Vragen van het lid Westerveld (GroenLinks-PvdA) aan de Minister van Asiel en Migratie over de kopgroep die is gevormd met Duitsland, Denemarken, Griekenland, Oostenrijk en Nederland om «terugkeerhubs» te installeren in het buitenland (ingezonden 9 maart 2026).

Antwoord van Minister Van den Brink (Asiel en Migratie) (ontvangen 11 mei 2026). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 1460.

Vraag 1

Wanneer heeft u het besluit genomen om deel te nemen aan deze kopgroep voor terugkeerhubs buiten de EU?

Antwoord 1

Voorafgaand aan de informele JBZ-Raad in januari kwamen Denemarken, Griekenland, Oostenrijk en de Europese Commissie op initiatief van Duitsland en Nederland bijeen voor een overleg over innovatieve oplossingen1. Daar is afgesproken om met deze groep een gezamenlijke verkenning naar mogelijke terugkeerhubs te starten. De bijeenkomst, en marge van de JBZ-raad op 5 en 6 maart jl., was de tweede bijeenkomst op Ministersniveau in dit verband.

Vraag 2

Waarom heeft u de Kamer niet voorafgaand de JBZ-Raad over dit voornemen geïnformeerd zodat hier tijdens het debat voorafgaand aan de JBZ-Raad over gesproken kon worden?

Antwoord 2

Nederland ontving de uitnodiging voor deelname aan deze vervolgbijeenkomst na verzending van de geannoteerde agenda van de Raad. In het commissiedebat van maart heb ik evenwel melding gemaakt van de continuering van de Nederlandse deelname aan deze kopgroep.

Vraag 3

Waarom informeert u de Kamer niet na dit besluit onmiddellijk per brief, en moet de Kamer dit via de media vernemen?

Antwoord 3

De Kamer is per verslagen geïnformeerd over de stand van zaken omrent deze kopgroep. In het verslag van de informele JBZ-raad van januari is de Kamer geïnformeerd over de eerste bijeenkomst met deze groep landen. Per verslag van de formele JBZ-raad in maart is de Kamer geïnformeerd over de vervolgbijeenkomst.

Vraag 4

Zijn er al landen in beeld voor deze terugkeerhubs? Zijn er landen geïnteresseerd om terugkeerhubs te huisvesten en wat zou daar dan eventueel tegenover staan?

Antwoord 4

Ten aanzien van de gezamenlijke verkenning om een terugkeerhub op te zetten spraken de lidstaten af om gecoördineerd in dialoog te gaan met mogelijke partnerlanden. Het betreft hier een zorgvuldig diplomatiek proces waarbij het doel een duurzaam en wederkerig partnerschap is. Gezien de diplomatieke vertrouwelijkheid van dit proces, zowel richting gelijkgezinde EU-lidstaten als richting eventuele partners, kan het kabinet geen uitspraken doen over partners die overwogen worden. Uw Kamer wordt daar over geïnformeerd via de gebruikelijke weg.

Vraag 5

Op welke manier gaat u ervoor zorgen dat mensenrechten in deze terugkeerhubs geborgd zijn? Kunt u dat altijd garanderen?

Antwoord 5

Het is noodzakelijk dat de uitwerking van de terugkeerhub zorgvuldig gebeurt en in overeenstemming geschiedt met de mensenrechtelijke verplichtingen die volgen uit EU-recht en internationaal recht/mensenrechtenverdragen, waaronder het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) en het Handvest voor de grondrechten van de Europese Unie (Handvest). Het kabinet zal continu aandacht houden voor het waarborgen van de (mensen)rechten van de vreemdelingen en het voorkomen van schending van non-refoulement beginsel. Deze elementen zullen dus ook een voorwaarde zijn bij de uitwerking en implementatie. De kopgroep en het kabinet staan nauw in contact met de Europese Commissie en internationale organisaties, zoals de Internationale Organisatie voor Migratie en de VN-Vluchtelingen-organisatie (UNHCR), over de vormgeving van de terugkeerhub.

Vraag 6

Is deze kopgroep geen lege huls zolang er geen landen in beeld zijn die interesse hebben om een terugkeerhub te huisvesten met strikte naleving van mensenrechten?

Antwoord 6

De kopgroep dient om de mogelijkheden voor een terugkeerhub gezamenlijk te verkennen en is daarmee een startpunt voor het daadwerkelijk realiseren ervan. Onderdeel van deze verkenning is vanzelfsprekend het spreken met verschillende landen buiten de EU die mogelijk interesse hebben in een daadwerkelijk duurzaam en wederkerig samenwerkingsverband. Zoals hierboven vermeld, is het voor Nederland belangrijk dat de invulling van de terugkeerhub in lijn is met EU- en internationaal recht, in het bijzonder met de mensenrechten, en zal dat dus ook een voorwaarde zijn van de uitwerking en implementatie met een partnerland.

Vraag 7

Kunt u garanderen dat er nu niet naar Oeganda wordt gekeken zoals in het coalitieakkoord staat?

Antwoord 7

Het kabinet beraadt zich momenteel op de te nemen stappen met betrekking tot Oeganda, ook in het licht van de verkiezingen aldaar.

Vraag 8

Kunt u toezeggen dat de Kamer op de hoogte wordt gehouden wanneer er onderhandelingen met een specifiek derde land worden aangegaan en vervolgens gedurende het onderhandlingsproces?

Antwoord 8

De Kamer zal zoals gebruikelijk over de voortgang van het werk van de kopgroep worden geïnformeerd, met de aantekening dat dit diplomatiek gevoelige processen betreft. Daarom kan de Kamer ook door middel van vertrouwelijke technische briefings geïnformeerd over de stand van zaken van migratiepartnerschappen per land. Dit is het meest recent op 11 september 2025 gebeurd.

Vraag 9

Kunt u garanderen dat een overeenkomst met een derde land altijd ter ratificatie aan de Kamer wordt voorgelegd?

Antwoord 9

Op dit moment wordt het concept van de terugkeerhub nog nader uitgewerkt. Datzelfde geldt voor de modaliteiten van afspraken die met derde landen zouden kunnen worden gemaakt.

Vraag 10

Kunt u toezeggen dat ngo's en het maatschappelijk middenveld betrokken worden bij het vooraf in kaart brengen van de mensenrechtensituatie in een derde land?

Antwoord 10

Terugkeer- en transithubs worden uitgewerkt met nadrukkelijke aandacht voor het adequaat borgen van mensenrechten van de betrokken migranten, in lijn met internationaal en EU-recht. De mensenrechtensituatie in derde landen wordt doorlopend gemonitord door NL vertegenwoordigingen ter plaatse. Het kabinet is bovendien doorlopend in gesprek met maatschappelijk middenveld, ook over innovatieve oplossingen.

Vraag 11

Kunt u garanderen dat mensen niet jarenlang in een terugkeerhub vast blijven zitten? Worden er maximumtermijnen voor de vrijheidsbeperkende omgeving afgesproken?

Antwoord 11

De invulling van de terugkeerhub moet, ook als een vrijheidsbeperkende maatregelen daar onderdeel van is, ten allen tijde in lijn zijn met EU en internationaal recht. Binnen deze kaders zijn de precieze modaliteiten van een terugkeerhub samenwerking afhankelijk van de uiteindelijke afspraken die worden gemaakt met het partnerland.

Vraag 12

Wat gebeurt er met de mensen in de terugkeerhub als het niet lukt om ze terug te sturen naar een herkomstland?

Antwoord 12

Dat is afhankelijk van de uiteindelijke afspraken die worden gemaakt met het partnerland.

Behandeling van migranten in de terugkeerhub dient altijd in lijn te zijn met het internationaal en EU-recht.

Vraag 13

Bent u van mening dat het uitzetten van mensen naar terugkeerhubs zal leiden tot een verhoging van het aantal mensen dat terugkeert naar het land van herkomst? Zo ja, waar concludeert u dat uit?

Antwoord 13

Het kabinet streeft naar een effectief, humaan en toekomstbestendig asiel- en migratiesysteem. Het doel is uiteindelijk dat asielprocedures buiten Europa worden ingediend en afgehandeld en dat geen asielprocedures in Nederland meer plaatsvinden. Dit kabinet wil concrete eerste stappen zetten in de richting van dit einddoel en wil hier mee aan de slag. Dat is een weg van de lange adem. De verkenning en uiteindelijke operationalisering van de terugkeerhub kan hier onderdeel van zijn van deze eerste stappen. Daarnaast beoogt de transit hub als maatregel terugkeer te realiseren van vertrekplichtige vreemdelingen, en is een uitbreiding van het instrumentarium van EU lidstaten en Nederland om terugkeer te effectueren. De ontwikkeling van de terugkeerhub draagt daarom bij aan het doel om het EU asiel en migratiesysteem te versterken.


X Noot
1

Vergaderjaar 2025–2026, KST 32 317, nr. 991


X Noot
1

Vergaderjaar 2025–2026, KST 32 317, nr. 991

Naar boven