Vragen van de leden Bikker (ChristenUnie), Dobbe (SP), Tijs van den Brink (CDA), Diederik
van Dijk (SGP), Struijs (50PLUS) en Dassen (Volt) aan de Staatssecretaris van Justitie
en Veiligheid over de Zembla-uitzending «Gokkers in je tijdlijn» (ingezonden 28 april
2026).
Mededeling van Staatssecretaris Van Bruggen (Justitie en Veiligheid) (ontvangen 19 mei
2026).
Vraag 1
Bent u bekend met de Zembla uitzending «Gokkers in je tijdlijn», waarin wordt gesteld
dat ondanks het rolmodellenverbod sinds 2022 meer dan de helft van de legale online
gokaanbieders nog altijd betrokken is bij influencer en affiliate constructies?1
Vraag 2
Wat is uw reactie op de bevindingen uit deze uitzending, en wat zegt dit volgens u
over de werking van het rolmodellenverbod en het Besluit ongerichte reclame kansspelen
op afstand (Besluit orka)?
Vraag 3
Klopt het dat er na deze uitzending in feite twee conclusies mogelijk zijn: ofwel
het rolmodellenverbod was juridisch duidelijk maar is jarenlang onvoldoende gehandhaafd,
ofwel het verbod was zo onduidelijk dat aanbieders via influencers, streamers en affiliates
materieel hetzelfde konden blijven doen als verboden reclame? Welke conclusie acht
u de juiste, en wat gaat u doen om dit probleem op te lossen?
Vraag 4
Hoeveel onderzoeken heeft de Kansspelautoriteit sinds 2022 ingesteld naar overtredingen
van het rolmodellenverbod en verwante reclamebeperkingen, en welke sancties zijn daarbij
opgelegd? Acht u deze handhaving effectief?
Vraag 5
Erkent u dat het beschermingsdoel van het rolmodellenverbod niet kan worden uitgehold
door te verwijzen naar juridische constructies (zoals contracten met affiliates of
websites) wanneer het feitelijke effect gelijk blijft: normalisering van gokken en
beïnvloeding van jongeren en kwetsbare groepen? Bent u bereid vast te leggen dat bij
toezicht en handhaving de feitelijke beïnvloeding leidend is in plaats van de contractvorm?
Vraag 6
Deelt u de zorg dat jongeren en jongvolwassenen via influencers, livestreams en «informatieve»
content alsnog structureel met gokreclame worden geconfronteerd, juist omdat deze
minder herkenbaar en daardoor effectiever kan zijn? Hoe wordt deze blootstelling momenteel
gemonitord en bent u bereid die monitoring te versterken?
Vraag 7
Deelt u de opvatting dat websites, vergelijkingspagina’s, streamkanalen en affiliate
constructies die financieel afhankelijk zijn van speelgedrag of verliezen van spelers,
feitelijk functioneren als verkapte reclame en niet als neutrale informatievoorziening?
Acht u het wenselijk dat zulke constructies binnen het huidige reclameregime zijn
toegestaan?
Vraag 8
Nu het zo lijkt te zijn dat dat het onderscheid tussen directe reclame, indirecte
promotie, affiliates en zogenaamd informatieve doorverwijzing voor spelers nauwelijks
nog zichtbaar en voor toezicht steeds moeilijker handhaafbaar is, deelt u de mening
dat reclame voor online kansspelen in brede zin zou moeten worden verboden, juist
om administratief ontwijken te voorkomen?
Vraag 9
Bent u bekend met de oproep van Verslavingskunde Nederland en de Nederlandse ggz voor
een totaalverbod op gokreclame? Deelt u de opvatting dat een dergelijk verbod effectiever
en eenvoudiger handhaafbaar kan zijn dan in elk geval het huidige stelsel van gedeeltelijke
beperkingen maar ook het in het coalitieakkoord aangekondigde reclameverbod voor online
gokken?
Vraag 10
Kunt u deze vragen afzonderlijk en ruim voorafgaand aan het commissiedebat over kansspelen
op 24 juni 2026 beantwoorden?
Mededeling
Hierbij deel ik u mede dat de schriftelijke vragen van de leden Bikker (ChristenUnie),
Dobbe (SP), Tijs van den Brink (CDA), Diederik van Dijk (SGP), Struijs (50PLUS) en
Dassen (Volt), van uw Kamer aan de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid over
de Zembla-uitzending «Gokkers in je tijdlijn» (ingezonden 28 april 2026) niet binnen
de gebruikelijke termijn kunnen worden beantwoord, aangezien nog niet alle benodigde
informatie is ontvangen.
Ik streef ernaar de vragen zo spoedig mogelijk te beantwoorden.