Vragen van de leden Belhirch en Jagtenberg (beiden D66) aan de Ministers van Defensie en van Justitie en Veiligheid en de Staatssecretaris van Defensie over het bericht «Taxibaas Martijn W. verdient miljoenen bij Defensie – terwijl zijn bedrijf wordt verdacht van fraude» (ingezonden 15 april 2026).

Antwoord van Minister Yeşilgöz-Zegerius (Defensie) en van Staatssecretaris Boswijk (Defensie) (ontvangen 18 mei 2026).

Vraag 1

Bent u bekend met het artikel «Zijn bedrijf wordt verdacht van fraude, maar toch verdient deze taxibaas miljoenen bij Defensie» van Follow the Money?1

Antwoord 1

Ja.

Vraag 2

Overwegende dat volgens berichtgeving bedrijven in het netwerk van een Nederlandse ondernemer worden verdacht van fraude in internationale munitiehandel, terwijl aan ditzelfde netwerk defensieopdrachten van grote waarde zijn verstrekt, hoe reflecteert u op deze berichtgeving?

Antwoord 2

Zakelijke integriteit, waaronder het tegengaan van fraude en corruptie, is een onderwerp dat wij zeer serieus nemen. Door de geopolitieke context, de grote behoefte aan (specialistische) militaire producten en de korte tijdspanne waarin deze geleverd moeten worden, neemt de kans op het manifesteren van fraude- en corruptierisico’s toe. Dit is ook door de Audit Dienst Rijk (ADR) gesignaleerd en Defensie werkt daarom aan verschillende verbeteringen om beter met deze toegenomen risico’s om te gaan. Voorbeelden hiervan zijn het voorbereiden van een defensiebrede frauderisicoanalyse en het ontwikkelen van een frauderisicomanagementsysteem waarin aandacht is voor de preventie, herkenning en detectie van fraude en corruptie.

Vraag 3

Klopt het dat bedrijven gelieerd aan deze ondernemer betrokken zijn bij contracten met het Ministerie van Defensie voor de levering van wapens, munitie, boten of ander militair materieel? Zo ja, om welke contracten en bedragen gaat het precies?

Antwoord 3

Het klopt dat Defensie overeenkomsten heeft met bedrijven die aan deze ondernemer gelieerd zijn. Om operationeel en commercieel vertrouwelijke redenen doet Defensie geen uitspraak over de aard en omvang van de opdrachten.

Vraag 4 en 5

Wanneer en op welke wijze is het Ministerie van Defensie geïnformeerd over eventuele strafrechtelijke onderzoeken of verdenkingen van fraude met betrekking tot bedrijven die betrokken zijn bij deze contracten?

Overwegende dat volgens het artikel sprake zou zijn geweest van het gebruik van valse of misleidende eindgebruikerscertificaten bij internationale munitiehandel, was het Ministerie van Defensie hiervan op de hoogte? Zo ja, wanneer en welke consequenties zijn hieraan verbonden?

Antwoord 4 en 5

Op 15 november 2025 heeft Defensie kennisgenomen van een krantenartikel in De Limburger waarin melding werd gemaakt van het intrekken van de erkenning in het kader van de Wet Wapens en Munitie van een van de bedrijven, op grond van fraude met eindgebruikerscertificaten.

Op 18 november 2025 heeft de ondernemer Defensie over de achtergronden en oorzaken geïnformeerd. Op die datum had Defensie enkele contracten met het bedrijf dat onderwerp was van het fraudeonderzoek en waarvan de erkenning op grond van de Wet Wapens en Munitie werd ingetrokken. Defensie is niet voornemens om nieuwe overeenkomsten met dit bedrijf te sluiten. De uitvoering van deze contracten is door een ander bedrijf, dat wel over de juiste vergunningen beschikt, overgenomen zodat Defensie nog steeds over de producten kon beschikken die waren aangekocht.

Vraag 6

Welke integriteits-, veiligheids- en betrouwbaarheidstoetsen worden standaard uitgevoerd bij bedrijven die defensiecontracten verkrijgen, met name wanneer het gaat om handel in wapens en munitie?

Antwoord 6

Nederlandse bedrijven die wapens of munitie leveren dienen een erkenning te hebben ingevolge de Wet Wapens en Munitie. Afhankelijk van de aard van de opdracht kan daarnaast een eigen verklaring gevraagd worden van een leverancier, een Gedragsverklaring Aanbesteden van de dienst Justis, een Verklaring omtrent het Gedrag (VOG) of een autorisatie door de MIVD ingevolge de Algemene Beveiligingseisen voor Defensieopdrachten (ABDO) c.q. de Algemene Beveiligingseisen voor Rijksoverheidsopdrachten (ABRO). Voor buitenlandse bedrijven bestaan equivalente verklaringen, waar Defensie op dezelfde wijze mee omgaat.

Vraag 7

In hoeveel gevallen heeft Defensie sinds de Russische invasie van Oekraïne gebruikgemaakt van nieuwe leveranciers of tussenhandelaren bij de inkoop van militair materieel? Welke extra risico’s op fraude of misbruik brengt dit volgens u met zich mee?

Antwoord 7

Door de Russische invasie zijn er vele en snelle ontwikkelingen en innovaties op het gebied van militair materieel en de wijze van militair optreden. Dit brengt met zich mee dat er nieuwe bedrijven zijn waar Defensie mee samenwerkt en waar Defensie militair materieel van inkoopt. In sommige gevallen zijn dit kleine en relatief onbekende bedrijven, vaak omdat zij in staat zijn specifiek materieel goed en snel te leveren. Voorbeelden hiervan zijn droneontwikkelaars. De snelheid van levering en de leveringszekerheid zijn in deze tijden van materieelschaarste voor Defensie een van de belangrijkste criteria waarop leveranciers worden geselecteerd, uiteraard naast andere factoren als de prijs en kwaliteit van het materieel en betrouwbaarheid van de leverancier. De intensievere samenwerking met externe partners, waaronder tussenhandelaren, in tijden van schaarste vraagt van Defensie extra aandacht voor de beheersing van risico’s op het gebied van fraude en corruptie. Hiervoor werkt Defensie inmiddels aan verbeteringen en blijft dit de komende jaren ook doen. Een aantal concrete voorbeelden hiervan hebben we benoemd in ons antwoord onder vraag 2.

Vraag 8

Overwegende dat in het artikel wordt gesteld dat bepaalde betrokken bedrijven mogelijk niet voldoen aan NAVO- of ISO-kwaliteitsstandaarden voor defensieleveranciers, kunt u aangeven aan welke kwaliteits- en certificeringsvereisten bedrijven moeten voldoen om als leverancier voor Defensie op te treden?

Antwoord 8

Defensie stelt bij de inkoop van materieel eisen aan de leverancier, aan het product en aan de kwaliteitszorg. Welke eisen gesteld worden, is sterk afhankelijk van de aard en omvang van de opdracht en wordt van geval tot geval bepaald. Bij alle contracten die Defensie sluit, dus ook bij contracten met bedrijven waar deze ondernemer bij betrokken is, wordt vooraf gecontroleerd of het bedrijf en de te leveren producten aan alle gestelde eisen voldoen.

Vraag 9

Welke controles voert het ministerie uit om te waarborgen dat materieel dat via tussenhandelaren wordt ingekocht daadwerkelijk voldoet aan de gestelde kwaliteitseisen en niet tegen onnodig hoge prijzen wordt geleverd?

Antwoord 9

Materieel dat gekocht wordt, wordt bij ontvangst gecontroleerd. Afhankelijk van de aard van de opdracht kan een testplan worden afgesproken, een acceptatietest in de fabriek, en/of een acceptatietest na installatie bij de gebruiker. Ook wordt garantie bedongen voor productie- en/of ontwerpfouten. Welke testen en garantie worden bedongen wisselt naar gelang de aard van de opdracht en wordt van geval tot geval bepaald.

Bij het inkopen zonder concurrentiestelling, wordt bij contracten van meer dan € 2,5 miljoen geëist dat de ADR een onderzoek naar de prijsstelling kan uitvoeren. Daarbij wordt onder meer het winstpercentage beoordeeld. De resultaten van het ADR-onderzoek kunnen aanleiding zijn voor aanvullende onderhandelingen en bijstelling van de prijs.

Vraag 10

Welke maatregelen neemt u om te voorkomen dat bedrijven die worden verdacht van fraude of andere integriteitsschendingen betrokken raken bij defensiecontracten of leveringen van militair materieel?

Antwoord 10

Defensie houdt zich aan de Europese aanbestedingsregelgeving waarin is geregeld dat partijen behoren te worden uitgesloten van deelname aan Europese aanbestedingen, indien zij in een periode van vier jaar voorafgaande aan het indienen van een inschrijving, bij een onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak zijn veroordeeld.

Defensie verlangt bij de aanvang van een aanbesteding van de deelnemende partijen een verklaring dat zij niet onherroepelijk zijn veroordeeld voor bijvoorbeeld fraude of omkoping.

Vraag 11

Bent u bereid lopende contracten met bedrijven uit het genoemde netwerk opnieuw te beoordelen op integriteit, betrouwbaarheid en prijsstelling? Zo nee, waarom niet?

Antwoord 11

Wij zien nu geen aanleiding om deze beoordeling opnieuw uit te voeren. De lopende contracten zijn beoordeeld op betrouwbaarheid en prijsstelling. De genoemde bedrijven hebben voorafgaand aan contractering een Gedragsverklaring Aanbesteden van de dienst Justis overlegd en er is voorcalculatorisch onderzoek uitgevoerd door de ADR. Wel is een verkennend onderzoek gestart naar aanleiding van dit signaal betreffende informatieverstrekking aan een leverancier.

Vraag 12

Kunt u deze vragen tijdig voor het commissiedebat Materieel op 3 juni 2026 beantwoorden, zodat de antwoorden bij dit debat kunnen worden betrokken?

Antwoord 12

Ja.

Naar boven