Vragen van het lid Westerveld (PRO) aan de Minister van Asiel en Migratie over de Raad van State uitspraak van 1 juli over gewortelde kinderen (ingezonden 22 juli 2026).

Mededeling van Minister Van den Brink (Asiel en Migratie) (ontvangen 12 augustus 2026).

Vraag 1

Bent u bekend met de uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 1 juli 2026 dat u geen goede belangenafweging heeft gemaakt over de afsluitende regeling «kinderpardon» tussen het belang van Nederland en de belangen van kinderen?

Vraag 2

Volgt uit deze uitspraken dat de drie gezinnen waarover deze gaan een verblijfsvergunning krijgen?

Vraag 3

Erkent u dat het uitzetten van deze kinderen na zo veel jaren verblijf in Nederland ronduit schadelijk is voor hun ontwikkeling, zoals de Raad van State doet?

Vraag 4

Wanneer zullen de gezinnen hierover geïnformeerd worden en hoe zal het verdere proces eruitzien?

Vraag 5

Welke verdere consequenties heeft het oordeel van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State dat u geen goede belangenafweging heeft gemaakt door de belangen van het kind en het belang van het privéleven van het gezin minder zwaar te wegen dan het feit dat zij onrechtmatig in Nederland verblijven? Heeft dit consequenties voorbij deze drie gezinnen?

Vraag 6

Gaat u in het vervolg het belang van het kind zwaarder laten meewegen ten opzichte van het belang van de overheid in het geval dat zij langtijdig geworteld zijn, zoals de Raad van State ook oordeelt?

Mededeling

Hierbij deel ik u mede dat de schriftelijke vragen van het lid Westerveld (PRO), van uw Kamer aan de Minister van Asiel en Migratie over de Raad van State uitspraak van 1 juli over gewortelde kinderen (ingezonden 22 juli 2026) niet binnen de gebruikelijke termijn kunnen worden beantwoord, aangezien nog niet alle benodigde informatie is ontvangen.

Ik streef ernaar de vragen zo spoedig mogelijk te beantwoorden.

Naar boven