Vragen van de leden Van der Werf, Paternotte (beiden D66) en Boswijk (CDA) aan de
Ministers van Buitenlandse Zaken, van Infrastructuur en Waterstaat en van Defensie
over de brief «Stand van Zaken Aanpak Schaduwvloot» (ingezonden 2 februari 2026).
Antwoord van Minister Berendsen (Buitenlandse Zaken) en van Minister Karremans (Infrastructuur
en Waterstaat), mede namens de Minister van Defensie (ontvangen 2 april 2026).
Vraag 1
Deelt u de opvatting dat, gelet op de snel veranderende veiligheidssituatie, lopende
vredesonderhandelingen en de voortdurende financiering van de Russische oorlogsinspanningen
via de schaduwvloot, de in de brief genoemde urgentie zich niet verhoudt tot het voorgenomen
tijdpad tot de zomer voor het indienen van aanvullende wetgeving?1
Antwoord 1
De door u aangehaalde veiligheidssituatie, vredesonderhandelingen en de voortdurende
financiering van de Russische oorlogsinspanningen vereisen grote urgentie voor het
maken van wetgeving. Het voorbereiden van wetgeving vraagt echter tijd. Zorgvuldigheid
is een vereiste en het kabinet stelt alles in het werk zo snel mogelijk wetgeving
gereed te hebben. Nederland blijft in de tussentijd op alle mogelijke manieren werken
aan de aanpak van de schaduwvloot.
Vraag 2, 3 en 4
Betekent dit tijdpad dat daadwerkelijke inspectie, aanhouding of het dwingen tot uitwijken
van schepen die onder een valse vlag varen in de Nederlandse exclusieve economische
zone (EEZ) in de praktijk pas mogelijk zal zijn na inwerkingtreding van deze wetgeving?
Betekent dit tevens dat het handelingsperspectief ten aanzien van vermoedelijk vals
gevlagde schepen zich tot die tijd beperkt tot het benaderen van schepen en het registreren
daarvan in systemen als SafeSeaNet en Thetis?
Kan actievere fysieke handhaving van vals gevlagde schepen plaatsvinden zonder inwerkingtreding
van aanvullende nationale wetgeving? Zo ja, op welke termijn verwacht u hiermee aan
te kunnen vangen? Zo nee, waarin schiet de huidige juridische ruimte precies tekort?
Antwoord 2, 3 en 4
Het kabinet kijkt naar manieren om zo snel mogelijk actie te kunnen ondernemen tegen
de schaduwvloot en zal uw kamer hierover in de nabije toekomst nader informeren.
Ook bestaat de mogelijkheid u in een technische briefing nader te informeren.
Vraag 5
Kan het aangekondigde wetgevingsproces worden versneld? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 5
Zie antwoord op vraag 1. Het voorbereiden van wetgeving vraagt tijd. Zorgvuldigheid
is een vereiste en het kabinet stelt alles in het werk zo snel mogelijk wetgeving
gereed te hebben.
Vraag 6
Waarin verschilt de Nederlandse opvatting hierover van die van bijvoorbeeld Frankrijk,
dat – voor zover uit openbare bronnen blijkt – lijkt te hebben gehandeld zonder zich
te baseren op aanvullende nationale wetgeving?
Antwoord 6
Voor zover bekend is het Franse optreden gebaseerd op bestaande Franse wetgeving.
Vraag 7
Betreft de door de u aangekondigde wetgeving nieuwe wetgeving of een aanvulling op
bestaande (sanctie-)wetgeving?
Antwoord 7
De aangekondigde wetgeving betreft geen wetgeving ter uitvoering of naleving van sancties.
Er wordt met spoed gewerkt aan het robuuster maken van de Nederlandse wetgeving die
gebruikt kan worden om schepen aan te houden. Ook wordt wetgeving opgesteld voor het
systematisch kunnen inspecteren van schepen met een valse vlag. Hierin wordt de mogelijkheid
meegenomen schepen aan te houden en verplicht te laten uitwijken naar aangewezen ankerplaatsen
voor inspectie en, in het uiterste geval, de inbeslagname van een vals gevlagd schip.
Vraag 8
Kan Nederland in de tussentijd (fysieke) ondersteuning leveren bij handhaving buiten
de eigen EEZ, bijvoorbeeld in nabijgelegen MRS-gebieden (Mandatory Reporting of Ships)
van bondgenoten, zoals in samenwerking met Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk in
het Kanaal?
Antwoord 8
Zonder op details te kunnen ingaan, wordt deze optie verkend.