Vragen van het lid Wilders (PVV) aan de Minister-President over de toezegging inzake
de tenuitvoerlegging van vonnissen over in Nederland veroordeelde Pakistanen (ingezonden
27 maart 2026).
Antwoord van Minister Van Weel (Justitie en Veiligheid) en de Minister van Buitenlandse
Zaken (ontvangen 24 april 2026). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026,
nr. 1650.
Vraag 1
Herinnert u zich uw gedane toezegging tijdens het debat over de regeringsverklaring
van 25 februari 2026, dat u de Kamer zou informeren over of én welke stappen Nederland
heeft gezet om de gerechtelijke vonnissen, waaronder die zijn opgenomen onder ECLI:NL:RBDHA:2023:13579,
ECLI:NL:RBDHA:2024:14348 en ECLI:NL:RBDHA:2024:14347, waarin een aantal Pakistanen
zijn veroordeeld voor ernstige misdrijven gericht tegen ondergetekende waaronder het
uitvaardigen van fatwa’s door imams om mij te vermoorden, ten uitvoer te leggen én
of de desbetreffende veroordeelden aan Nederland uitgeleverd te krijgen?
Antwoord 1
Wij kunnen bevestigen dat de Minister-President bij het debat over de regeringsverklaring
op 25 februari jl. heeft toegezegd zich ertoe te zullen inspannen om de Pakistaanse
autoriteiten te laten meewerken aan de verzoeken met betrekking tot de in Nederland
veroordeelde personen.
Vraag 2 en 4
Kunt u de Kamer op korte termijn op de hoogte stellen van alle concrete stappen de
regering sinds voornoemde vonnissen heeft genomen om de onherroepelijk veroordeelde
Pakistanen hun straf te laten uitzitten respectievelijk aan Nederland te laten uitleveren?
Welke stappen heeft de regering inmiddels genomen om de veroordelingen effectief ten
uitvoer te leggen? Welke stappen bent u nog voornemens te nemen?
Welke politieke en diplomatieke stappen bent u bereid te nemen tegen Pakistan als
dat land blijft weigeren mee te werken aan het effectueren van het vonnis van de Nederlandse
rechtbank? Bent u bereid sancties te overwegen? Zo ja welke, zo neen waarom niet?
Antwoord 2 en 4
Nederland heeft Pakistan eind 2024 formeel verzocht om de uitlevering van diverse
in Nederland veroordeelde personen. Het is aan Pakistan om op de uitleveringsverzoeken
te reageren. We kunnen uw Kamer verzekeren dat Nederland de uitleveringsverzoeken
met grote regelmaat op alle geëigende niveaus nadrukkelijk onder de aandacht brengt
bij de Pakistaanse autoriteiten.
Over welke inspanningen precies zijn gepleegd, doen wij gezien de vertrouwelijke aard
van het diplomatieke verkeer met buitenlandse autoriteiten, geen verdere uitspraken.
Dit kan de internationale strafrechtelijke samenwerking met andere landen en het land
in kwestie, zowel in het algemeen als met betrekking tot deze specifieke zaken, belemmeren.
Bij brief van 2 september 2024 is geschetst welke inspanningen worden geleverd in
geval van rechtshulp- en uitleveringsverzoeken.1 Daarnaast wordt ingegaan op de diplomatieke inzet van het kabinet indien landen niet
meewerken aan de opsporing, vervolging of berechting van personen die verdacht worden
van, of veroordeeld zijn voor, het bedreigen van politieke ambtsdragers.
Nederland zal niet schuwen om te blijven aandringen op uitvoering. Het belang dat
Nederland aan deze verzoeken hecht wordt duidelijk overgebracht en er kan aan de zijde
van Pakistan geen misverstand bestaan over de noodzaak van een adequate opvolging
van de Nederlandse verzoeken.
Vraag 3
Deelt u nog steeds de mening dat het onaanvaardbaar is als personen, waaronder imams,
die zijn veroordeeld door een Nederlandse rechtbank vanwege het uitbrengen van een
of meerdere fatwa’s waarin moslims wordt opgeroepen mij te vermoorden, hun straf niet
hoeven uit te zitten omdat de Pakistaanse autoriteiten niet meewerken?
Antwoord 3
We zijn ons ervan bewust dat het lid Wilders al jarenlang wordt geconfronteerd met
ernstige bedreigingen. Het kabinet keurt fatwa’s en bedreigingen nadrukkelijk af.
Bedreigingen tegen politieke ambtsdragers door of vanuit andere landen die niet meewerken
aan opsporing, vervolging of berechting hiervan, worden niet geaccepteerd en hierop
wordt geacteerd. Dit uitgangspunt staat buiten kijf.
Het kabinet spant zich maximaal in om de Pakistaanse autoriteiten te laten meewerken
aan de verzoeken met betrekking tot de in Nederland veroordeelde personen. Nederland
brengt de verzoeken op alle geëigende niveaus veelvuldig en nadrukkelijk onder de
aandacht van de Pakistaanse autoriteiten.
Vraag 5
Kunt u deze vragen binnen een week beantwoorden?
Antwoord 5
De vragen zijn zo snel als mogelijk beantwoord.