Vragen van het lid Russcher (FVD) aan de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid over het kabinetvoornemen om het maximumdagloon te verlagen en de gevolgen daarvan voor vrouwen, gezinnen en het geboortecijfer (ingezonden 11 maart 2026).

Antwoord van Minister Vijlbrief (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) (ontvangen 31 maart 2026).

Vraag 1, 2, 3 en 4

Het geboortecijfer in Nederland staat op een historisch dieptepunt van 1,4 kinderen per vrouw; deelt u de mening dat dit kabinet met het voornemen tot de zogeheten bevalboete precies de verkeerde kant op beweegt?

Als dit voornemen doorgaat, worden jaarlijks minimaal 25.000 zwangere vrouwen geraakt door de verlaging van het maximumdagloon met 20 procent; hoe rechtvaardigt u dit tegenover al die gezinnen?

Waarom kiest het kabinet ervoor om de werkende middenklasse te straffen op het moment dat zij een gezin stichten?

Bent u bereid dit voornemen tot verlaging van het maximumdagloon voor zwangerschapsverlof volledig van tafel te halen voordat het een wetsvoorstel wordt?

Antwoord 1, 2, 3 en 4

Ik vind het belangrijk dat de arbeidspositie van vrouwen niet verslechterd. Met de plannen uit het coalitieakkoord wil het kabinet onze arbeidsmarkt en sociale zekerheid toekomstbestendiger maken. Daar zijn helaas ook lastige keuzes bij nodig. Via de verlaging van het maximumdagloon is beoogd de laagste inkomens te ontzien. Niettemin raakt de verlaging veel mensen. Ik ben daarom bereid om te kijken naar het uitzonderen van verlofregelingen van de verlaging van het maximumdagloon. Daarbij vind ik het van belang dat er oog is voor de uitvoerbaarheid, de huidige budgettaire kaders en de samenhang met andere uitkeringen. Ik zal dit vervolgens bespreken met sociale partners. Ik streef ernaar om uiterlijk op Prinsjesdag, met een voorstel te komen richting de Kamer.

Vraag 5 en 6

Bent u bereid te onderzoeken hoe zwangere vrouwen en jonge gezinnen in plaats daarvan financieel beloond kunnen worden, bijvoorbeeld via een geboortepremie of hogere uitkering tijdens het verlof?

Welke concrete maatregelen neemt het kabinet om het geboortecijfer van 1,4 te verhogen?

Antwoord 5 en 6

Het krijgen van kinderen is een vrije keuze. Op het moment dat mensen ervoor kiezen om een kind te krijgen, is het van belang dat de randvoorwaarden op orde zijn. Dit is in lijn met het rapport van de Staatscommissie Demografie dat vaststelt dat overheidsbeleid dat zich direct richt op het verhogen van het kindertal vaak geen of slechts zeer tijdelijk effect heeft, maar de overheid wel een rol heeft om de randvoorwaarden op orde te brengen.1 Zo zetten we als kabinet in op betaalbare en passende huisvesting, goed onderwijs en een werkende arbeidsmarkt. Daarnaast ondersteunen we (aanstaande) gezinnen onder andere met de volgende maatregelen:

  • De vereenvoudiging van het verlofstelsel, zodat verlof eenvoudiger, begrijpelijker en toegankelijker wordt.

  • Het samenvoegen van de kinderbijslag en het kindgebonden budget tot één kindregeling, waarbij we zorgen voor meer eenvoud en zekerheid voor ouders. Hierbij is € 600 miljoen gereserveerd om gezinnen erop vooruit te laten gaan.

  • Een eenvoudiger en zekerder financieringsstelsel voor kinderopvang met een hoge inkomensonafhankelijke vergoeding voor werkende ouders.

  • Een interdepartementale aanpak voor de versterking van integrale ondersteuning rondom gezinnen in een kwetsbare positie.


X Noot
1

Gematigde groei – rapport van de Staatscommissie Demografische Ontwikkelingen 2050


X Noot
1

Gematigde groei – rapport van de Staatscommissie Demografische Ontwikkelingen 2050

Naar boven