Vragen van het lid Beckerman (SP) aan de Ministers van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening en van Klimaat en Groene Groei over het artikel «Stel vlucht na 14 jaar klagen uit appartement Amstelveen: «We waren gewoon proefkonijnen»» (ingezonden 18 augustus 2026).

Mededeling van Minister Van Veldhoven-van der Meer (Klimaat en Groene Groei) (ontvangen 9 september 2026).

Vraag 1

Bent u bekend met het onderzoek van NH Nieuws over jarenlange storingen bij warmte-koudeopslagsystemen (WKO) in Haarlem en Amstelveen? Beschouwt u deze casussen als incidenten, of erkent u dat zij symptomatisch zijn voor structurele fouten in de wijze waarop de warmtevoorziening in Nederland is georganiseerd?1

Vraag 2

Wat vindt u ervan dat een bewoner die sinds 2012 klachten meldt, zich na 14 jaar een «proefkonijn» van de energietransitie noemt en uiteindelijk noodgedwongen is verhuisd? Deelt u de mening dat dit onacceptabel is?

Vraag 3

Hoe oordeelt u over de situatie in Haarlem, waar bewoners afgelopen januari 2,5e dag in de kou zaten bij temperaturen tot – 10 graden, terwijl het verantwoordelijke bedrijf BAM Energy Systems spreekt van slechts «twee korte onderbrekingen»?

Vraag 4

Hoe verklaart u dat Nederland huishoudens verplicht van het gas afkoppelt en aansluit op collectieve warmtesystemen, terwijl er geen sluitend stelsel bestaat van verantwoordelijkheidsverdeling, onafhankelijke storingsregistratie en effectief toezicht? Deelt u de mening dat de energietransitie hiermee wordt afgewenteld op bewoners die nergens heen kunnen?

Vraag 5

Erkent u dat er sprake is van een fundamenteel probleem wanneer een warmteleverancier zowel monopolist is, als zelf de storingsdata registreert, als financieel belang heeft bij het minimaliseren van die storingen in verband met compensatieplicht? Hoe verhoudt deze constructie zich tot de basisprincipes van behoorlijke marktordening?

Vraag 6

Waarom is bij het ontwerp van de Warmtewet gekozen voor een model waarin het toezicht van de Autoriteit Consument en Markt (ACM) volledig afhankelijk is van gegevens die de onder toezicht staande partij zelf aanlevert? Erkent u dat toezicht op basis van zelfrapportage van monopolisten geen toezicht is?

Vraag 7

Welke wetswijzigingen bereidt u voor in reactie op het adviesrapport in opdracht van het Ministerie van Klimaat en Groene Groei uit december 2025 dat constateert dat de Warmtewet niet duidelijk omschrijft wie verantwoordelijk is voor onderzoek naar en oplossing van storingen?2

Vraag 8

Waar kunnen huurders volgens u op dit moment terecht wanneer zij langdurig zonder verwarming of warm water zitten en door warmtebedrijf, verhuurder en corporatie naar elkaar worden doorverwezen?

Vraag 9

Deelt u de mening dat het onaanvaardbaar is dat huurders die «meldingsmoe» zijn geworden en storingen niet eens meer melden, daarmee ook buiten beeld raken bij toezichthouder en verhuurder? Hoe gaat u ervoor zorgen dat er voor huurders één duidelijk, laagdrempelig aanspreekpunt komt met een verplichting om binnen een vastgestelde termijn te handelen?

Vraag 10

Kunnen huurders met een haperende WKO-installatie naar uw oordeel gebruikmaken van bestaande instrumenten in het huurrecht? Zo ja, waarom werkt dit in de praktijk kennelijk niet? Zo nee, welke lacune in de huurbescherming gaat u dichten?

Vraag 11

Herinnert u zich de aangenomen motie-Beckerman waarin de regering wordt verzocht onderzoek te doen naar de invoering van een Nederlandse variant van Awaab's Law, waarbij verhuurders wettelijk verplicht worden om ernstige gebreken binnen vaste termijnen te onderzoeken en te herstellen? Hoe staat het met de uitvoering van deze motie en neemt u de lessen uit dit artikel mee hierin?3

Vraag 12

Deelt u de mening dat de casussen in Haarlem en Amstelveen, waar bewoners tot wel veertien jaar lang klagen zonder oplossing, precies laten zien waarom zo'n wettelijke hersteltermijn met sancties nodig is als stok achter de deur? Bent u bereid het langdurig uitvallen van verwarming en warm water expliciet aan te merken als ernstig gebrek dat onder een dergelijke wettelijke regeling zou vallen?

Vraag 13

Hoe beoordeelt u het feit dat de rijksoverheid grootschalige uitrol van WKO stimuleert zonder zicht te hebben op de prestaties van de bestaande 3000 installaties? Bent u bereid een landelijke, openbare monitoring van alle collectieve warmtesystemen wettelijk te verankeren?

Vraag 14

Deelt u de mening dat de compensatieregeling bij storingen structureel faalt zolang bewoners de storing moeten aantonen op basis van data die alleen de leverancier bezit? Bent u bereid de bewijslast om te keren, dan wel compensatie automatisch te laten uitkeren op basis van onafhankelijk gemeten data?

Vraag 15

Hoe reageert u op waarschuwingen van de Woonbond waarin zij aangeven dat het draagvlak voor de energietransitie afbrokkelt door het soort systeemfalen zoals beschreven in dit artikel?

Vraag 16

Hoe staat het met de uitvoering van het voor 50 procent in publieke handen brengen van warmtebedrijven, en waarom zijn bestaande systemen zoals die van BAM Energy Systems daar kennelijk nog niet onder gebracht? Deelt u de mening dat deze casussen aantonen dat warmte een nutsvoorziening is die volledig in publieke handen thuishoort, en niet als bijproduct bij commerciële bouwbedrijven?

Vraag 17

Welke garanties kunt u geven dat de 35.000 nieuwbouwwoningen die naar verwachting jaarlijks op een WKO worden aangesloten, niet in dezelfde situatie belanden? Bent u bereid de verdere verplichte uitrol te koppelen aan wettelijke kwaliteits- en prestatie-eisen, met sancties bij niet-naleving?

Vraag 18

Bent u bereid de ACM de bevoegdheid en de middelen te geven om zelfstandig, op basis van eigen metingen en een openbaar storingsregister, toezicht te houden op warmteleveranciers? Zo nee, hoe rechtvaardigt u dan dat honderdduizenden huishoudens zonder keuzevrijheid zijn overgeleverd aan een toezichtsysteem dat naar het oordeel van de toezichthouder zelf lastig is?

Mededeling

De vragen van het lid Beckerman (SP) over het artikel «Stel vlucht na 14 jaar klagen uit appartement Amstelveen: «We waren gewoon proefkonijnen»» (kenmerk 2026Z16983), ingezonden 18 augustus 2026, kunnen wegens interdepartementale afstemming niet binnen de gebruikelijke termijn worden beantwoord.

Naar boven