Vragen van het lid Teunissen (PvdD) aan de Minister van Buitenlandse Zaken over de evacuatie van Gazanen met een Nederlandse verblijfsvergunning (ingezonden 13 mei 2026).

Antwoord van Minister Berendsen (Buitenlandse Zaken) (ontvangen 3 juni 2026).

Vraag 1

Bent u bekend met de uitspraken van de voorzieningenrechter van de Raad van State en de rechtbank Den Haag waarin is geoordeeld dat het Ministerie van Buitenlandse Zaken consulaire ondersteuning moet bieden aan Gazanen met een geldige Nederlandse verblijfsvergunning bij hun vertrek uit Gaza?1

Antwoord 1

Het kabinet is bekend met de uitspraken van de voorzieningenrechter van de Raad van State en de rechtbank Den Haag waarin is geoordeeld dat het Ministerie van Buitenlandse Zaken consulaire bijstand moet bieden aan betrokkenen, die een positief besluit op hun machtiging tot voorlopig verblijf (mvv)-aanvraag hebben ontvangen.

Vraag 2

Klopt het dat het gaat om tientallen Palestijnen uit Gaza die beschikken over een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (MVV) voor studie en werk in Nederland?

Antwoord 2

Het gaat om een groep personen in het bezit van een inwilliging voor een machtiging tot voorlopig verblijf op grond van verschillende verblijfsdoelen, waaronder studie en wetenschappelijk onderzoek. De feitelijke afgifte van de mvv kan pas plaatsvinden na biometrie-afname en vaststelling van de identiteit bij een Nederlandse vertegenwoordiging in het buitenland.

Vraag 3

Klopt het dat het Ministerie van Buitenlandse Zaken zich momenteel beperkt tot het versturen van een zogenaamde Note Verbale, terwijl bekend zou zijn dat dit op zichzelf onvoldoende is om evacuatie daadwerkelijk mogelijk te maken?

Antwoord 3

Nee. Het Ministerie van Buitenlandse Zaken geeft conform de uitspraak uitvoering aan de opgelegde voorlopige voorziening, zodat betrokkenen Gaza op korte termijn kunnen verlaten.

In dat kader zijn de Israëlische autoriteiten al eerder verzocht toestemming te verlenen voor de uitreis van betrokkenen uit de Gazastrook. Voor twee personen werd de toestemming voorafgaand aan de organisatie van een transport door een ander land ontvangen. Zij hebben Gaza op 1 juni via dit transport verlaten. Voor een gedeelte van de resterende groep werd toestemming na de coördinatie van dit transport ontvangen. Over die personen staat het Ministerie van Buitenlandse Zaken in contact met de relevante autoriteiten.

Vraag 4

COGAT heeft tegenover de NOS verklaard dat Nederland de betreffende personen niet heeft aangemeld voor evacuatie, terwijl daar volgens COGAT wel de mogelijkheid toe bestaat.2 Hoe moet dit beoordeeld worden in het licht van uw inzet om aan de verplichting als opgelegd door de voorzieningenrechter te voldoen?

Antwoord 4

Het Ministerie van Buitenlandse Zaken heeft bij de Israëlische autoriteiten, waaronder COGAT, een verzoek ingediend voor de uitreis van de betrokkenen. Voor een gedeelte van de groep is inmiddels toestemming ontvangen. Twee van hen hebben inmiddels Gaza verlaten. Over de rest van de groep staat het Ministerie van Buitenlandse Zaken in contact met de relevante autoriteiten. Daarmee wordt voldaan aan de inspanningsverplichting die door de voorzieningenrechter is opgelegd.

Vraag 5

Heeft het Ministerie van Buitenlandse Zaken sinds de uitspraken de namen van MVV-houders actief doorgegeven aan de Israëlische autoriteiten of andere betrokken instanties ten behoeve van evacuatie? Zo nee, waarom niet?

Antwoord 5

Ja.

Vraag 6

Welke contacten heeft het Ministerie van Buitenlandse Zaken sinds maart 2026 onderhouden met Jordaanse autoriteiten, COGAT, internationale organisaties of andere landen over de praktische uitvoering van evacuatie van deze MVV-houders?

Antwoord 6

Het Ministerie van Buitenlandse Zaken heeft op verschillende momenten contact gehad met de relevante autoriteiten over deze groep. Over de exacte inhoud van diplomatieke contacten doen wij in het openbaar terughoudend mededelingen om de vertrouwelijkheid en effectiviteit van diplomatieke contacten te waarborgen.

Vraag 7

Hoe verhoudt deze beperkte inzet zich volgens u tot de rechterlijke uitspraken waarin is geoordeeld dat Nederland consulaire hulp moet verlenen?

Antwoord 7

In de uitspraak van de voorzieningenrechter is bepaald dat de Minister zich diplomatiek moet inspannen zodat de verzoekers Gaza kunnen verlaten. De opgelegde inspanningsverplichting wordt uitgevoerd.

Vraag 8

Deelt u de opvatting dat het bieden van uitsluitend minimale administratieve ondersteuning, terwijl bekend is dat dit feitelijk niet leidt tot evacuatie, onvoldoende uitvoering geeft aan de zorgplicht van de Nederlandse staat?

Antwoord 8

In de uitspraak is nadrukkelijk overwogen dat de opgelegde inspanningsverplichting uitsluitend ziet op een diplomatieke inspanning. De wijze waarop uitvoering wordt gegeven aan de inspanningsverplichting vloeit daarmee voort uit de door de rechter opgelegde voorziening. Overigens ligt er in deze gevallen geen (juridische) zorgplicht bij de Nederlandse staat.

Vraag 9

Kunt u uiteenzetten welke belemmeringen het kabinet momenteel ziet om de betrokken personen daadwerkelijk uit Gaza te laten vertrekken, en welke diplomatieke inspanningen worden verricht om deze belemmeringen weg te nemen?

Antwoord 9

Zie het antwoord op vraag 3, 4 en 5.

Vraag 10

In de NOS-rapportage werd melding gemaakt van het feit dat u heeft aangegeven dat er sprake is van een situatie die nog «onder de rechter is»3; bent u er zich van bewust dat er tegen de voorlopige voorzieningen die zijn opgelegd, op basis waarvan u dient te doen wat nodig is om evacuatie te realiseren, geen beroep aangetekend kan worden en deze per direct uitgevoerd dienen te worden?

Antwoord 10

Ja. Aan de voorlopige voorzieningen wordt dan ook uitvoering gegeven. Desalniettemin heeft het oordeel van de voorzieningenrechter een voorlopig karakter en is het oordeel van de voorzieningenrechter niet bindend in de bodemprocedure, waar de zaak inhoudelijk wordt behandeld.

Vraag 11

In hoeverre onderscheidt het bewust uitvoeren van een rechterlijke opdracht op een wijze die bij voorbaat ineffectief is zich volgens u van het feitelijk niet uitvoeren van die opdracht?

Antwoord 11

De wijze waarop uitvoering wordt gegeven aan de inspanningsverplichting vloeit voort uit de door de rechter opgelegde voorziening. Zie ook het antwoord op vraag 8.

Vraag 12

Bent u bereid om, mede gezien de humanitaire situatie in Gaza en de uitspraken van de rechter, per direct intensievere consulaire en diplomatieke inspanningen te leveren om deze mensen veilig uit Gaza te krijgen? Zo nee, waarom niet?

Antwoord 12

Het ministerie zal zich conform de uitspraak van de voorzieningenrechter blijven inspannen zodat deze groep Gaza op korte termijn kan verlaten om de mvv op te halen.

Zoals aan uw Kamer gecommuniceerd op 1 december jl. is het Ministerie van Buitenlandse Zaken per 1 december jl. teruggekeerd naar de reguliere consulaire bijstandverlening in Gaza, waarmee de ondersteuning bij vertrek uit Gaza in het geheel is beëindigd. Wel zal het ministerie blijven voorzien in de reguliere consulaire dienstverlening aan houders van een mvv-inwilliging uit Gaza, in de vorm van visumafgifte en in voorkomend geval (nood-)reisdocumentenafgifte.

Vraag 13

Kunt u deze vragen met spoed binnen twee weken beantwoorden?

Antwoord 13

De vragen zijn zo snel mogelijk en binnen de gebruikelijke termijn beantwoord.


X Noot
1

Raad van State, 19 maart 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1600 (https://www.raadvanstate.nl/uitspraken/@157171/202600650-2-v6/)

De Rechtspraak, 30 april 2026, «Minister moet consulaire hulp verlenen aan 46 personen bij vertrek uit Gaza» (https://www.rechtspraak.nl/organisatie-en-contact/organisatie/rechtbanken/rechtbank-den-haag/nieuws/minister-moet-consulaire-hulp-verlenen-aan-46-personen-bij-vertrek-uit-gaza)

NRC, 11 mei 2026, «Nederland haalt Palestijnen die hier mogen wonen niet uit Gaza – en dat moet wel» (https://www.nrc.nl/nieuws/2026/05/11/nederland-moet-gazanen-met-verblijfsrecht-echt-helpen-a4927520)

X Noot
3

NOS, 11 mei 2026, «Minister laat Gazanen met geldig visum nog altijd niet naar Nederland komen» (https://nos.nl/artikel/2613992-minister-laat-gazanen-met-geldig-visum-nog-altijd-niet-naar-nederland-komen)


X Noot
1

Raad van State, 19 maart 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1600 (https://www.raadvanstate.nl/uitspraken/@157171/202600650-2-v6/)

De Rechtspraak, 30 april 2026, «Minister moet consulaire hulp verlenen aan 46 personen bij vertrek uit Gaza» (https://www.rechtspraak.nl/organisatie-en-contact/organisatie/rechtbanken/rechtbank-den-haag/nieuws/minister-moet-consulaire-hulp-verlenen-aan-46-personen-bij-vertrek-uit-gaza)

NRC, 11 mei 2026, «Nederland haalt Palestijnen die hier mogen wonen niet uit Gaza – en dat moet wel» (https://www.nrc.nl/nieuws/2026/05/11/nederland-moet-gazanen-met-verblijfsrecht-echt-helpen-a4927520)

X Noot
3

NOS, 11 mei 2026, «Minister laat Gazanen met geldig visum nog altijd niet naar Nederland komen» (https://nos.nl/artikel/2613992-minister-laat-gazanen-met-geldig-visum-nog-altijd-niet-naar-nederland-komen)

Naar boven