Aanhangsel van de Handelingen
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Nummer | Datum ontvangst |
|---|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2025-2026 | 1948 |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Nummer | Datum ontvangst |
|---|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2025-2026 | 1948 |
Hebt u kennisgenomen van het artikel «Rechters slaan alarm: «Draagmoederschap dreigt het nieuwe adoptieschandaal te worden»»?1
Hoe reageert u op de uitspraak in dit artikel van de voorzitter van het team familierecht bij de rechtbank Den Haag, die stelt dat wensouders door hun vurige kinderwens vaak blind zijn voor misstanden: «Sommigen ontmoeten de draagmoeder niet eens, en zien dus ook niet of de situatie wel in de haak is. Dat voelt niet lekker, alsof je een kind uit het luikje van de automaat haalt.»?
Ik onderken dat er risico’s op misstanden kunnen spelen bij (buitenlandse) draagmoederschapstrajecten. De Commissie Joustra heeft daar in haar rapport over interlandelijke adoptieprocedures in het verleden ook op gewezen.2 De Commissie Joustra wijst erop dat dit komt doordat bij draagmoederschap, net als bij interlandelijke adoptie, de volgende elementen spelen: een sterke kinderwens, beperkte mogelijkheden tot toezicht (mede door het internationale aspect) en financiële afspraken die bij de procedures worden gemaakt. Op dit moment is er geen wettelijk kader dat wensouders stimuleert om voor een verantwoord en zorgvuldig draagmoederschapstraject te kiezen, waarmee het risico op misstanden verkleind kan worden. Met het wetsvoorstel Kind, draagmoederschap en afstamming (hierna: het wetsvoorstel) beoogt het kabinet dit te veranderen. Het wetsvoorstel is gebaseerd op de aanbevelingen van de Staatscommissie Herijking ouderschap3 en stelt de belangen en rechten van kind en draagmoeder voorop.
In het artikel wordt gewezen op misstanden als vervalste documenten, uitbuiting van draagmoeders, anonieme donaties en financiële prikkels: kunt u uiteenzetten welke waarborgen momenteel bestaan om te voorkomen dat Nederlandse wensouders, bewust of onbewust, deelnemen aan dergelijke misstanden?
Op dit moment ontbreekt een wettelijk kader. Het wetsvoorstel beoogt te bereiken dat draagmoederschapstrajecten zorgvuldiger verlopen en voorziet daartoe in bepaalde waarborgen, waaronder de verplichte voorlichting en counseling die wensouders moeten doorlopen. Hiermee wordt getracht de keuzes die de in Nederland woonachtige wensouders in een buitenlands traject maken zo te beïnvloeden dat wordt bereikt dat zij zich ook bij een traject in het buitenland rekenschap geven van de zorgvuldigheidseisen.
Specifiek voor situaties van uitbuiting van draagmoederschap geldt dat deze onder het bereik van de strafbaarstelling van mensenhandel kunnen vallen. Ter implementatie van de herziene EU-richtlijn inzake de voorkoming en bestrijding van mensenhandel en de bescherming van slachtoffers daarvan (2024/1712)4 zal uitbuiting van draagmoederschap bovendien expliciet als uitbuitingsvorm worden opgenomen in de strafbaarstelling van mensenhandel (273f van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr).5 De implementatiewet voor de herziene EU-richtlijn is op 1 oktober jl. met uw Kamer ingediend.6
Vindt u het aanvaardbaar dat wensouders via commerciële bureaus in het buitenland trajecten kunnen doorlopen waarbij sprake is van marktwerking, hoge betalingen en zelfs commerciële aanbiedingen? Hoe verhoudt dit zich volgens u tot het verbod op commerciële draagmoederschapstrajecten in Nederland?
Voor mij staat voorop dat een (buitenlands) draagmoederschapstraject zorgvuldig en verantwoord dient plaats te vinden en dat marktwerking ongewenst is. Uit het WODC-onderzoek «Het gedragen kind» volgt dat wensouders kiezen voor buitenlandse trajecten omdat juridische zaken, bemiddeling, psychologische begeleiding en het financiële plaatje goed geregeld zijn.7 Daarnaast volgt uit het WODC-onderzoek dat het onder de huidige regelgeving lastig is voor wensouders om een draagmoeder in Nederland te vinden, en dat wensouders uitwijken naar het buitenland omdat het daar makkelijker is om een draagmoeder te vinden.8
Onder het wetsvoorstel komt de strafbaarstelling van openbaarmaking van de wens om draagmoeder te worden of om een draagmoeder te vinden te vervallen. Bemiddeling door anderen, niet zijnde aangewezen rechtspersonen, voor wensouders of draagmoeders blijft wel strafbaar. Op die manier wordt beoogd te voorkomen dat er een markt ontstaat.
Het wetsvoorstel voorziet voor binnenlandse trajecten in een redelijke onkostenvergoeding aan de draagmoeder. Onder deze onkostenvergoeding vallen zowel de daadwerkelijk gemaakte kosten door de draagmoeder, als een beperkte tegemoetkoming aan de draagmoeder voor de inspanningen en het eventuele ongemak dat gepaard gaat met de zwangerschap. Betalingen voor de overdracht van het ouderschap zijn wel verboden, zowel bij draagmoederschapstrajecten in Nederland als bij trajecten die Nederlanders in het buitenland aangaan. Voor buitenlandse trajecten is er geen regeling voor een onkostenvergoeding.
Hoe reageert u op kritiek van rechters en academici die zorgen uiten dat het wetsvoorstel Kind, draagmoederschap en afstamming onvoldoende lessen trekt uit het rapport-Joustra en mogelijk zelfs een aanmoedigende werking creëert op buitenlandse commerciële trajecten?
Het staat vast dat ook met het wetsvoorstel risico’s niet uitgesloten kunnen worden. Daar staat tegenover dat deze risico’s ook niet worden uitgesloten met het in stand laten van de huidige (juridische) situatie en dat er behoefte is aan een wettelijke regeling, zoals al werd aanbevolen door de Staatscommissie Herijking ouderschap en volgde uit het WODC-rapport «Het gedragen kind»,9 en wat nu ook door de rechters in het artikel wordt aangegeven. Ook in de in opdracht van Uw Kamer uitgevoerde wetenschapstoets10 wordt het belang van een wettelijke regeling onderschreven.
De belangrijkste les die is getrokken uit het rapport van de Commissie Joustra is dat de overheid ontwikkelingen rond wensouderschap in binnen- en buitenland moet blijven volgen, en daarbij ook proactief moet optreden, al dan niet via regulering. Met dit wetsvoorstel wordt daarom juist beoogd wensouders te stimuleren om te kiezen voor een verantwoord en zorgvuldig draagmoederschapstraject, ook als het gaat om buitenlandse trajecten, om daarmee het risico op misstanden te verkleinen. Zolang het draagmoederschapstraject zorgvuldig verloopt en voldoet aan de in het wetsvoorstel gestelde voorwaarden, behoeft een eventuele toename geen probleem te zijn.
Klopt het dat onder het huidige wetsvoorstel geboorteakten uit Canada en de Verenigde Staten zonder rechterlijke toets kunnen worden ingeschreven? Kunt u toelichten waarom voor deze landen wél wordt vertrouwd op de lokale procedures, terwijl daar een omvangrijke commerciële sector bestaat?
Of een geboorteakte zonder (Nederlandse) rechterlijke toets kan worden ingeschreven, is niet afhankelijk van het land waar het kind na draagmoederschap is geboren, maar van het voldoen aan de gestelde voorwaarden. Er worden met het wetsvoorstel voorwaarden gesteld aan de erkenning van rechtswege van een buitenlandse geboorteakte na draagmoederschap. Het gaat dan om de genetische verwantschap van het kind aan ten minste één van de wensouders, de beschikbaarheid van de afstammingsgegevens van het kind voor opname in het afstammingsregister, verplichte voorlichting en counseling voor de wensouders en, indien het ouderschap van de wensouders voor de geboorte is ontstaan, het bestaan van een mogelijkheid voor de draagmoeder om na de geboorte het ouderschap bij de rechter te betwisten. Daarnaast is één van de voorwaarden dat er een rechterlijke beslissing ten grondslag ligt aan de buitenlandse geboorteakte van een kind geboren uit draagmoederschap.
Alleen wanneer aan deze voorwaarden wordt voldaan kan onder het wetsvoorstel de buitenlandse geboorteakte, zonder tussenkomst van de Nederlandse rechter, in Nederland worden ingeschreven. Dat geldt voor alle buitenlandse geboorteakten en niet specifiek alleen voor geboorteakten uit Canada en de Verenigde Staten.
Overigens wordt in de wetenschapstoets de aanbeveling gedaan om de voorgestelde regeling voor erkenning van rechtswege te schrappen. Ik ben bezig met een zorgvuldige analyse van de gedane aanbevelingen en zal bezien of en op welke punten aanpassing van het wetsvoorstel eventueel aangewezen is.
Vindt u de waarschuwingen van de commissie-Joustra ook van toepassing voor Canada en de Verenigde Staten?
De risico’s waarop de commissie Joustra in relatie tot draagmoederschap heeft gewezen zijn mijns inziens van toepassing op alle landen. Deze risico’s spelen overal waar het gaat om het vervullen van een kinderwens, waarbij bemiddeling plaatsvindt, waarmee op enige manier geld is gemoeid en waarbij sprake is van internationaal verkeer, en deze zijn niet afhankelijk van het land waar het draagmoederschapstraject plaatsvindt.
Om de kans op risico’s zoveel als mogelijk te verkleinen, wordt met het wetsvoorstel beoogd de wensouders te stimuleren om voor een verantwoord en zorgvuldig draagmoederschapstraject te kiezen.
Welke stappen worden gezet om te garanderen dat kinderen die via draagmoederschap worden geboren, hun afstamming volledig kunnen achterhalen, ook wanneer wensouders een buitenlands traject volgen waarbij donoren of draagmoeders anoniem kunnen zijn?
Het (toegang) hebben tot je afstammingsinformatie is cruciaal voor een kind. In Nederland wordt daarom ook sinds 2004 niet langer gebruik gemaakt van anoniem donormateriaal. In het wetsvoorstel wordt in aansluiting hierop de eis gesteld dat de afstammingsgegevens (op termijn) beschikbaar zijn voor het kind (voorgesteld artikel 1:215, eerste lid, onder e, en voor buitenlandse trajecten voorgesteld artikel 10:101a, derde lid, sub a, onder 1, van het Burgerlijk Wetboek).
In het buitenland is het gebruik van anonieme ei- en zaadcellen en embryo’s soms wel toegestaan. Ook dan is het van belang dat kinderen toegang kunnen krijgen tot hun afstammingsgegevens. Een waterdichte garantie hiervoor kan echter niet worden gegeven, het gaat immers om anonieme donoren. Het wetsvoorstel stimuleert daarom wensouders om te kiezen voor een traject met een donor waarvan de identiteit wel bekend of achterhaalbaar is. In het wetsvoorstel is daartoe opgenomen dat indien de afstammingsgegevens bij buitenlandse trajecten niet beschikbaar zijn, de wensouders in Nederland alsnog een rechterlijke procedure moeten starten om te trachten het ouderschap juridisch te regelen. De rechter moet er dan een oordeel over geven.
Daarnaast zal in de verplicht te volgen voorlichting het belang van het gebruik van bekende donoren nadrukkelijk aan de orde komen, juist met het oog op het belang van het kind en het hebben van de afstammingsgegevens.
Tevens is in het wetsvoorstel een bepaling opgenomen die de wensouders verplicht om het kind te informeren over zijn of haar afstamming. Op die manier wordt ook de verantwoordelijkheid bij de wensouders wettelijk neergelegd om hun kind te informeren over zijn of haar ontstaansgeschiedenis. Die verplichting geldt overigens niet alleen in geval van draagmoederschap maar meer algemeen voor ouders of, als het gezag elders is belegd, bij die andere gezagsdrager(s).
Hoe wordt voorkomen dat draagmoeders in het buitenland onder druk worden gezet om afstand te doen van hun rechten of niet vrij zijn om beslissingen over hun zwangerschap te nemen, bijvoorbeeld bij medische complicaties?
Door het verplicht stellen van voorlichting en counseling worden bewust gemaakt om te kiezen voor verantwoorde trajecten in het buitenland. Ik acht het daarbij van groot belang dat het zelfbeschikkingsrecht van draagmoeders wordt gerespecteerd. Het zelfbeschikkingsrecht houdt onder meer in dat iedereen het recht heeft om zelfstandig keuzes te maken over zijn eigen lichaam en leven. Dit recht is neergelegd in artikel 10 en 11 van de Grondwet, het 8 EVRM, alsmede in het VN-Vrouwenverdrag. Verder beoogt het wetsvoorstel uitbuiting te voorkomen en kent het de mogelijkheid voor de draagmoeder om terug te komen op haar besluit. Dit alles versterkt de positie van de draagmoeder. Dat neemt echter niet weg dat misstanden toch kunnen plaatsvinden.
Daarnaast vraagt de herziene EU-richtlijn inzake de voorkoming en bestrijding van mensenhandel en de bescherming van slachtoffers daarvan (2024/1712)11 lidstaten expliciet om het uitbuiten van draagmoederschap strafbaar te stellen. De strafdreiging die van deze strafbaarstelling uitgaat kan preventieve werking hebben, waardoor hopelijk minder vrouwen in het buitenland onder druk gezet zullen worden om afstand te doen van hun rechten.
Kunt u ingaan op de uitspraak in het artikel van hoogleraar Recht, ethiek en biotechnologie Britta van Beers, die ten aanzien van het wetsvoorstel Kind, draagmoederschap en afstamming de vergelijking maakt met de legalisering van online gokken, dat werd toegestaan omdat mensen op zoek gaan, maar waarbij vergeten werd dat het nieuwe wetsvoorstel dat ook populairder maakte?
Ondanks het ontbreken van een wettelijke regeling komt draagmoederschap nu ook voor. De Staatscommissie Herijking ouderschap heeft al geconstateerd dat een kinderwens op zich een positief gegeven is, ook als die wens alleen via draagmoederschap verwezenlijkt kan worden. Tegelijkertijd is draagmoederschap alleen positief als het traject zorgvuldig verloopt met respect voor de rechten en belangen van het kind en de draagmoeder. Het is daarom van belang dat er een goede regeling komt voor de bescherming van alle betrokkenen, maar vooral die van het kind. Het wetsvoorstel vertrekt vanuit ditzelfde uitgangspunt en heeft niet als doel om draagmoederschap populair te maken of te stimuleren. Het wetsvoorstel beoogt ook niet draagmoederschap als zodanig te bevorderen, maar stimuleert mensen die deze wijze van gezinsvorming overwegen om te kiezen voor een zorgvuldig en transparant draagmoederschapstraject in het belang van het kind.
Hoe voorkomt u dat niet-commerciële bemiddeling ook leidt tot een grote toename van bekendmaking van initiatieven en wat is het beleid rondom adverteren, nu en bij inwerkingtreding van het wetsvoorstel?
Op dit moment is er een verbod op het openbaar kenbaar maken van de wens om zelf draagmoeder te worden of om een draagmoeder te vinden. Na de inwerkingtreding van het wetsvoorstel is die openbaarmaking niet langer verboden.
Commerciële bemiddeling bij draagmoederschap is op dit moment verboden in Nederland. En dat blijft zo met het wetsvoorstel. Voor beroepsmatig niet-commerciële bemiddeling in Nederland ligt dit anders en kan straks ontheffing worden verleend. Het streven is dat wensouders die door middel van draagmoederschap een kind willen krijgen en vrouwen die als draagmoeder voor een ander zwanger willen worden en een kind willen krijgen, bij één of enkele centrale punten terecht kunnen. Hiermee kan tegemoet worden gekomen aan de in de praktijk bestaande behoefte hieraan.
Het voordeel van voorlichting, counseling en bemiddeling op één of een beperkt aantal plekken te houden is dat expertise opgebouwd kan worden bij professionals en hiermee de kwaliteit van de inhoud en vorm van de voorlichting, counseling en bemiddeling goed gewaarborgd kan worden. Daarnaast wordt voorkomen dat een wildgroei ontstaat van bemiddelaars. De randvoorwaarden voor deze organisaties zullen verder uitgewerkt worden in een algemene maatregel van bestuur.
Deelt u de kritiek – ook in het licht van de bijdrage van hoogleraar Van Beers, die aangeeft dat er geen recht is op het hebben van een kind – dat bij verandering van deze benadering steeds meer de wens van de potentiële wensouders voorop komt te staan in plaats van die van het kind en de biologische ouders?
Er bestaat geen recht voor (wens)ouders op een kind. Een kind, ongeacht de manier waarop het geboren wordt, beschikt wel over fundamentele rechten als het recht op een waardig bestaan en het hebben en kennen van diens identiteit, inclusief diens genetische, zwangerschaps- en sociaal-culturele achtergrond. In het wetsvoorstel zijn waarborgen opgenomen voor kinderen om hun afstammingsgegevens te kunnen achterhalen en voor het kennen van hun ontstaansgeschiedenis. De rechten en het belang van het kind moeten altijd voorop blijven staan.
Deelt u de analyse dat draagmoederschap niet primair moet worden benaderd vanuit de wens van volwassenen om een kind te krijgen, maar vanuit de rechten van het kind en de positie van de draagmoeder? Bent u bereid om met een nota van wijziging te komen om deze benadering expliciet in het wetsvoorstel te verankeren en welke betekenis heeft dat voor commercieel draagmoederschap?
Voor de beantwoording van het eerste deel van deze vraag verwijs ik naar het antwoord op vraag 12. In het wetsvoorstel zijn waarborgen opgenomen voor zorgvuldige trajecten, waarmee ook de positie van de draagmoeder wordt versterkt. Ook het belang van het kind is meegenomen in het wetsvoorstel. Zoals ik hiervoor in antwoord op vraag 6 heb aangegeven ben ik bezig met een zorgvuldige analyse van de gedane aanbevelingen in de wetenschapstoets en zal ik bezien of en op welke punten aanpassing van het wetsvoorstel eventueel aangewezen is.
Vindt u dat het recht maatschappelijke ontwikkelingen enkel moet volgen of moet het recht ook normeren?
Het recht moet aansluiten bij de maatschappelijke ontwikkelingen in de samenleving. Wetgeving is een dynamisch geheel en moet ruimte bieden voor ontwikkelingen waar dat kan en bescherming bieden waar dit nodig is. Het recht moet in die zin ook normeren. Voor wat betreft een wettelijke regeling voor draagmoederschap zou de norm vooral moeten zijn dat draagmoederschapstrajecten zorgvuldig moeten zijn, in het belang van het kind en met oog voor de positie van de draagmoeder.
de Volkskrant, 24 maart 2026, Rechters slaan alarm: «Draagmoederschap dreigt het nieuwe adoptieschandaal te worden».
Bijlage bij Kamerstukken II 2020/21, 31 265, nr. 79. De Commissie heeft onder voorzitterschap van de heer T.H.J. Joustra haar rapport op 8 februari 2021 aangeboden.
Hierin wordt voorzien door het wetsvoorstel dat strekt tot implementatie van de genoemde herziene richtlijn (36 835) dat sinds 1 oktober 2025 bij de Tweede Kamer aanhangig is. Vanwege een daartoe strekkend amendement van de leden Wijen-Nass en Diederik van Dijk (Kamerstukken II 2024/25, 36 547, nr. 23) voorziet het wetsvoorstel dat strekt tot modernisering en uitbreiding van de strafbaarstelling van mensenhandel (Kamerstukken 36 547) in dezelfde wetswijziging. Dat wetsvoorstel is op dit moment aanhangig bij de Eerste Kamer.
de Volkskrant, 24 maart 2026, Rechters slaan alarm: «Draagmoederschap dreigt het nieuwe adoptieschandaal te worden».
Bijlage bij Kamerstukken II 2020/21, 31 265, nr. 79. De Commissie heeft onder voorzitterschap van de heer T.H.J. Joustra haar rapport op 8 februari 2021 aangeboden.
Hierin wordt voorzien door het wetsvoorstel dat strekt tot implementatie van de genoemde herziene richtlijn (36 835) dat sinds 1 oktober 2025 bij de Tweede Kamer aanhangig is. Vanwege een daartoe strekkend amendement van de leden Wijen-Nass en Diederik van Dijk (Kamerstukken II 2024/25, 36 547, nr. 23) voorziet het wetsvoorstel dat strekt tot modernisering en uitbreiding van de strafbaarstelling van mensenhandel (Kamerstukken 36 547) in dezelfde wetswijziging. Dat wetsvoorstel is op dit moment aanhangig bij de Eerste Kamer.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20252026-1948.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.