Vragen van de leden Piri en Van der Lee (beiden GroenLinks-PvdA) aan de Minister van Buitenlandse Zaken over de deelname van Taiwan aan multilaterale organisaties (ingezonden 21 april 2026).

Antwoord van Minister Berendsen (Buitenlandse Zaken), mede namens de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (ontvangen 4 juni 2026). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 1907.

Vraag 1

Op welke manier geeft u uitvoering aan de motie van het lid Paternotte c.s. Kamerstuk 26 150, nr. 227), de motie van de leden Van der Burg en Paternotte (Kamerstuk 35 207, nr. 94) en de motie van het lid Piri c.s. (Kamerstuk 21 501-02, nr. 2871) die allen het kabinet oproepen om voor betekenisvolle deelname van Taiwan aan multilaterale organisaties te pleiten?

Antwoord 1

In lijn met de drie genoemde moties, blijft het kabinet zich inzetten voor betekenisvolle deelname van Taiwan aan internationale bijeenkomsten, waar dit in het belang is voor de internationale gemeenschap, bijvoorbeeld op het gebied van veiligheid van de burgerluchtvaart, het tegengaan van klimaatverandering, volksgezondheid en internationale criminaliteitsbestrijding. Dat geldt ook voor betekenisvolle deelname door Taiwan aan technische samenwerking en bijeenkomsten in WHO-kader.

Vraag 2

Bent u bereid om, net als vorig jaar, voorafgaand en tijdens de eerstvolgende World Health Assembly publiekelijk stelling te nemen dat Taiwan aan de bijeenkomsten van de WHO zou moeten mogen deelnemen?

Antwoord 2

Ja. Net als vorig jaar is Nederland ook dit jaar met een aantal gelijkgestemde landen opgetrokken om in de aanloop naar de World Health Assembly (WHA) (18-23 mei jl.) te ijveren voor betekenisvolle deelname van Taiwan, onder andere als waarnemer bij de WHA. Ook in het algemeen WHA-debat heeft Nederland op 19 mei jl. een verklaring uitgesproken waarin Taiwan wordt genoemd in de context van betekenisvolle deelname.

Naar boven