Vervolgenvragen van het lid Ouwehand (PvdD) aan de Minister-President over het niet ingaan op de eerder gestelde vragen over de politieke consequenties van de extreemrechtse geweldsfantasie van Gidi Markuszower (ingezonden 20 mei 2026).

Antwoord van Minister-President Jetten (Algemene Zaken) (ontvangen 21 mei 2026).

Inleiding

Hierbij zend ik u de antwoorden op de vervolgvragen van het lid Ouwehand (PvdD) over «het niet ingaan op de eerder gestelde vragen over de politieke consequenties van de extreemrechtse geweldsfantasie van Gidi Markuszower». Daarnaast reageer ik met deze brief op het informatieverzoek van het lid Van Baarle (DENK), gedaan tijdens de regeling van werkzaamheden van 19 mei 2026.

Vraag 1

Waarom heeft u in antwoord op de op 15 mei 2026 gestelde Kamervragen slechts het woordvoeringslijntje herhaald waarover de vragen juist waren gesteld en verwijst u steeds naar hetzelfde riedeltje dat juist de vragen opriep?1

Antwoord 1

Dit is mijn reactie op de gestelde vragen.

Vraag 2

Herinnert u zich de grondwettelijke verhoudingen nog tussen het parlement en het kabinet, nu u zelf premier bent?

Antwoord 2

Ja.

Vraag 3

Begrijpt u dat de Kamer heeft recht heeft u ter verantwoording te roepen over uw beleid, uw uitspraken en uw optreden, en dat, als de Kamer gebruik maakt van dat recht, u die verantwoording dan ook zult moeten afleggen?

Antwoord 3

Ja.

Vraag 4

Kunt u alsnog ingaan op de gestelde vragen?

Antwoord 4

Zie het antwoord op vraag 1.

Vraag 5

Kunt u deze vragen één voor één en binnen een dag beantwoorden, aangezien ze echt zo moeilijk niet zijn, terwijl het gevaar van groeiend extreemrechts geweld zeer dringend om effectief optreden vraagt van uw regering?

Antwoord 5

De vragen zijn zo spoedig mogelijk beantwoord.


X Noot
1

Zaaknummer 2026Z10089.


X Noot
1

Zaaknummer 2026Z10089.

Naar boven