprek te zijn met relevante organisaties over de aantoonbare en gegarandeerde toegang van mensen met een beperking tot door Nederland gefinancierde interventies? Zo nee, waarom niet?
Het ministerie voert regulier overleg met organisaties zoals de Dutch Coalition on Disability and Development (DCDD), waarin onder meer wordt gesproken over de inclusie van mensen met een beperking in ontwikkelingsbeleid en -programma’s.
Ook in de SRHR NEXT-alliantie van Nederlandse organisaties wordt specifiek aandacht besteed aan de behoeften en toegang van mensen met een beperking.
Bent u bereid om periodiek de Kamer te informeren over (de verbetering van) toegang voor mensen met een beperking tot door Nederland gefinancierde interventies? Zo nee, waarom niet?
Het ministerie voert geen doelgroepenbeleid in ontwikkelingssamenwerking. Dat betekent dat de betrokkenheid van kwetsbare groepen, waaronder mensen met een beperking, niet systematisch gemonitord wordt. Het is dan ook niet uitvoerbaar uw Kamer periodiek te informeren over toegang voor mensen met een beperking tot door Nederland gefinancierde interventies. Uiteraard blijft inclusie van mensen met een beperking een belangrijk aandachtspunt binnen onze beleidsontwikkeling en programmatische inzet. In onze reguliere rapportages, zoals het BHOS-Jaarverslag, zal ik, waar mogelijk, blijven aangeven hoe dit in de praktijk wordt ingevuld.
Bent u bereid om de inclusie van mensen met een beperking expliciet op te nemen in uw aangekondigde visie op ontwikkelingssamenwerking en daartoe te spreken met organisaties die deze mensen vertegenwoordigen? Zo nee, waarom niet?
Bij het uitwerken van de nieuwe visie op ontwikkelingssamenwerking wordt gekeken naar advisering door de AIV. Bij de totstandkoming van haar advies, heeft de AIV een openbare oproep gedaan om bij te dragen met schriftelijke input. Daarop hebben diverse organisaties kunnen reageren, waaronder hopelijk organisaties die mensen met een beperking vertegenwoordigen of programma’s voor en met mensen met een beperking uitvoeren. Bij de verdere uitwerking van de visie zal ik, waar passend, het gesprek voeren met relevante organisaties.
Op welke manier geeft u uitvoering aan de aangenomen motie van het lid Ceder c.s. over inzichtelijk maken in hoeverre de sectorale beleidsprioriteiten het welzijn van kinderen ten goede komen?2
Kunt u inzichtelijk maken hoeveel van de investeringen in ontwikkelingssamenwerking de komende jaren ten goede komen aan kinderen en onderwijs? Zo nee, waarom niet?
Het ministerie voert geen doelgroepenbeleid in ontwikkelingssamenwerking. Hierdoor wordt niet bijgehouden hoeveel van de investeringen ten goede komen aan het welzijn van kinderen. Wel is er in specifieke programma’s bijzondere aandacht voor kinderen. In lijn met de motie van de leden Ceder cs. (motie 36 800 XVII, nr. 51) zal ik voortaan jaarlijks in het BHOS-jaarverslag inzicht geven in een aantal specifieke programma’s waar welzijn en belangen van kinderen nadrukkelijk meewegen.
Voorbeelden zijn programma’s van UNICEF en Max Foundation, die direct bijdragen aan gezondheid van kinderen via voedselzekerheid en toegang tot water, sanitaire voorzieningen en hygiëne; het ACCEL-programma van de International Labour Organization, dat kinderarbeid tegengaat in internationale waardeketens voor cacao, katoen, thee en goud, in Ivoorkust, Mali, Nigeria, Ghana, Kenia en Uganda; en het PROSPECTS partnerschap, waarin inclusie van vluchtelingenkinderen in onderwijssystemen en nationale kinderbescherming wordt meegenomen als onderdeel van sociale bescherming van vluchtelingen in landen van opvang. Tevens ondersteunt PROSPECTS kinderen uit gastgemeenschappen en uit de populatie van intern ontheemden in toegang tot onderwijs. In het Future4Binti-programma (2026–2030, EUR 50 mln.) is er specifiek aandacht voor meisjes om schadelijke praktijken zoals vrouwelijke genitale verminking en kindhuwelijken in Oost-Afrika tegen te gaan. Ook het Global Programme to End Child Marriage van UNICEF (2024–2027, EUR 18 mln.) zet in op bescherming van kinderen en specifiek meisjes tegen kindhuwelijken. Daarnaast zijn er andere door Nederland gefinancierde programma’s gericht op levensreddende hulp en bescherming voor alle mensen in nood met extra aandacht voor de meest kwetsbaren, waaronder kinderen.
Klopt het dat het mandaat van de jongerenambassadeur op het Ministerie van Buitenlandse Zaken afloopt en diverse programma’s rond jongeren en onderwijs niet worden voortgezet? Hoe verhoudt dat zich tot de passage in het coalitieakkoord «We vergroten perspectief door te investeren in jongeren, onderwijs (...)»?
Bent u bereid om het mandaat van de jongerenambassadeur te verlengen? Zo nee, waarom niet?
Het vorige kabinet heeft besloten de jongerenagenda geen prioriteit meer te geven. Gegeven capaciteitsbeperkingen en vele noden moeten keuzes worden gemaakt. Na een effectieve fase van bewustwording en internationaal aanjagen van het jongerenthema (Youth at Heart) is het nu tijd voor verankering van deze aanpak in het OS-beleid via de reguliere werkprocessen. Het is dan ook niet logisch om de aanjaagfunctie van de (onder het vorige kabinet opgeheven functie) Ambassadeur Jongeren, Onderwijs en Werk opnieuw in het leven te roepen.
Jongeren blijven primair benaderd worden als partners met een stem die gehoord moet worden; jongerenparticipatie wordt vormgegeven door reeds bestaande structuren zoals de VN-Jongerenvertegenwoordigerprogramma, SRGR- jongerenambassadeur, de WestWing en lokale jongerenadviescommissies bij posten. Ook worden programma’s gericht op jongeren, zoals Orange Corners, PROSPECTS en KEY, (door)ontwikkeld en uitgevoerd.
Bent u bereid om aandacht voor het welzijn en de belangen van kinderen expliciet op te nemen in uw aangekondigde visie op ontwikkelingssamenwerking en daartoe te spreken met organisaties die kinderen vertegenwoordigen? Zo nee, waarom niet?
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20252026-3032.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.