Vragen van het lid Van Duijvenvoorde (FVD) aan de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over het bericht dat migratiedeskundige Ruud Koopmans niet langer welkom zou zijn als spreker bij een bijeenkomst van Pakhuis de Zwijger (ingezonden 15 mei 2026).

Antwoord van Minister Letschert (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) (ontvangen 5 juni 2026).

Vraag 1

Bent u bekend met het bericht dat socioloog en migratiedeskundige Ruud Koopmans niet langer welkom zou zijn als spreker bij een bijeenkomst van Pakhuis de Zwijger vanwege uitingen op sociale media?

Antwoord 1

Ja.

Vraag 2

Ontvangt Pakhuis de Zwijger direct of indirect rijkssubsidie, dan wel financiering via rijksfondsen, semipublieke instellingen of andere publieke middelen? Zo ja, om welke bedragen gaat het in de afgelopen vijf jaar?

Antwoord 2

Pakhuis de Zwijger heeft een bijdrage ontvangen van € 745.000 in de context van de Culturele Basisinfrastructuur (BIS) 2021–2024 van het Ministerie van Onderwijs Cultuur en Wetenschap. Voor de periode 2025–2028 ontvangt Pakhuis de Zwijger een bijdrage van € 550.000 per jaar via het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie. Pakhuis de Zwijger ontvangt tevens subsidie vanuit het Kunstenplan van de gemeente Amsterdam. Andere inkomstenbronnen zijn publieksinkomsten, partnerbijdragen, horeca en zaalverhuur. Voor 2026 heeft Pakhuis de Zwijger een begroting van in totaal € 5.760.500.

Vraag 3, 4, 5, 7 en 8

Deelt u de opvatting dat van publiek gefinancierde debatinstellingen een zekere mate van pluriformiteit en openheid mag worden verwacht, juist waar het gaat om maatschappelijk controversiële onderwerpen zoals migratie?

Hoe verhoudt het weren van een spreker vanwege publieke politieke of maatschappelijke uitingen zich volgens u tot het publieke doel van debatinstellingen die zeggen ruimte te bieden aan het maatschappelijk gesprek?

Acht u het wenselijk dat een gerenommeerd migratiewetenschapper wordt geweerd wegens online uitingen, terwijl hij juist was uitgenodigd om over migratie in debat te gaan?

Deelt u de zorg dat er een situatie kan ontstaan waarin gesubsidieerde debatinstellingen in de praktijk vooral sprekers uitnodigen die passen binnen een relatief smal ideologisch spectrum.

Zijn er bij het Rijk of subsidieverstrekkers waarborgen of evaluatiecriteria aanwezig om te voorkomen dat publiek gefinancierde instellingen bijdragen aan institutionele uitsluiting van legitieme maatschappelijke opvattingen?

Antwoord 3, 4, 5, 7 en 8

Ik acht het in algemene zin van belang dat er ruimte is voor debat over politiek-maatschappelijke thema’s met een diversiteit aan perspectieven. Echter is het niet aan mij om de programmering van een culturele instelling te beoordelen. Hoe invulling wordt gegeven aan debat en programma en wat hiervoor wordt georganiseerd of wie wordt uitgenodigd is aan de instelling. In onderhavig geval heeft de Adviesraad Migratie overigens besloten de bijeenkomst op een andere locatie te houden.

Vraag 6, 9 en 10

Welke criteria gelden voor instellingen die rijkssubsidie ontvangen op het gebied van maatschappelijke dialoog, democratische vorming of publiek debat ten aanzien van ideologische diversiteit en pluriformiteit?

Hoe beoordeelt u de spanning tussen enerzijds codes of conduct van debatinstellingen en anderzijds het publieke belang van open debat, juist tussen fundamenteel verschillende perspectieven?

Bent u bereid in overleg te treden met publiek gefinancierde debatinstellingen over de vraag hoe ideologische pluriformiteit en ruimte voor controversiële, maar democratisch legitieme stemmen beter kunnen worden gewaarborgd?

Antwoord 6, 9 en 10

Voor instellingen die rijkssubsidie ontvangen geldt dat zij artistiek en inhoudelijk autonoom zijn. Dit is een belangrijk uitgangspunt in een democratische rechtsstaat. Wel geldt in algemene zin dat van instellingen met een publieke debat- of dialoogfunctie mag worden verwacht dat zij een podium geven aan verschillende stemmen en opvattingen in het debat. Dit gesprek wordt momenteel uitvoerig gevoerd binnen de sector. Een belangrijke aanjager hiervan is het advies «Maken (z)onder druk» van de Raad voor Cultuur, hierin wordt o.a. gekeken naar de verantwoordelijkheid van de instelling. De uiteindelijke afweging blijft echter altijd aan de instelling zelf. Het is niet aan het kabinet om programmering inhoudelijk te beoordelen of te sturen op specifieke politieke of ideologische vertegenwoordiging.

Volgens de missie en visie van Pakhuis de Zwijger stelt men zich ten doel om met een duurzame, inclusieve, pluriforme, humane, verbonden en toekomstgerichte programmering bij te dragen aan vrije gedachtewisseling op het gebied van de dynamiek van de stedelijke samenleving1. Het is, indien gevraagd wordt om een Rijksbijdrage via de Basisinfrastructuur (BIS), aan de Raad voor Cultuur om de toegevoegde waarde van de activiteiten en de programmering van een instelling inhoudelijk te beoordelen.

Naar boven