Vragen van het lid Van Houwelingen (FVD) aan de Minister van Financiën over pensioenfondsen (ingezonden 28 april 2026).

Antwoord van Minister Vijlbrief (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) (ontvangen 8 juni 2026). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 2087.

Vraag 1

Hoeveel procent rendement hebben pensioenfondsen de afgelopen dertig jaar gemiddeld (ongeveer) behaald op hun investeringen in vastrentende waarden zoals staatsobligaties?

Antwoord 1

Er zijn geen openbare gegevens beschikbaar waarin een opsplitsing van rendement naar beleggingscategorie wordt gegeven. Hierdoor kan het gemiddelde rendement van alle pensioenfondsen in de afgelopen 30 jaar op hun investeringen in vastrentende waarden niet worden weergegeven. Het jaarlijks rendement op vastrentende waarden dat individuele pensioenfondsen hebben behaald, kan worden teruggevonden in de jaarverslagen van de pensioenfondsen. Dit is openbare informatie.

Vraag 2

Hoeveel procent rendement hebben pensioenfondsen de afgelopen dertig jaar gemiddeld (ongeveer) behaald op hun investeringen in aandelen?

Antwoord 2

Voor mijn reactie verwijs ik terug naar mijn antwoord op vraag 2. Het jaarlijks rendement op aandelen dat individuele pensioenfondsen hebben behaald, kan worden teruggevonden in de jaarverslagen van pensioenfondsen. Voor het totaal rendement van de 5 grootste pensioenfondsen voor de hun gehele beleggingsportefeuille in de periode 2014 -2025 verwijs ik u naar de brief «Het beleggingsbeleid van Nederlandse pensioenfondsen».

Vraag 3

Wat was het (gemiddeld) rendement de afgelopen dertig jaar van het ABP-pensioenfonds?

Antwoord 3

Op basis van de jaarverslagen van het ABP is over de laatste 30 jaar de «Compound Annual Growth Rate» van het rendement 6% per jaar geweest.1

Vraag 4

Wat was het (gemiddeld) rendement de afgelopen dertig jaar van de AEX-index?

Antwoord 4

Ik begrijp dat het in eerste instantie logisch lijkt om rendementen van pensioenfondsen te vergelijken met de ontwikkeling van de AEX-index. Maar een pensioenfonds heeft als doel om deelnemers bij pensionering een zo hoog mogelijk stabiel levenslang pensioenuitkering te bieden. De rentestand is belangrijk om het pensioenvermogen te kunnen omrekenen in een uitkeringenstroom. Daarom houden pensioenfondsen naast het beleggingsrisico ook rekening met het renterisico. Om het beleggingsrisico te beheersen, worden beleggingen geografisch gespreid over diverse liquide en niet-liquide investeringscategorieën om zo te profiteren van de voordelen van diversificatie. Voor het beheersen van het renterisico kunnen pensioenfondsen een portefeuille met rentederivaten aanhouden. Een AEX-index bestaat geheel uit liquide aandelen uit Nederland, waardoor een vergelijking met een gediversifieerde portefeuille met renteafdekking niet passend is. Voor verdere informatie over het beleggingsbeleid van pensioenfondsen en hun prestaties verwijs ik naar de brief «Het beleggingsbeleid van Nederlandse pensioenfondsen».

Vraag 5

Hoeveel procent (ongeveer) van de totale beleggingsportefeuille is een pensioenfonds zoals het ABP, op basis van wet- en regelgeving, verplicht te investeren in vastrentende waarden zoals staatsobligaties (en mag dus niet in aandelen geïnvesteerd worden)?

Antwoord 5

In Nederland kennen we niet een wettelijke verplichting om in vastrentende waarden zoals staatsobligaties te investeren. Welk deel van de beleggingsportefeuille wordt geïnvesteerd in vastrentende waarden is een onderdeel van het strategische beleggingsbeleid. Het strategisch beleggingsbeleid wordt vastgesteld op basis van de risicohouding van de deelnemers. De risicohouding weerspiegelt het beleggingsrisico dat deelnemers kunnen en willen nemen. Pensioenfondsen moeten in hun beleggingsbeleid rekening houden met het prudent person-beginsel wat inhoud dat zij handelen in het belang van hun deelnemers en gepensioneerden. DNB houdt toezicht op de vaststelling en uitvoering van het beleggingsbeleid en dat het beleggingsbeleid in lijn is met het prudent person-beginsel.


X Noot
1

Voor de berekening is als basisjaar 1995 gebruikt. Vervolgens is gekeken naar de CAGR van 1996–2025. CAGR: ((eindwaarde cumulatief rendement / beginwaarde cumulatief rendement) ^(1/jaren)) – 1


X Noot
1

Voor de berekening is als basisjaar 1995 gebruikt. Vervolgens is gekeken naar de CAGR van 1996–2025. CAGR: ((eindwaarde cumulatief rendement / beginwaarde cumulatief rendement) ^(1/jaren)) – 1

Naar boven