Aanhangsel van de Handelingen
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Nummer | Datum ontvangst |
|---|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2025-2026 | 2666 |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies.
Officiële publicaties van de overheid.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Nummer | Datum ontvangst |
|---|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2025-2026 | 2666 |
Bent u ervan op de hoogte dat een droge bodem de opname remt van meststoffen doordat mineralisatie en nutriëntentransport stagneren?
Bent u ervan op de hoogte dat planten voedingsstoffen niet kunnen oplossen of opnemen via de wortels en het uitrijden van drijfmest op harde, droge grond zorgt voor extra scheurvorming, gasverlies (ammoniakemissie) en verzouting rond de wortels?
Ja, door suboptimale vochtvoorziening wordt de groei van een gewas beperkt. Daarnaast kan het uitrijden van drijfmest op droge grond inderdaad zorgen voor meer gasverlies en verzouting rond de wortels. Deze emissies zijn onder natte en koude omstandigheden lager dan onder de huidige droge en warme omstandigheden. Ook kan het voorkomen dat het toedienen van drijfmest onder droge omstandigheden bijdraagt aan extra scheurvorming op met name klei- en veengronden.
Bent u ervan op de hoogte dat meststoffen essentieel zijn voor de groei van gras en gewassen?
Acht u voedselproductie en voedselzekerheid van het grootste belang voor de weerbaarheid en stabiliteit in Nederland? Zo nee, waarom niet?
Voedselzekerheid is van fundamenteel belang voor de nationale en Europese weerbaarheid en strategische autonomie. Een robuuste voedselproductieketen levert hier uiteraard een cruciale bijdrage aan.
Voor de groei van gewassen is het toedienen van voldoende nutriënten van belang. De opname van nutriënten wordt bepaald door een combinatie van neerslag, vochtleverend vermogen van de bodem en het gewastype. Het huidige neerslagtekort heeft een negatieve invloed op de gewasproductie door de verminderde opname van nutriënten.
Bent u ervan op de hoogte dat bij een gebrek aan mineralen en nutriënten oogsten minder opbrengen en de voedselproductie kan stagneren dan wel oogsten kunnen mislukken?
Vindt u dit wenselijk? Zo ja, waarom?
De opname van nutriënten door gewassen is essentieel voor de gewasopbrengsten. Droogte kan zorgen voor lagere opbrengsten. Het is uiteraard niet wenselijk dat oogsten mislukken.
Deelt u de opvatting dat het vanuit zowel landbouwkundig als milieukundig oogpunt onwenselijk is wanneer agrariërs vanwege een vaste einddatum voor het uitrijden van mest feitelijk worden gedwongen mest uit te rijden op een moment waarop de weers- en bodemomstandigheden daarvoor ongunstig zijn, terwijl uitstel tot gunstigere omstandigheden kan leiden tot een betere benutting van nutriënten en minder verliezen naar het milieu? Zo nee, waarom niet?
Deelt u de opvatting dat kalenderlandbouw moet worden voorkomen en dat de daadwerkelijke weers- en bodemomstandigheden leidend zouden moeten zijn bij het bepalen van het moment voor het uitrijden van mest? Zo nee, waarom niet?
De uitrijdperiodes voor dierlijke mest op bouwland en grasland zijn geregeld in Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) en komen voort uit een verplichting vanuit de Europese Nitraatrichtlijn en richten zich op het doel om een goede grond- en oppervlaktewaterkwaliteit te bewerkstelligen. De kalenderlandbouwmaatregel voor het inzaaien van vanggewassen is opgenomen in het 7e actieprogramma Nitraatrichtlijn en is daarmee onderdeel van de afspraken die zijn gemaakt met de Europese Commissie over dit actieprogramma.
Het hanteren van een uitrijdperiode heeft tot doel om de uitspoeling van nutriënten uit de landbouw naar het grond- en oppervlaktewater te beperken. Dit brengt met zich mee dat het zinvol is om uitrijdperiodes te reguleren, binnen welke de dierlijke mest mag worden uitgereden en optimaal kan worden benut door de gewassen. In sommige jaren leidt dit tot problemen voor de landbouwpraktijk, waarbij weers- en bodemomstandigheden het uitrijden van dierlijke mest kunnen beperken met als gevolg dat de agrariër mogelijk onvoldoende ruimte heeft om de gewassen optimaal te voorzien van dierlijke meststoffen. Het vaststellen van uitrijddata is echter noodzakelijk vanuit milieukundig oogpunt, waar slechts bij hoge uitzondering van kan worden afgeweken mits hiertoe een landbouwkundige noodzaak is en er geen nadelige milieukundige effecten zijn.
Bent u ervan op de hoogte dat in 2024 het mestuitrijseizoen in 2024 ook is verlengd vanwege weersomstandigheden in die zomer?
Vanwege de extreem natte weersomstandigheden vanaf het najaar 2023 tot en met het voorjaar van 2024 konden agrariërs niet tijdig alle dierlijke mest binnen de beschikbare gebruiksruimte plaatsen. Vanwege deze extreme weersomstandigheden in het voorjaar is op basis van een advies van een Expertcommissie, samengesteld uit wetenschappers op het vlak van waterkwaliteit, plantengroei, het KNMI en vertegenwoordigers van sectorpartijen, besloten om de uitrijdperiode van dierlijke drijfmest op grasland te verlengen van 31 augustus naar 15 september1.
Bent u bereid om zich in te spannen om het mestuitrij-seizoen dat tot 31 augustus duurt, te verlengen en daarvoor de Commissie Deskundigen Meststoffen per omgaande (met de grootste spoed) een advies te vragen? Zo nee, waarom niet?
Voor een uitstel van de uitrijddata dierlijke mest moet een afweging worden gemaakt tussen de weersomstandigheden en hoe zich dit ontwikkelt tot en met eind augustus, het effect van eventueel verlengen van de uitrijddata op de waterkwaliteit (en andere milieukundige aspecten) en de landbouwkundige noodzaak voor de gewasgroei om de uitrijddata te verlengen. In het verleden zijn in enkele jaren uitrijddata verlengd vanwege droogte (2018, 2021) of juist natheid in het betreffende jaar (2024, zie antwoord vraag 10). Ook zijn in andere jaren verzoeken gedaan, waarbij bovengenoemde afweging niet leidde tot een uitstel van uitrijdperiodes. Bij een uitstel van een uitrijdperiode voor dierlijke mest moet in ieder geval de Europese Commissie worden geïnformeerd, omdat hiermee wordt afgeweken van eerdere afspraken over de vastgestelde uitrijddata.
Naast uw vragen heeft LTO Nederland op 11 augustus jongstleden een verzoek gedaan voor het verlengen van de uitrijdperiode voor aanwending van mest op grasland.
Ik zal de Commissie Deskundigen Meststoffenwet (CDM) vragen om een advies voor de verlenging van de uitrijdperiode van dierlijke drijfmest op grasland. Verder blijf ik de weers- en bodemomstandigheden monitoren en daarbij blijf ik in nauw contact staan met de sector. Zodra de CDM een advies heeft opgesteld zal ik op basis van dit advies een afweging maken over een eventuele verlenging van de uitrijdperiode van dierlijke mest. Indien ik zal besluiten tot een eventuele verlenging van de uitrijdperiode, zal ik uw Kamer daarover informeren.
Kunt u deze vragen, gezien de tijdsdruk, per omgaande beantwoorden, doch uiterlijk vrijdag 7 augustus?
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20252026-2666.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.