Vragen van de leden Van Baarle en El Abassi (beiden DENK) aan de Ministers van Buitenlandse Zaken, van Defensie en van Justitie en Veiligheid over het bericht dat ruim 600 Nederlanders in het Israëlische leger hebben gediend (ingezonden 20 februari 2026).

Antwoord van Minister Berendsen (Buitenlandse Zaken), mede namens de Ministers van Defensie en van Justitie en Veiligheid (ontvangen 9 april 2026). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 1290.

Vraag 1

Bent u bekend met het bericht «Ruim 600 Nederlanders dienden vorig jaar in Israëlische leger»?1

Antwoord 1

Ja.

Vraag 2

Herinnert u zich uw antwoorden op schriftelijke vragen van het lid Van Baarle inzake Nederlanders die dienen in het Israëlische leger?2

Antwoord 2

Ja.

Vraag 3

Wat is uw reactie op de onthulling dat volgens cijfers gepubliceerd door DeclassifiedUK zeker 645 mensen met de Nederlandse nationaliteit in het Israëlische leger gediend zouden hebben? Deelt u de mening dat dienen in het misdadige Israëlische leger onacceptabel en ongewenst is?

Antwoord 3

De Nederlandse overheid houdt niet bij of Nederlanders dienst hebben genomen bij de krijgsmacht van landen waarmee Nederland niet in gewapend conflict is. Nederland is niet in gewapend conflict met Israël en houdt deswege niet bij hoeveel Nederlanders in het Israëlische dienen of hebben gediend.

Vraag 4

Bent u bereid om, vanwege de grove mensenrechtenschendingen en oorlogsmisdaden die Israël pleegt, een onderzoek in te lassen naar de mogelijke betrokkenheid van Nederlanders bij misdaden gepleegd door het Israëlische leger? Zo nee, waarom niet?

Antwoord 4

Het is aan het Openbaar Ministerie om te beoordelen of sprake is van gedragingen die mogelijk individueel strafbaar handelen opleveren en of het opportuun is om tot vervolging over te gaan.

Vraag 5

Waarom heeft u, aangezien de genoemde informatie via een openbaarheidsverzoek beschikbaar zou zijn gekomen, dit niet eerder achterhaald of aan de Kamer gemeld?

Antwoord 5

Zie het antwoord op vraag 3.

Vraag 6

Heeft u navraag gedaan bij de Israëlische autoriteiten bij de beantwoording van de eerdere vragen van het lid Van Baarle inzake dit onderwerp? Zo nee, waarom niet? Zo ja, wat bleek hieruit?

Antwoord 6

Ja, er is navraag gedaan bij de Israëlische krijgsmacht of er informatie beschikbaar was over Nederlanders in het Israëlische leger. De Israëlische krijgsmacht heeft destijds aangegeven geen informatie te delen over IDF militairen met een Nederlandse en/of dubbele nationaliteit.

Vraag 7

Bent u bereid om alsnog navraag te doen bij de Israëlische autoriteiten over het aantal en de inzet van Nederlanders die dienen in het Israëlische leger? Zo nee, waarom niet?

Antwoord 7

Zie het antwoord op vraag 6.

Vraag 8

Zijn er bij het Openbaar Ministerie indicaties bekend dat mogelijk sprake is van internationale misdrijven waarover Nederland rechtsmacht heeft inzake Nederlanders die dienen in het Israëlische leger en zijn hier reeds onderzoeken naar gedaan om te bezien of strafrechtelijke vervolging opportuun is?

Antwoord 8

Wanneer signalen, aangiften of andere informatie beschikbaar komen die duiden op mogelijke individuele betrokkenheid bij internationale misdrijven waarover Nederland rechtsmacht heeft, worden deze altijd zorgvuldig door het Openbaar Ministerie gewogen en wordt beoordeeld of het opportuun is om vervolging in te stellen. Tot op heden heeft dit nog niet geleid tot strafrechtelijke vervolging, omdat er geen aanwijzingen zijn van individuele strafrechtelijke betrokkenheid.

Vraag 9

Deelt u de mening dat betrokkenheid van Nederlanders bij activiteiten van het Israëlische leger in illegaal bezet gebied onacceptabel is en in strijd met het internationaal recht? Zo ja, bent u bereid om hier gericht onderzoek naar te doen en navraag te doen bij de Israëlische autoriteiten of hier sprake van is?

Antwoord 9

Betrokkenheid van individuele Nederlanders bij activiteiten van het Israëlische leger in onrechtmatig bezet gebied vindt niet plaats uit hoofde van de Nederlandse staat. Zie verder het antwoord op vraag 8.

Vraag 10

Deelt u de mening dat betrokkenheid van Nederlanders bij gevechtshandelingen in Gaza het grote risico met zich meebrengt dat deze Nederlanders betrokken zouden kunnen zijn geweest bij oorlogsmisdaden dan wel hier getuige van zouden kunnen zijn geweest? Zo ja, bent u bereid om hier gericht onderzoek naar te doen en navraag te doen bij de Israëlische autoriteiten of hier sprake van is?

Antwoord 10

Hier kan het kabinet geen uitspraken over doen. Het is aan het Openbaar Ministerie om te oordelen over mogelijk individueel strafrechtelijk handelen waarover Nederland rechtsmacht heeft. Zie het antwoord op vraag 8 en 9.

Vraag 11

Had u op enig moment sinds 7 oktober 2023 kennis van Nederlanders die (mogelijk) dienen in het Israëlische leger en waarom is dat niet aan de Kamer gemeld? Wat is er met deze informatie gedaan?

Antwoord 11

Zie het antwoord op vraag 3 en 8.

Vraag 12

Heeft u op enig moment sinds 7 oktober 2023 contact gehad met Israël inzake Nederlanders die mogelijk dienen in het Israëlische leger? Zo ja, waarom en wat was de strekking van dit contact?

Antwoord 12

Ja, zie het antwoord op vraag 6.

Vraag 13

Is het nog steeds zo dat er geen Nederlandse militairen zijn die toestemming hebben gevraagd om in het Israëlische leger te dienen

Antwoord 13

Ja.

Vraag 14

Zijn u indicaties of voorbeelden bekend dat Israël of aan Israël gelieerde organisaties in Nederland werven voor het Israëlische leger dan wel bevorderen dat mensen actief worden voor het Israëlische leger? Zo ja, deelt u de mening dat dit volstrekt onwenselijk is en mogelijk zelfs strafbaar?

Antwoord 14

Nee.

Vraag 15

Is het in alle gevallen zo (geweest) dat de Nederlandse overheid zelf niet bijhoudt of Nederlanders mogelijk dienen in het leger van een land waarmee Nederland geen gewapend conflict heeft? Klopt het dus dat Nederland op dit moment op geen enkele manier bijhoudt of Nederlanders mogelijk dienen in het leger van andere landen?

Antwoord 15

Zie het antwoord op vraag 3.

Vraag 16

Klopt het dat Nederland ook niet bijhoudt of er sprake is van dienen in het leger van landen die in oorlog zijn en waarbij er een risico bestaat op schendingen van het internationaal recht?

Antwoord 16

Ja.

Vraag 17

Bent u bereid om deze vragen elk afzonderlijk te beantwoorden?

Antwoord 17

Ja.


X Noot
2

Aanhangsel van de Handelingen II, vergaderjaar 2023–2024, nr. 456, Aanhangsel van de Handelingen II, vergaderjaar 2023–2024, nr. 1784


X Noot
2

Aanhangsel van de Handelingen II, vergaderjaar 2023–2024, nr. 456, Aanhangsel van de Handelingen II, vergaderjaar 2023–2024, nr. 1784

Naar boven