Vragen van het lid Van Houwelingen (FVD) aan de Minister van Volksgezondheid, Welzijn
en Sport over het artikel «Freedom of scientific inquiry: reclaiming space for controversy»
(ingezonden 11 mei 2026).
Antwoord van Minister Hermans (Volksgezondheid, Welzijn en Sport) (ontvangen 29 juni
2026)Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 2097.
Vraag 1
Bent u bekend met het artikel «Freedom of scientific inquiry: reclaiming space for
controversy» van professor Akiko Iwasaki in Nature Reviews Immunology (1 mei 2026),
waarin zij pleit voor een open wetenschappelijk debat over vaccinatieschade en expliciet
verwijst naar nieuw onderzoek naar het Post-Vaccinatie Syndroom (PVS)?
Vraag 2 en 3
Hoe weegt u de oproep van deze vooraanstaande immunoloog om «onhandige vragen» over
vaccinatie-bijwerkingen met wetenschappelijke integriteit te behandelen, in het licht
van het huidige Nederlandse beleid waarin de specifieke ondersteuning voor deze groep
(C-support) juist wordt afgebouwd?
Deelt u de visie van professor Iwasaki dat het ontkennen van de noodzaak voor gespecialiseerd
onderzoek en debat de wetenschappelijke vooruitgang en het publieke vertrouwen schaadt,
zeker nu preprints van onder andere de Yale LISTEN-studie duiden op unieke symptoomprofielen
bij PVS-patiënten?
Antwoord 2 en 3
In Nederland worden klachten na vaccinatie en vaccinatiebijwerkingen met wetenschappelijke
integriteit behandeld en het belang hiervan wordt dan ook onderschreven. Onderzoek
naar bijwerkingen wordt verricht door bijwerkingencentrum Lareb, wat door het Ministerie
van VWS wordt gefinancierd. C-support doet geen onderzoek naar bijwerkingen.
Vraag 4
Erkent u dat de transitie van PVS-zorg naar het «reguliere veld» indruist tegen de
internationale roep om juist meer specialistische aandacht en onderzoek naar de pathofysiologie
van deze aandoening, zoals bepleit in Nature Reviews Immunology?
Antwoord 4
Van een dergelijke transitie is geen sprake. C-support ondersteunt post-COVID patiënten
maar is geen zorgverlener. De inzet van het kabinet is dat alle PAIS-patiënten, waaronder
patiënten met post-COVID klachten, passende zorg en ondersteuning ontvangen binnen
de reguliere structuren van zorg en welzijn.
Vraag 5
Bent u bereid om, in de geest van «vrijheid van wetenschappelijk onderzoek», de subsidie
voor C-support te handhaven als de centrale plek waar in Nederland deze internationale
nog volop in ontwikkeling zijnde kennis wordt verzameld en vertaald naar de Nederlandse
patiëntenzorg?
Antwoord 5
Wat betreft de subsidie aan C-support verwijst het kabinet naar de antwoorden van
22 april jl. op Kamervragen hierover van het lid Bushoff (Pro)1 en van het lid Bikker (CU).2 In deze antwoorden is o.a. aangegeven dat, ook na 2026, middelen beschikbaar blijven
voor een kennis- en informatiecentrum, zodat bijvoorbeeld nascholingen voor huisartsen
beschikbaar blijven.
Vraag 6
Welke acties onderneemt u om te waarborgen dat Nederlandse zorgverleners niet vervallen
in wat professor Iwasaki beschrijft als «politiek gekleurde evaluaties», maar patiënten
met klachten na vaccinatie serieus nemen op basis van de meest recente, onafhankelijke
internationale data?
Antwoord 6
Zoals benoemd in het antwoord op vraag 2 en 3 worden klachten na vaccinatie in Nederland
serieus genomen en bijgehouden door Bijwerkingencentrum Lareb. Lareb analyseert aan
de hand van Europese farmacovigilantieregels deze meldingen en stuurt deze geanalyseerde
informatie door naar het Europese meldsysteem EudraVigilance. Dit Europese meldsysteem
is een centrale Europese databank die beheerd wordt door het Europees Medicijnagentschap
(EMA) en waarin bijwerkingen uit alle EU-landen worden verzameld zodat deze gebruikt
kunnen worden voor geneesmiddelenbewaking. De meldingen worden met klinische en farmaco-epidemiologische
gegevens, meldingen uit andere EU-lidstaten en wereldwijde gegevens geëvalueerd om
het bijwerkingenprofiel van geneesmiddelen, inclusief vaccins, te bepalen.
Vraag 7
Kunt u toezeggen dat u, conform de aanbevelingen in het genoemde artikel, ruimte creëert
voor een structureel expertisecentrum waar ook «controversiële» post-acute aandoeningen
zoals PVS zonder vooroordelen onderzocht en behandeld kunnen worden?
Antwoord 7
De organisatie van de zorg is aan het zorgveld zelf. Het zorgveld is zelf het beste
in staat om te bepalen op welke wijze aandoeningen onderzocht en behandeld kunnen
worden en welke organisatievorm daarvoor nodig is. Het kabinet heeft hierin geen sturingsmogelijkheid.