Aanhangsel van de Handelingen
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Nummer | Datum ontvangst |
|---|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2025-2026 | 2327 |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Nummer | Datum ontvangst |
|---|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2025-2026 | 2327 |
Heeft u kennisgenomen van de uitspraken van het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) over de Huis- en hobbydierenlijst op 28 mei 2026 (ECLI:NL:CBB:2026:210 t/m 219), waarin het CBb oordeelt dat voor meerdere diersoorten, waaronder de dromedaris, een nieuw besluit moet worden genomen?
Hoe beoordeelt u het feit dat het CBb heeft geoordeeld dat de toepassing van het domesticatiecriterium door de Minister te beperkt is geweest en dat voor onder andere de dromedaris, chinchilla en Russische dwerghamster, opnieuw een bestuurlijke afweging moet worden gemaakt?
Het Adviescollege huis- en hobbydierenlijst heeft geadviseerd om zoogdiersoorten met populaties die zich in een vergevorderd stadium van het domesticatieproces bevinden op de huis- en hobbydierenlijst te plaatsen. Het CBb heeft geoordeeld dat het domesticatiecriterium gebruikt mag worden en deugdelijk is. Overigens oordeelde het CBb dat ik moet bezien of er aanleiding bestaat om de soorten dromedaris, jak, chinchilla, Russische dwerghamster en witstaartstekelvarken om bestuurlijke redenen toch op de lijst te plaatsen, ook al voldoen deze soorten niet aan het criterium van verregaande domesticatie. Ik ga deze bestuurlijke afweging zorgvuldig maken.
Erkent u dat deze uitspraak, waarin door de rechter is vastgesteld dat bij al zeker zes diersoorten ondeugdelijk gemotiveerde besluiten zijn genomen, laat zien dat bij het opstellen van de Huis- en hobbydierenlijst fouten zijn gemaakt in de beoordeling van diersoorten, in het bijzonder bij de toepassing van het domesticatiecriterium?
In de uitspraak over de huis- en hobbydierenlijst heeft het CBb geoordeeld dat de lijst op een zorgvuldige manier tot stand is gekomen. Het CBb heeft de bezwaren over de onafhankelijkheid en deskundigheid van de adviescommissie en het adviescollege die hebben geadviseerd over de lijst verworpen. Het CBb heeft geoordeeld dat de systematiek die is gebruikt, wetenschappelijk verantwoord is en juist is toegepast. De manier van beoordelen is in overeenstemming met de eisen van het Europees recht.
Het CBb heeft geoordeeld dat het domesticatiecriterium gebruikt mag worden en deugdelijk is. Overigens oordeelde het CBb dat ik moet bezien of er aanleiding bestaat om de soorten dromedaris, jak, chinchilla, Russische dwerghamster en witstaartstekelvarken om bestuurlijke redenen toch op de lijst te plaatsen, ook al voldoen deze soorten niet aan het criterium van verregaande domesticatie. Daarnaast moet ik het zoönoserisico van de katoenrat opnieuw bezien. Voor zes andere soorten moet ik opnieuw een beslissing op bezwaar nemen. Alle andere besluiten over het plaatsen of niet plaatsen van soorten zijn in rechte vast komen te staan.
Verwacht u naar aanleiding van de uitspraak van het CBb, dat sprake is van 314 afzonderlijke besluiten waartegen individueel bezwaar en beroep openstaat, een groot aantal aanvullende bezwaar- en beroepsprocedures tegen andere besluiten om diersoorten niet aan te wijzen? Zo ja, wat betekent dit volgens u voor de uitvoerbaarheid en juridische houdbaarheid van de huidige Huis- en hobbydierenlijst?
De uitspraak maakt duidelijk dat de beoordelingen van de diersoorten in rechte vaststaan, tegen deze beoordelingen is geen bezwaar en beroep meer mogelijk. Uitzonderingen hierop vormen de twaalf soorten waarover ik een nieuw besluit moet nemen.
Acht u het wenselijk en werkbaar dat deze uitspraak leidt tot een aanzienlijke extra belasting van rechtbanken en uitvoeringsorganisaties door nieuwe procedures over individuele diersoorten?
Nee, ik zie dit risico niet. Voor nadere toelichting verwijs ik u naar mijn antwoord op vraag 4.
Hoe verhoudt het oordeel van het CBb zich volgens u tot de eis uit het Andibel-arrest (ECLI:EU:C:2008:353) dat een positieflijst moet zijn gebaseerd op objectieve en proportionele criteria, nu blijkt dat voor meerdere soorten alsnog een aanvullende bestuurlijke (en dus specifiek niet wetenschappelijke) afweging nodig is om tot een besluit te komen?
Het CBb heeft geoordeeld dat de huis- en hobbydierenlijst is gebaseerd op objectieve en proportionele criteria. De systematiek van de lijst, alsmede het domesticatie-criterium zijn in lijn met het Andibel-arrest. Overigens oordeelde het CBb dat ik een aanvullende bestuurlijke afweging moet maken zoals toegelicht in antwoord op vraag 3. Deze afweging gaat over de toepassing van het criterium domesticatie. Ik bezie momenteel hoe ik deze afweging ga maken.
Deelt u de opvatting dat het problematisch is dat de strikt wetenschappelijke beoordelingssystematiek ertoe zou hebben geleid dat zelfs honden, katten en paarden niet op de lijst zouden zijn geplaatst en dat vervolgens via het domesticatiecriterium bestuurlijke uitzonderingen moesten worden gemaakt? Zo nee, waarom niet?
Het CBb heeft vastgesteld dat het domesticatie-criterium wetenschappelijk is onderbouwd en consequent is toegepast. Er hoefden dus geen bestuurlijke uitzonderingen gemaakt te worden om verregaand gedomesticeerde populaties van soorten op de lijst te plaatsen. Honden, katten en paarden staan op de huis- en hobbydierenlijst en mogen gehouden worden.
Hoe verklaart u de uitzonderingspositie die het damhert en edelhert innemen, nu uit de uitspraak van het CBb blijkt dat de bevoegdheid omtrent het aanwijzen van diersoorten als soorten die gehouden mogen worden niet discretionair van aard is?
Het damhert en edelhert zijn niet aangewezen. Mijn voorganger heeft besloten in een vrijstelling op grond van artikel 10.1, eerste lid, van de Wet dieren voor deze soorten te voorzien. Hetzelfde geldt voor het houden van de dromedaris voor productie, ook hiervoor is in een vrijstelling voorzien.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20252026-2327.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.