Vragen van de leden Faber, Vondeling, Wilders (allen PVV) aan de Ministers van Justitie
en Veiligheid en van Asiel en Migratie over de toename van eerwraak in Nederland (ingezonden
1 april 2026).
Antwoord van Minister Van Weel (Justitie en Veiligheid), mede namens de Minister van
Asiel en Migratie (ontvangen 10 juni 2026). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar
2025–2026, nr. 1713.
Vraag 1
Bent u het ermee eens dat eerwraak onacceptabel is?
Antwoord 1
Ja, eerwraak is onacceptabel. Het is een misdrijf dat binnen ons Wetboek van Strafrecht
strafbaar wordt gesteld als (poging tot) moord of doodslag.
Vraag 2
Welke prioriteit geeft de politie aan dergelijke zaken? Aan hoeveel meldingen van
eerwraak wordt opvolging gegeven binnen de strafrechtsketen?
Antwoord 2
Zoals in het antwoord op vraag 1 aangegeven, wordt eerwraak binnen ons Wetboek van
Strafrecht gekwalificeerd als moord of doodslag. Beide vallen onder de zwaarste categorie
geweldsdelicten en hebben altijd prioriteit bij de politie. Bij het vervolgen van
moord- of doodslagzaken wordt niet apart geregistreerd op eerwraak. Of een eermotief
een rol heeft gespeeld bij de gepleegde moord of doodslag blijkt veelal uit de feiten
en omstandigheden van de zaak, voor zover de strafrechter deze context tot uitdrukking
brengt in het vonnis dan wel arrest.
Vraag 3
Bent u het ermee eens dat eerwraak uitzetting tot gevolg moet hebben, niet alleen
de dader maar ook het hele gezin?
Antwoord 3
Eerwraak is een ernstig misdrijf en als het mogelijk is, zal de verblijfsvergunning
van de dader worden ingetrokken. Daarbij is het kabinet gehouden aan geldende wet-
en regelgeving. Voor het intrekken van de verblijfsvergunning op grond van gevaar
voor de openbare orde, is ten minste een onherroepelijke gerechtelijke veroordeling
van de desbetreffende vreemdeling nodig. Alleen de dader kan het land worden uitgezet;
wanneer gezinsleden geen strafbaar feit hebben gepleegd, is er geen reden om hen uit
te zetten.
Naarmate een vreemdeling langer in Nederland verblijft, dient de opgelegde straf zwaarder
te zijn; deze zogenoemde «glijdende schaal» is neergelegd in artikel 3.86 van het
Vreemdelingenbesluit 2000. Daarnaast is de IND gehouden om te toetsen aan het evenredigheidsbeginsel
of er specifieke redenen zijn, zoals de aanwezigheid van kleine kinderen, die de intrekking
van de verblijfsvergunning zouden kunnen belemmeren. En bij een aantal categorieën
vreemdelingen (asielstatushouders, EU-burgers en hun gezinsleden, langdurig ingezetene
derdelanders en Turken die verblijfsrecht ontlenen aan het Associatieverdrag met EU-Turkije)
moet de IND op grond van het EU-recht toetsen of de vreemdeling nog steeds een actuele
bedreiging vormt voor de fundamentele belangen van de samenleving.
Vraag 4
Bent u het ermee eens dat eerwraak een cultureel probleem is en haaks staat op het
eigen kabinetsbeleid van tolerantie?
Antwoord 4
Ja. Het kabinet onderkent dat eergerelateerd geweld vaak een culturele achtergrond
kent die regelmatig een oorsprong heeft in het herkomstland van de dader.
Vraag 5
Wilt u een overzicht verstrekken en daarbij het volgende opnemen: het aantal meldingen
uitgesplitst naar strafbaar feit met daarin een onderverdeling van het aantal daders
uitgesplitst naar land van herkomst?
Antwoord 5
De politie registreert zaken waarbij mogelijk sprake is geweest van eerwraak niet
aan de hand van de gevraagde gegevens.
Vraag 6
Bent u het ermee eens dat de islam hier een duidelijke rol inspeelt en botst met de
westerse democratie? Bent u het ermee eens dat de ongebreidelde asielinstroom uit
veelal islamitische landen een directe oorzaak vormt van de toename van deze misdrijven
in Nederland? Zo ja, wanneer gaat u eindelijk een asielstop en een stop op nareis
invoeren?
Antwoord 6
De context van eergerelateerd geweld is complex. Verschillende thema’s zoals cultuur,
familie, genderverhoudingen, mensenrechten, migratie, integratie en religie zijn relevant
binnen de aanpak. Het uitlichten van slechts één van die thema’s, zoals religie, doet
geen recht aan een constructieve aanpak van eergerelateerd geweld en kan bovendien
stigmatiserend werken.1
Zoals in het antwoord op vraag 4 aangegeven onderkent het kabinet dat eergerelateerd
geweld vaak een culturele achtergrond kent die regelmatig een oorsprong heeft in het
herkomstland van de dader. Het kabinet hecht eraan meer grip te krijgen op migratie
en geeft daaraan invulling met een brede agenda binnen de kaders van het internationaal
recht.
X Noot
1J.H.L.J. Janssen, «De rol van religie bij het afbakenen, verklaren en aanpakken van
eergerelateerd geweld», gepubliceerd in het tijdschrift van Religie, Recht en Beleid,
2013, p. 15.
X Noot
1J.H.L.J. Janssen, «De rol van religie bij het afbakenen, verklaren en aanpakken van
eergerelateerd geweld», gepubliceerd in het tijdschrift van Religie, Recht en Beleid,
2013, p. 15.