Vragen van het lid Hoogeveen (JA21) aan de Minister van Buitenlandse Zaken over de
repatriëring van stoffelijke resten van vijf Nederlandse militairen uit Noord-Korea
(ingezonden 13 mei 2026).
Antwoord van Minister Berendsen (Buitenlandse Zaken), mede namens de Minister van
Defensie (ontvangen 15 juni 2026). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026,
nr. 2067.
Vraag 1
Wat is de actuele stand van zaken met betrekking tot de opsporing en mogelijke repatriëring
van de stoffelijke resten van vijf Nederlandse militairen (onder wie sergeant Cornelis
van der Snepscheut, soldaten Johannes Moonen, Johannes Knaap, Tijs Deegmulder en Franciscus
Lamberti)?
Antwoord 1
Het kabinet zet zich doorlopend in voor de opsporing en mogelijke repatriëring van
de stoffelijke resten van vijf Nederlandse militairen van het Nederlandse Detachement
Verenigde Naties (NDVN). De regering onderhoudt hierover contact met zowel relevante
Zuid-Koreaanse als Amerikaanse overheden en leverde DNA profielen en historische en
medische gegevens aan. Dat heeft tot op heden echter, geen resultaat opgeleverd. Het
kabinet blijft vasthouden aan deze inzet.
Vraag 2
Heeft de Nederlandse regering sinds 2018 nieuwe diplomatieke stappen ondernomen richting
Noord-Korea, de Verenigde Staten, Zuid-Korea of het United Nations Command om deze
zaak te bevorderen?
Antwoord 2
Ja, op 7 december 2020 is er een Memorandum of Understanding (MoU) afgesloten tussen de Zuid-Koreaanse en Nederlandse Ministeries van Defensie
met specifiek dit doel, namelijk het bevorderen van de samenwerking op de identificatie
van vermiste personen van de Korea Oorlog.
Op basis van dit MoU heeft Nederland aan het Zuid-Koreaanse Ministry of Defense Agency for KIA Recovery and Identification (MAKRI) digitale DNA-profielen van nazaten van de vermiste Nederlandse militairen
aangeleverd, alsook vijf met zorg door het Ministerie van Defensie samengestelde data
packages met historische en medische gegevens. MAKRI organiseert nog jaarlijks zoek-
en bergingsmissies in Zuid-Korea. Naar schatting worden er nog meer dan 133.000 militairen
van het United Nations Command (UNC) vermist.
Omdat het NDVN tijdens de Koreaanse Oorlog was ingedeeld bij het Amerikaanse leger,
onderhoudt de regering ook contact met het agentschap van het Amerikaanse Ministerie
van Defensie dat identificatieonderzoek doet van stoffelijke resten (Defense Prisoner of War / Missing in Action Accounting Agency – DPAA). Dezelfde gegevens zijn ook daar aangeleverd. Dit heeft echter in beide gevallen
nog niet tot een DNA-match geleid.
Nederland is volwaardig lid van het United Nations Command (UNC), de organisatie die
toeziet op de naleving van de wapenstilstand tussen Noord- en Zuid-Korea. UNC speelt
echter geen leidende rol bij het lokaliseren, bergen en identificeren van stoffelijke
resten.
Nederland heeft slechts minimaal contact met Noord-Korea en heeft geen ambassade in
Pyongyang. De Nederlandse ambassadeur is Seoel is tevens de Nederlandse vertegenwoordiger
naar Noord-Korea, maar is door Pyongyang nog niet uitgenodigd om zijn geloofsbrieven
te overhandigen. Onder de huidige politieke omstandigheden blijft de kans op samenwerking
met Noord-Korea op dit onderwerp bijzonder klein.
Vraag 3
Wordt er momenteel nog altijd samengewerkt met Zuid-Koreaanse instanties of het United
Nations Command voor mogelijke zoekacties of DNA-onderzoek, en zo ja, wat zijn de
concrete resultaten hiervan tot nu toe?
Antwoord 3
Zie het antwoord op vraag 1 en 2.
Vraag 4
Zijn er de afgelopen jaren contacten geweest met Noord-Koreaanse autoriteiten, direct
of via tussenpersonen, over de overdracht van stoffelijke resten van VN-militairen,
en is daarbij specifiek aandacht gevraagd voor Nederlandse gevallen?
Antwoord 4
Zie beantwoording vraag 2. Wel zijn er contacten geweest via de VS. Na een ontmoeting
tussen de Amerikaanse president Trump en de Noord-Koreaanse president Kim Yong-un
heeft Noord-Korea in juli 2018 55 kisten met de vermoedelijke stoffelijke resten van
gesneuvelde Amerikaanse militairen uit de Koreaanse Oorlog overgedragen aan de Verenigde
Staten. Zoals eerder opgemerkt, staat Nederland in contact met het Amerikaanse DPAA,
dat het identificatieonderzoek van de stoffelijke resten uitvoert.
Vraag 5
Bent u bereid om, in lijn met eerdere toezeggingen, de kwestie opnieuw diplomatiek
aan te kaarten, bijvoorbeeld in multilateraal verband of via bondgenoten, gezien het
feit dat er al meer dan 70 jaar verstreken is?
Antwoord 5
Ja, het kabinet blijft zich onverminderd inzetten voor de opsporing en mogelijke repatriëring
van de stoffelijke resten van deze vijf Nederlandse militairen. Hiervoor wordt reeds
samengewerkt met de Verenigde Staten en Zuid-Korea. Nederland zal dit onderwerp blijven
opbrengen in contacten met deze landen.