Vragen van het lid Russcher (FVD) aan de Minister van Asiel en Migratie over de raming van tienduizenden extra asielopvangoplekken (ingezonden 4 maart 2026).

Antwoord van Minister Van den Brink (Asiel en Migratie) (ontvangen 11 mei 2026). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 1421.

Vraag 1

Bent u bekend met het bericht dat er bijna 38.000 extra opvangplekken voor asielzoekers gerealiseerd moeten worden vóór halverwege 2027?1

Antwoord 1

Ja.

Vraag 2

Hoe verhoudt deze enorme uitbreiding van asielopvang zich tot de belofte van het nieuwe kabinet om de asielinstroom te beperken?

Antwoord 2

Het doel is de rust terug te brengen binnen de asielketen onder meer door op termijn de asielinstroom te beperken. Het kabinet zet hierbij in op zowel Nationale als Europese maatregelen. Ook is het noodzakelijk om controle te krijgen op de opvang van asielzoekers die in Nederland verblijven.

De acute situatie in de opvang is nijpend, onder meer vanwege aanstaande sluitingen van opvanglocaties en een beperkt aantal openingen. Om een rechtvaardige verdeling over gemeenten te borgen, wil dit kabinet de Spreidingswet voorlopig in stand houden. Wanneer er voldoende vaste en flexibele opvangplekken van het COA zijn, wordt inzet van de Spreidingswet overbodig.

Vraag 3 en 4

Waarom worden gemeenten gedwongen opvangplekken te realiseren, terwijl veel gemeenten al kampen met een groot tekort aan woningen voor de eigen inwoners?

Bent u bereid de spreidingswet in te trekken, nu blijkt dat deze wet leidt tot een verdere toename van de druk op gemeenten en de samenleving?

Antwoord 3 en 4

Het kabinet kiest ervoor om de spreidingswet in stand te houden zolang de wet nodig is, om zo een rechtvaardige verdeling van asielzoekers over gemeenten te borgen. Het kabinet onderschrijft het belang van een goed georganiseerde opvang. Ik wil mijn waardering uitspreken voor gemeenten die zich al inzetten voor asielopvang. Ik roep gemeenten die nog niet voldoen aan hun wettelijke taak op om snel hun verantwoordelijkheid te nemen en solidair te zijn met gemeenten die al wel hun bijdrage leveren.

Vraag 5

Deelt u de mening dat Nederland de grenzen moet sluiten zolang er geen oplossing is voor de huidige opvangcrisis?

Antwoord 5

Nee, die mening deel ik niet.

Vraag 6

Hoe verklaart u dat zijn voorganger weigerde deze ramingen te publiceren?

Antwoord 6

Hiervoor verwijs ik naar de brief van mijn voorganger van 5 februari jl. (Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 3516).

Vraag 7

Hoeveel van de huidige 77.500 opvangplekken worden bezet door mensen waarvan de asielaanvraag is afgewezen?

Antwoord 7

Hier zijn geen cijfers over bekend.

Vraag 8

Hoe gaat u ervoor zorgen dat de mensen waarvan de asielaanvraag is afgewezen zo snel mogelijk uit Nederland worden gezet?

Antwoord 8

Het uitgangspunt is dat vreemdelingen van wie de asielaanvraag is afgewezen Nederland verlaten. In eerste instantie wordt ingezet op zelfstandig vertrek. Indien een vreemdeling niet meewerkt, kan gedwongen terugkeer aan de orde zijn. Het kabinet zet daarbij in op intensivering van het terugkeerbeleid, onder meer door versterkte samenwerking met landen van herkomst en Europese partners om terugkeer effectiever te organiseren.

Vraag 9

Bent u het eens met de stelling dat de spreidingswet een ondemocratisch instrument is dat gemeenten en haar inwoners verplicht tot iets waar zij niet om hebben gevraagd?

Antwoord 9

Wetten worden in Nederland aangenomen door de Tweede en Eerste Kamer der Staten-Generaal middels een democratisch wetgevingsproces, dit geldt ook voor de spreidingswet.

De wet biedt gemeenten de ruimte om invulling te geven aan de indicatieve verdeling, zonder dat er een verplichting is in de wijze waarop gemeenten dit doen. De uitkomsten van deze vrijwillige fase wordt overgenomen in de verdeelbesluiten, mits deze optellen tot een sluitend provinciaal verslag.

Vraag 10

Bent u het eens met de stelling dat Nederland haar eigen burgers – met name daklozen, mensen op de wachtlijst voor sociale huurwoningen, spoedgevallen door scheiding, maar ook starters – voorrang moet geven boven asielzoekers?

Antwoord 10

De Minister van VRO zet zich ervoor in om snel voor alle woningzoekenden meer woningen aan de voorraad toe te voegen: door nieuwbouw, het beter benutten van de bestaande bouw en alternatieve huisvestingsmogelijkheden. Zolang er geen goed alternatief is om statushouders te huisvesten, laten we het beleid op dit punt aan gemeenten zelf. De Minister gaat aan de slag met de uitwerking van een convenant waarin ze afspraken met corporaties en medeoverheden maakt over het opschalen van alternatieve huisvesting voor statushouders. Zo zorgt zij ervoor dat woningzoekenden méér kans krijgen op een sociale huurwoning én dat statushouders een realistisch alternatief hebben, zodat zij niet in de asielopvang blijven.

Vraag 11

Bent u bereid het Nederlandse asielbeleid volledig te herzien en in lijn te brengen met de wens van de meerderheid van de Nederlandse bevolking, die volgens meerdere peilingen een strenger asielbeleid wenst?

Antwoord 11

Dit kabinet wil meer grip op het migratie- en opvanglandschap. De inzet is gericht op een verminderde instroom van asielmigranten, inzet op vertrek en door fatsoenlijke opvang en sneller meedoen. Het EU-migratiepact is een eerste grote stap om meer grip te krijgen over wie naar Nederland komt. Daarnaast is ook de wet tweestatusstelsel aangenomen in de Eerste Kamer.

Voorts tracht dit kabinet rust in de opvang te creëren. Hiervoor wordt ingezet op verschillende maatregelen, waaronder stabiele financiering en het uitvoeren van de spreidingswet.


X Noot
1

NOS, 27 februari 2026, «Grote opgave voor gemeenten: tienduizenden extra asielplekken nodig», https://nos.nl/artikel/2604261-grote-opgave-voor-gemeenten-tienduizenden-extra-asielplekken-nodig


X Noot
1

NOS, 27 februari 2026, «Grote opgave voor gemeenten: tienduizenden extra asielplekken nodig», https://nos.nl/artikel/2604261-grote-opgave-voor-gemeenten-tienduizenden-extra-asielplekken-nodig

Naar boven