Vragen van het lid Van Duijvenvoorde (FVD) aan de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over het afzeggen van een interview met Tom van Grieken aan de Universiteit van Amsterdam (ingezonden 22 april 2026).

Antwoord van Minister Letschert (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) (ontvangen 8 juni 2026). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 1830.

Vraag 1

Bent u bekend met het bericht dat een interview met de Vlaamse politicus Tom van Grieken aan de Universiteit van Amsterdam (UvA) is afgezegd na overleg met de universiteit, omdat de benodigde inzet en impact op de campus te groot zouden zijn geweest?1

Antwoord 1

Ja.

Vraag 2

Klopt het dat volgens de betrokken organisaties veiligheid en noodzakelijke beveiliging een belangrijke rol speelden bij deze afzegging?

Antwoord 2

De UvA heeft mij laten weten dat het studentenplatform Room for Discussion heeft besloten het interview te annuleren. Dit hebben zij gedaan na consultatie bij de UvA en op basis van een brede afweging. Daarbij is gekeken naar de veiligheid en de benodigde veiligheidsmaatregelen, maar ook naar de gevolgen voor onderwijs en onderzoek, logistieke overwegingen, eventuele protocollaire eisen en de wensen van de gast.

Vraag 3

Hoe beoordeelt u het dat een gesprek met een democratisch actieve politicus op een universiteitscampus geen doorgang vindt vanwege verwachte veiligheids- en beheerslasten?

Antwoord 3

Het is de verantwoordelijkheid van de instellingen om ervoor te zorgen dat de randvoorwaarden voor bijeenkomsten en de veiligheid van de aanwezigen voldoende geborgd zijn. Indien de risico’s voor de veiligheid te groot zijn, kan het zo zijn dat bijeenkomsten geen doorgang kunnen vinden. Ik betreur het dat er situaties zijn waarbij de veiligheid van studenten en genodigden onvoldoende kan worden gegarandeerd en een bijeenkomst daarom geannuleerd moet worden.

Vraag 4

Onderschrijft u dat universiteiten bij uitstek plaatsen behoren te zijn waar vrijheid van meningsuiting, academische vrijheid en confrontatie met uiteenlopende maatschappelijke en politieke opvattingen actief worden beschermd?

Antwoord 4

Ik onderschrijf dat de academische vrijheid op universiteiten actief beschermd moet worden. De vrijheid van meningsuiting dient overal actief beschermd te worden. Universiteiten zijn bij uitstek de plekken in de samenleving voor een open debat en dialoog, waarin ruimte is voor een diversiteit aan perspectieven, zolang dit gebeurt binnen de grenzen van de wet en met inachtneming van academische kernwaarden, zoals o.a. kritisch denken, onafhankelijkheid, respect en transparantie. Instellingen zijn hier primair verantwoordelijk voor en zetten zich hier ook voor in.

Vraag 5

Deelt u de opvatting dat diversiteit van opvattingen op de universiteit óók betekent dat studenten en medewerkers in aanraking moeten kunnen komen met standpunten die als ongemakkelijk, omstreden of impopulair worden ervaren?

Antwoord 5

Ja, ik deel deze opvatting. Ik acht het van belang dat er op universiteiten ruimte is voor debat over maatschappelijke thema’s met een diversiteit aan perspectieven, zolang dit gebeurt binnen de grenzen van de wet en met inachtneming van academische kernwaarden.

Vraag 6

Hoe voorkomt de overheid volgens u dat op universiteiten in de praktijk een situatie ontstaat waarin de verwachte onrust rond een spreker zwaarder gaat wegen dan het belang van open debat?

Antwoord 6

De instellingsbesturen hebben de ingewikkelde taak om zowel het open debat, alsook de veiligheid op de campus te waarborgen. Bij het faciliteren of organiseren van bijeenkomsten wordt per casus, in overleg met betrokken partijen, een afweging gemaakt of iemand kan komen spreken. Het beoordelen van de risico's van bijeenkomsten, het nemen van veiligheidsmaatregelen en het daarbij waar nodig inschakelen van daartoe bevoegde partijen, is de verantwoordelijkheid van de instelling in samenspraak met de lokale driehoek. Ik vertrouw erop dat zij deze afwegingen weloverwogen maken. Het is niet aan mij als Minister om mij in die afweging te mengen.

Vraag 7 en 8

Deelt u de zorg dat het afzeggen van bijeenkomsten wegens verwachte protesten, veiligheidsrisico’s of organisatorische druk ertoe kan leiden dat niet de formele regels, maar de dreiging van verstoring bepaalt welke opvattingen nog gehoord mogen worden?

Acht u het wenselijk dat universiteiten een positieve inspanningsverplichting hebben om legale bijeenkomsten en interviews juist wel mogelijk te maken, inclusief passende beveiliging, in plaats van dergelijke activiteiten relatief snel af te schalen of af te gelasten?

Antwoord 7 en 8

Zoals aangegeven bij vraag 3 betreur ik het als een bijeenkomst vanwege veiligheidsredenen niet door kan gaan. Ik verwacht van instellingen dat zij zich maximaal inspannen om de randvoorwaarde van veiligheid te borgen en hierover op lokaal niveau met de veiligheidsdriehoek overleg te plegen. In mijn gesprekken met bestuurders merk ik dat zij zich hier ten volle van bewust zijn en voor inzetten. Ik herken dan ook niet het beeld dat instellingen relatief snel afschalen of afgelasten. Als hierover zorgen leven binnen de academische gemeenschap op de instellingen, dan kunnen zij hierover met het College van Bestuur in gesprek.

Vraag 9

Welke landelijke kaders, richtlijnen of handreikingen bestaan er momenteel voor universiteiten om de balans te bewaken tussen veiligheid enerzijds en vrijheid van meningsuiting en academische pluriformiteit anderzijds?

Antwoord 9

Over de wijze waarop instellingen deze balans bewaken hebben mijn ambtsvoorgangers uw Kamer op 3 juli en 18 december 2025 geïnformeerd met de brieven over veiligheid op universiteiten en hogescholen.2 In de bijlage bij de brief van 3 juli gaan de koepelorganisaties VH en UNL specifiek in op de kaders, richtlijnen en handreikingen die zij hiervoor gebruiken en hoe de sectorale coördinatie van hun veiligheidsbeleid is ingericht.

Vraag 10

Wordt binnen die kaders voldoende expliciet gemaakt dat universiteiten niet alleen sociaal-demografische diversiteit, maar ook intellectuele en ideologische diversiteit behoren te bevorderen?

Antwoord 10

Ik vind het belangrijk dat universiteiten zich blijvend inzetten voor diversiteit en inclusie zodat er een leer- en werkomgeving wordt gecreëerd waar iedereen zich kan ontplooien. Onder deze diversiteit valt niet alleen de genoemde sociaal-demografische diversiteit maar ook intellectuele en ideologische diversiteit. Het bevorderen van intellectuele en ideologische diversiteit is een kernwaarde van het hoger onderwijs en niet alleen uitgangspunt in deze kaders, maar ook in de uitvoering van de brede maatschappelijke opdracht van de instellingen.

Vraag 11

In hoeverre ziet u signalen dat bepaalde politieke of maatschappelijke opvattingen op campussen structureel moeilijker aan bod komen vanwege bestuurlijke terughoudendheid, veiligheidsbezwaren of druk vanuit actiegroepen?

Antwoord 11

Hoger onderwijsinstellingen staan in het midden van de samenleving en vervullen een essentiële rol in het maatschappelijk debat over de meest uiteenlopende onderwerpen. Dat doen zij door binnen hun instellingen het academische debat te stimuleren. Ik acht het van belang dat hierbij ruimte is voor diversiteit aan perspectieven, ook binnen politiek-maatschappelijke thema’s. Hierbij is het belangrijk dat academische kernwaarden. Daarnaast hebben zij de taak om met een veelvoud aan opvattingen om te gaan in hun onderwijs- en onderzoeksactiviteiten en hiervoor een veilige leer- en werkomgeving te bieden. Het is de verantwoordelijkheid van de academische gemeenschap om te zorgen dat alle perspectieven aan bod komen, en om gevrijwaard te blijven van een bias op basis van politieke of maatschappelijke voorkeuren. Ik onderken de zorgen die leven dat bepaalde politieke of maatschappelijke opvattingen onder druk staan. Naar aanleiding van de motie Heite laat ik een onafhankelijk onderzoek uitvoeren waarbij de zorgen over pluriformiteit in de wetenschap worden geïnventariseerd en geanalyseerd.3

Vraag 12

Het artikel noemt eerdere incidenten aan de UvA rond gesprekken met onder anderen Ruben Brekelmans, Rob Bauer, Kajsa Ollongren, Femke Halsema en Jordan Peterson; ziet u hierin een incidenteel patroon van losse gebeurtenissen of een structureler probleem rond het organiseren van debat op universiteiten?

Antwoord 12

Universiteiten zijn de plekken in de samenleving waar een cultuur moet heersen van een open debat, waarin ruimte is voor een diversiteit aan perspectieven. Hoe invulling wordt gegeven aan die cultuur en wat hiervoor wordt georganiseerd is aan de universiteiten. De universiteiten zijn onlangs gestart met het versterken van het academisch debat door in iedere universiteit een dialoogmaker aan te stellen. Zij organiseren binnen de instellingen verschillende debatten over schurende onderwerpen die juist als doel hebben het academische debat binnen de academische gemeenschap op goede wijze te voeren.

Ik heb geen zicht op wat er allemaal georganiseerd wordt op universiteiten en hoe vaak situaties zoals genoemd in het artikel voorkomen. Voor de situaties waar het artikel naar verwijst, heeft het instellingsbestuur een complexe afweging gemaakt, zoals in de voorgaande antwoorden toegelicht. Ik vertrouw erop dat de instelling hier per casus weloverwogen beslissingen in maakt.

Vraag 13

Wordt bij afwegingen over omstreden sprekers systematisch vastgelegd welke concrete risico’s zijn geïdentificeerd, welke minder vergaande alternatieven zijn onderzocht en waarom uiteindelijk voor afgelasting is gekozen?

Antwoord 13

Instellingen hebben gezamenlijk via hun Platform Integrale Veiligheid de handreiking «Controversiële sprekers» ontwikkeld, een handelingskader voor de omgang met controversiële sprekers en ongewenste beïnvloeding. Het richt zich op een zorgvuldig intern proces voor risicoweging, afstemming en samenwerking met de lokale veiligheidsdriehoek en besluitvorming door het College van Bestuur. In de bij vraag 9 genoemde brief van de koepelorganisaties UNL en de VH geven de instellingen aan dat zij deze handreiking hebben verwerkt in het instellingsbeleid.

Vraag 14

Zou het volgens u wenselijk zijn dat universiteiten achteraf transparanter verantwoording afleggen wanneer bijeenkomsten of gesprekken worden afgezegd die raken aan het vrije publieke debat?

Antwoord 14

Ik vind het wenselijk dat universiteiten, voor zover mogelijk, transparant zijn over dit soort besluiten. Vanwege veiligheid zal er niet altijd volledige transparantie mogelijk zijn. Zoals aangegeven onder vraag 13, hebben de instellingen een zorgvuldig intern proces ingericht voor risicoweging, afstemming en samenwerking met de lokale veiligheidsdriehoek en besluitvorming door het College van Bestuur.

Vraag 15

Bent u bereid met universiteiten in gesprek te gaan over aanvullende waarborgen voor vrijheid van meningsuiting en diversiteit van opvattingen op de campus, en de Kamer hierover te informeren?

Antwoord 15

Momenteel werkt de KNAW aan een advies over vrijheid van meningsuiting binnen de wetenschappelijke sector. Daarnaast start ik, naar aanleiding van de motie Heite, een onafhankelijk onderzoek waarbij de zorgen over pluriformiteit in de wetenschap worden geïnventariseerd en geanalyseerd.4 Tot slot heeft uw Kamer met de motie Claassen verzocht om concrete afspraken te maken met de universiteiten ter versterking van de praktische borging van academische vrijheid en uw Kamer periodiek te informeren over voortgang en resultaten.5 Hierover ben ik met Universiteiten van Nederland (UNL) in gesprek. Ik wil de uitkomsten van deze trajecten afwachten voordat ik andere acties onderneem. Dit najaar wil ik uw Kamer informeren over de uitkomsten van het advies van de KNAW, het onderzoek naar de zorgen over pluriformiteit in de wetenschap en de stand van zaken wat betreft de uitvoering van de voorgenoemde motie Claassen. Hierbij wil ik uw Kamer ook informeren over het advies van de KNAW inzake de juridische borging van academische vrijheid die ik dit jaar verwacht te ontvangen. De voorgenoemde uitkomsten wil ik in samenhang voorzien van mijn beleidsreactie en uw Kamer hierover informeren.

Vraag 16

Bent u bereid te onderzoeken of een landelijke handreiking of gedragscode nodig is waarin expliciet wordt vastgelegd dat universiteiten terughoudend moeten zijn met het afzeggen van legale debatbijeenkomsten enkel vanwege verwachte maatschappelijke controverse?

Antwoord 16

Nee, ik ben hier niet toe bereid. Bij iedere casus moeten de instellingsbesturen een eigen, complexe afweging maken of iemand kan komen spreken. Zoals toegelicht onder vraag 13 hanteren de onderwijsinstellingen een zorgvuldig intern proces voor risicoweging, afstemming en samenwerking met de lokale veiligheidsdriehoek en besluitvorming door het College van Bestuur.

Vraag 17

Kunt u uiteenzetten hoe volgens u moet worden voorkomen dat studenten op universiteiten juist minder in aanraking komen met afwijkende of schurende perspectieven, terwijl academische vorming vraagt om blootstelling aan fundamenteel verschillende ideeën?

Antwoord 17

Universiteiten zijn bij uitstek de plekken in de samenleving waar een cultuur moet heersen van een open debat en waar ruimte is voor een diversiteit aan perspectieven ook als deze afwijkend of schurend zijn. Hoe invulling wordt gegeven aan die cultuur en wat hiervoor wordt georganiseerd is aan de universiteiten. Het is niet aan mij als Minister om mij hierin te mengen. Dat is namelijk de essentie van academische vrijheid.

Vraag 18

Deelt u de opvatting dat het vermogen om afwijkende, impopulaire of zelfs provocerende standpunten in een vreedzame en ordelijke setting te bespreken, een kernonderdeel is van wetenschappelijke en democratische vorming?

Antwoord 18

Ik acht het openstaan voor perspectieven en ervaringen van anderen en het kunnen uitwisselen van standpunten, compromissen sluiten en omgaan met meerderheids- en minderheidsstandpunten zeker van belang voor de democratische vorming. Daarnaast is het leren voeren van het academisch debat onderdeel van het academisch onderwijs.


X Noot
1

Folia, d.d. 20 april 2026, «UvA-interview met Vlaams Belang-politicus afgezegd: «Impact op campus te groot»», UvA-interview met Vlaams Belang-politicus afgezegd: «Impact op campus te groot» – Folia

X Noot
2

Kamerstukken II, 2025/26, 29 240, nr. 175; Kamerstukken II, 2025/26, 29 240, nr. 179.

X Noot
3

Kamerstukken II, 2025/26, 31 288, nr. 1219.

X Noot
4

Kamerstukken II, 2025/26, 31 288, nr. 1219.

X Noot
5

Kamerstukken II, 2025/26, 36 800, nr. 125.


X Noot
1

Folia, d.d. 20 april 2026, «UvA-interview met Vlaams Belang-politicus afgezegd: «Impact op campus te groot»», UvA-interview met Vlaams Belang-politicus afgezegd: «Impact op campus te groot» – Folia

X Noot
2

Kamerstukken II, 2025/26, 29 240, nr. 175; Kamerstukken II, 2025/26, 29 240, nr. 179.

X Noot
3

Kamerstukken II, 2025/26, 31 288, nr. 1219.

X Noot
4

Kamerstukken II, 2025/26, 31 288, nr. 1219.

X Noot
5

Kamerstukken II, 2025/26, 36 800, nr. 125.

Naar boven