Vragen van het lid Ergin (DENK) aan de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over de uitspraak dat het islamitische geloof «het minst tolerant» zou zijn (ingezonden 30 juni 2026).

Mededeling van Minister Letschert (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap), mede namens de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (ontvangen 10 juli 2026).

Vraag 1

Waarom heeft u ervoor gekozen om, naar aanleiding van een onderzoek naar lhbtiq+-opvattingen onder jongeren, te stellen dat het islamitische geloof «het minst tolerant» zou zijn in vergelijking met het christendom en andere geloofsovertuigingen?

Vraag 2

Klopt het dat het onderzoek geen oordeel geeft over de tolerantie van religies, maar uitsluitend ziet op opvattingen van jongeren over lhbtiq+-personen? Zo ja, waarop baseerde u dan uw uitspraak dat het islamitische geloof «het minst tolerant» zou zijn?

Vraag 3

Heeft u deze uitspraak gedaan namens het kabinet, onder het beginsel van eenheid van kabinetsbeleid, of betrof dit uw persoonlijke opvatting?

Vraag 4

Indien dit kabinetsbeleid betreft: kan het kabinet bevestigen dat het islamitische geloof volgens het kabinet «het minst tolerant» is? Indien dit niet het geval is, waarom heeft u deze uitspraak dan gedaan als bewindspersoon?

Vraag 5

Waarom heeft u ervoor gekozen een algemene kwalificatie te geven van «het islamitische geloof», terwijl het onderzoek uitsluitend betrekking heeft op opvattingen van respondenten die zichzelf als moslim identificeren?

Vraag 6

Erkent u dat uw uitspraak een algemene kwalificatie van het islamitische geloof inhoudt, terwijl de onderzoekers zelf geen conclusies trekken over religies, maar uitsluitend rapporteren over opvattingen van een onderzochte groep jongeren? Erkent u daarmee dat u met uw algemene duiding verder bent gegaan dan de onderzoekers zelf verantwoorden?

Vraag 7

Heeft u vooraf kennisgenomen van de methodologische kanttekeningen van de onderzoekers, waarin zij waarschuwen dat de resultaten met voorzichtigheid moeten worden geïnterpreteerd? Zo ja, waarom heeft u die waarschuwingen niet betrokken bij uw publieke duiding?

Vraag 8

Bent u bereid uw woorden in te trekken en excuses aan te bieden aan de moslimgemeenschap in Nederland?

Vraag 9

Kunt u deze vragen afzonderlijk beantwoorden?

Mededeling

De afgelopen periode hebben verschillende Kamerleden schriftelijke vragen gesteld over diverse onderwerpen.

Het gaat om de volgende vragenset:

  • – Vragen van het lid Ergin (DENK) over de uitspraak dat het islamitische geloof «het minst tolerant» zou zijn (2026Z15017).

Tot onze spijt is beantwoording binnen de gestelde termijn niet mogelijk, in verband met het zomerreces. Wij zullen de vragen zo snel mogelijk beantwoorden.

Naar boven