Vragen van het lid Bikker (ChristenUnie) aan de Minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport over vrijwillige inzet (ingezonden 10 maart 2026).

Antwoord van Minister Sterk (Langdurige Zorg, Jeugd en Sport) (ontvangen 24 april 2026).

Vraag 1

Bent u bekend met de passage uit het coalitieakkoord die spreekt over de onbetaalbare inzet van vrijwilligers waar een zorgzame samenleving niet zonder kan?

Antwoord 1

Ja.

Vraag 2

Klopt het dat er in het coalitieakkoord geen concrete voorstellen staan om vrijwillige inzet te versterken?

Antwoord 2

Ja, dat klopt. Het kabinet zet in op vrijwilligerswerk via bestaande aanpakken en inzet van reeds beschikbare middelen

Vraag 3

Kent u de signalen van maatschappelijke organisaties dat zij een meerjarig perspectief missen om hun activiteiten rond vrijwillige inzet vorm te geven, maar in plaats daarvan vrijwel jaarlijks bezig zijn om middelen te vinden voor hun activiteiten?

Antwoord 3

Ja, ik ben met de signalen van maatschappelijke organisaties bekend dat zij een meerjarig perspectief missen om hun activiteiten rond vrijwillige inzet vorm te geven. Daarom verstrekt het Ministerie van VWS onder andere meerjarige subsidies aan organisaties in het maatschappelijk veld zodat zij hun inzet duurzaam kunnen versterken, zoals aan het programma Samen Ouder Worden van Vereniging VrijwilligerswerkNL.

Vraag 4

Deelt u de mening dat vrijwillige inzet de weerbaarheid van de samenleving versterkt en dat dit met het oog op internationale dreigingen harder nodig is dan ooit? Kunt u toelichten op welke manieren u ziet dat vrijwillige inzet de weerbaarheid van de samenleving versterkt?

Antwoord 4

Ja, die mening deel ik. Vrijwillige inzet draagt in belangrijke mate bij aan de weerbaarheid van de samenleving. Vrijwilligers versterken de onderlinge verbondenheid tussen mensen en vergroten het sociaal netwerk in buurten en gemeenschappen. Dit stelt samenlevingen beter in staat om met crises om te gaan.

Daarnaast leveren vrijwilligers een praktische bijdrage aan maatschappelijke voorzieningen, bijvoorbeeld in de zorg, bij hulpdiensten en in buurtinitiatieven. Daarmee vergroten zij de capaciteit en flexibiliteit van organisaties wanneer extra inzet nodig is. Tot slot bevordert vrijwillige inzet de zelfredzaamheid en betrokkenheid van burgers. Mensen ontwikkelen vaardigheden en voelen zich mede verantwoordelijk voor hun omgeving. Dit draagt bij aan een weerbare samenleving die beter kan omgaan met internationale dreigingen.

Vraag 5 en 6

Welke verantwoordelijkheid heeft het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport om vrijwillige inzet in de hele samenleving te versterken?

Welk beleid is er momenteel om vrijwillige inzet duurzaam te versterken, niet alleen in de zorg maar in de hele samenleving?

Antwoord 5 en 6

Het Ministerie van VWS heeft een rol in het stimuleren en faciliteren van vrijwillige inzet. Samen met gemeenten en maatschappelijke organisaties wordt er gewerkt aan het creëren van goede randvoorwaarden voor vrijwilligers om bij te kunnen dragen aan een sterkere en verbonden samenleving. Dit gebeurt onder andere door het ondersteunen van vrijwilligersorganisaties en het wegnemen van ervaren belemmeringen.

Zo wordt er onder andere ingezet op het verminderen van regeldruk voor vrijwilligersorganisaties, zodat vrijwilligers meer ruimte krijgen om zich te richten op hun kerntaken. Daarnaast ontvangt de Erasmus Universiteit Rotterdam een subsidie van het Ministerie van VWS voor de ontwikkeling van een post-experience programma vrijwilligersmanagement. Dit programma is gericht op het versterken van de organisatorische en bestuurlijke vaardigheden van vrijwillige bestuurders. Tot slot verstrekt het Ministerie van VWS subsidies aan maatschappelijke organisaties om vrijwillige inzet te versterken. Zo ontvangt onder andere het Oranje Fonds subsidie om financiële toekenningen te bieden aan vrijwilligersorganisaties, zodat zij op eigen wijze kunnen werken aan de duurzame versterking van hun organisatie en ontvangt het Nederlands Rode Kruis een subsidie om hun vrijwilligersbestand te versterken in tijden van noodsituaties en crises.

Vraag 7

Op welke manier geeft u invulling aan de motie Bikker c.s. (Kamerstuk 36 200 XVI, nr. 78) die verzoekt in de begrotingen van het Ministerie van VWS een post «ondersteunen en bevorderen vrijwilligerswerk» op te nemen?

Antwoord 7

Het kabinet deelt volledig de gedachte achter de motie om vrijwilligers te ondersteunen en bevorderen. Daarom trekken we jaarlijks 66 miljoen euro uit, oplopend tot 93 miljoen.

Binnen diverse beleidsartikelen is direct of indirect sprake van «ondersteunen en bevorderen van vrijwilligerswerk». Zo wordt de samenwerking tussen formele en informele zorg versterkt, onder meer doordat een extra bedrag oplopend tot structureel € 17 miljoen beschikbaar is voor de coördinatie van inzet en opleiding van vrijwilligers in de palliatieve terminale zorg. Daarnaast zijn de afspraken uit het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA) verwerkt in de begroting van het Ministerie van VWS. Het AZWA richt zich onder andere op het versterken van de positie van vrijwilligers (als onderdeel van netwerksamenwerking) en het versterken van burgerinitiatieven. Dit is gekoppeld aan de afspraak over inloopvoorzieningen sociaal en gezond. In 2027 is hiervoor € 40 miljoen beschikbaar. Dit loopt op tot € 67 miljoen in 2030. Daarnaast wordt jaarlijks in totaal € 6 miljoen uitgetrokken voor het aanleveren van gratis VOG’s voor vrijwilligers en zijn er voor 3 miljoen aan subsidies voor het versterken en ondersteunen van vrijwilligers in Nederland en specifiek in de palliatieve zorg. Hierdoor wordt er ondanks dat er geen centrale post is voor vrijwillige inzet, op verschillende manieren geïnvesteerd in het ondersteunen en bevorderen van vrijwilligers. De reden dat het Ministerie van VWS deze post niet heeft opgenomen is omdat de begroting en de administratie op een ander en algemener/thematisch niveau is ingericht.

Vraag 8

Deelt u de mening dat serieuze ondersteuning en versterking van vrijwillige inzet vraagt om beleid dat in nauwe samenwerking met het maatschappelijke veld wordt ontwikkeld, en dat meerjarige kaders biedt waarbinnen vrijwilligersorganisaties hun inzet duurzaam kunnen versterken?

Antwoord 8

Ik deel deze mening. Het Ministerie van VWS werkt daarom nauw samen met het maatschappelijk veld om vrijwilligersbeleid te ontwikkelen. Voorbeelden hiervan zijn de Coalitie Duurzame Vrijwillige Inzet en het verminderen van regeldruk bij vrijwilligersorganisaties. Daarnaast verstrekt, zoals aangegeven bij vraag 3, het Ministerie van VWS een aantal subsidies aan organisaties in het maatschappelijk veld zodat zij hun inzet duurzaam kunnen versterken.

Vraag 9

Op welke manier wordt de Coalitie Duurzame Vrijwillige Inzet, waarvan het Ministerie van VWS deel uitmaakt, benut en gefaciliteerd, ook met passende middelen, om te komen tot een duurzaam en breed gedragen beleid, en een gezamenlijke aanpak, samen met het veld, ter versterking van vrijwillige inzet?

Antwoord 9

De Coalitie Duurzame Vrijwillige Inzet brengt maatschappelijke organisaties, fondsen en departementen samen om gezamenlijk een visie en aanpak voor de verduurzaming van vrijwillige inzet te ontwikkelen. De verschillende invalshoeken en expertises van deze coalitie worden hiervoor benut. De coalitie wordt hierbij gefaciliteerd door bureau Common Eye. De ontwikkelde visie en aanpak vormt een leidraad voor het versterken en verduurzamen van vrijwillige inzet. Binnen de samenwerking wordt onderzocht hoe gezamenlijk tot concrete voorstellen te komen om vrijwillige inzet te versterken.

Vraag 10

Wilt u deze vragen beantwoorden voor 18 maart 2026?

Antwoord 10

De beantwoording van de vragen vergde afstemming met verschillende domeinen, waardoor het niet haalbaar was om vóór 18 maart de vragen te beantwoorden.

Naar boven