Vragen van het lid Dekker (FVD) aan de Minister van Buitenlandse Zaken over de mogelijke betrokkenheid van door Nederland (mede) gefinancierde NGO’s bij verkiezingsprocessen in EU-lidstaten (ingezonden 19 februari 2026).

Antwoord van Minister Berendsen (Buitenlandse Zaken) (ontvangen 30 maart 2026). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 1312.

Vraag 1

Bent u bekend met het artikel «German NGOs sue Elon Musk’s X again over election research data access» in EUobserver, alsmede de recente publieke uitingen van de denktank MCC Brussels over dit onderwerp?1

Antwoord 1

Ja.

Vraag 2

Kunt u bevestigen of ontkennen dat de organisatie Democracy Reporting International (DRI) samen met andere partijen juridische stappen onderneemt tegen het platform X om toegang te verkrijgen tot data in het kader van de aankomende verkiezingen in Hongarije, met een beroep op de Digital Services Act (DSA)?

Antwoord 2

Dat klopt. Op 17 februari jl. stelde een rechtbank in Berlijn Democracy Reporting International in het gelijk.2

Vraag 3

Kunt u aangeven of, en zo ja in welke mate, de Nederlandse staat financiële bijdragen levert of heeft geleverd aan Democracy Reporting International? Klopt de informatie uit openbare transparantieregisters (LobbyFacts) dat het Ministerie van Buitenlandse Zaken in de periode januari 2024–december 2024 een bedrag van 880.217 euro heeft bijgedragen aan deze organisatie?

Antwoord 3

Het Ministerie van Buitenlandse Zaken levert financiële bijdragen aan Democracy Reporting International. In de periode januari 2024–december 2024 ging het om ca. EUR 1,79 miljoen. Het parlement wordt via de reguliere begrotings- en verantwoordingscyclus geïnformeerd over subsidiestromen.

Vraag 4

Indien er sprake is van Nederlandse financiering, kunt u de Kamer dan een gedetailleerd overzicht doen toekomen van de specifieke doelstellingen, voorwaarden en prestatieafspraken die aan deze subsidie ten grondslag liggen? Is bij de toekenning overwogen dat deze middelen (in)direct ingezet zouden kunnen worden voor juridische procedures tegen online platforms of activiteiten rondom verkiezingen in andere Europese Unie (EU)-lidstaten?

Antwoord 4

Gedetailleerde informatie over de subsidieafspraken kunnen niet aan uw Kamer worden toegestuurd omdat openbaarmaking van deze informatie betrokkenen kan schaden.

Vraag 5

Hoe beoordeelt u de onafhankelijkheid van niet-gouvernementele organisaties (NGO’s) zoals DRI, indien blijkt dat een zeer groot deel van hun budget (volgens openbare bronnen tot 74 procent) afkomstig is van overheidsinstanties, waaronder de Duitse overheid, de EU en de Nederlandse overheid? Hoe beoordeelt u dat de bijdrage van Nederlands belastinggeld aan dergelijke NGO’s mogelijk wordt ingezet voor het beïnvloeden van verkiezingen via regulaties op sociale media betreffende termen, standpunten en visies?

Antwoord 5

De onafhankelijkheid van een maatschappelijke organisatie wordt voor een belangrijk deel bepaald door haar governance-structuur. Ngo’s worden onafhankelijk bestuurd en opereren autonoom. Publieke financiering van maatschappelijke organisaties is gebruikelijk en vindt plaats op basis van vooraf vastgestelde doelstellingen, geldende subsidievoorwaarden en wet- en regelgeving. Indien organisaties handelen in strijd met de geldende subsidievoorwaarden of wet- en regelgeving, kan dit gevolgen hebben voor de subsidierelatie. Het kabinet heeft geen signalen ontvangen dat hier in het geval van Democracy Reporting International sprake van is.

Vraag 6

Deelt u de opvatting dat NGO’s die deels direct door (lid)staten (Nederland, Duitsland) en deels indirect via staten (door de EU) worden gesubsidieerd, geen «NGO’s» zijn?

Antwoord 6

Het ontvangen van publieke financiering doet niet af aan de status van een organisatie als niet-gouvernementeel, zolang deze organisatie onafhankelijk bestuurd wordt en autonoom opereert. Het staat ngo’s vrij om te kiezen waar zij financiering aanvragen. Bij het verstrekken van financiering aan ngo’s vindt het kabinet echter wel van belang dat, met het oog op de onafhankelijkheid van de organisatie, ook naar de bestaande financieringsconstructies wordt gekeken.

Vraag 7

Ziet u in dat dergelijke (statelijke, of supranationale) actoren een prikkel hebben om verkiezingen bij te sturen naar een pro-EU resultaat, omdat zij «skin in the game» hebben bij verkiezingen waarover zij zich buigen?

Antwoord 7

Het kabinet heeft geen signalen dat door Nederland of de EU gefinancierde organisaties ongeoorloofde invloed uitoefenen op verkiezingsprocessen.

Vraag 8

Hoe verhoudt de inzet van de Digital Services Act (DSA) (mede) door overheden gefinancierde actoren om toegang te eisen tot gevoelige verkiezingsdata en het al dan niet censureren van politieke opvattingen en uitingen zich volgens u tot het beginsel van nationale verkiezingssoevereiniteit? Erkent u het risico dat dergelijke acties door lidstaten kunnen worden uitgelegd als een politiek gemotiveerde actie van een supranationale actor?

Antwoord 8

De Digital Services Act (DSA) geeft overheden of organisaties die publieke financiering ontvangen geen bevoegdheid om informatie te laten verwijderen. De DSA biedt organisaties die publieke financiering ontvangen ook geen grondslag om toegang te verkrijgen tot enige verkiezingsdata. De DSA biedt enkel erkende onderzoekers de mogelijkheid om toegang te krijgen tot data van zeer grote online platforms om onderzoek te doen naar de systeemrisico’s zoals de DSA die definieert. Bovendien gelden er strikte regels om de bescherming van (persoons)gegevens te waarborgen.

Vraag 9

Bent u bereid om in EU-verband te pleiten voor het terugfluiten van initiatieven die via «NGO’s» invloed trachten uit te oefenen op de digitale infrastructuur en het publieke debat tijdens verkiezingsperiodes in (andere) lidstaten?

Antwoord 9

Zoals in antwoord op vraag 7 staat, heeft het kabinet geen signalen dat organisaties die publieke financiering van Nederland of de EU ontvangen ongeoorloofde invloed uitoefenen op verkiezingsprocessen. Mocht het kabinet dergelijke signalen ontvangen of bemerken, zal het kabinet waar opportuun dit in EU-verband aankaarten.

Vraag 10

Kunt u inzichtelijk maken welke parlementaire controle er op dit moment mogelijk is op de politieke activiteiten van door het Ministerie van Buitenlandse Zaken gesubsidieerde internationale NGO’s? Bent u bereid de subsidierelatie met organisaties die zich op deze wijze mengen in buitenlandse verkiezingen te heroverwegen?

Antwoord 10

Zoals in antwoorden op vragen 3 en 5 staat, wordt het parlement via de reguliere begrotings- en verantwoordingscyclus geïnformeerd over subsidiestromen. Het is aan de organisaties om verantwoording af te leggen over gebruikte en uitgekeerde middelen. Het Ministerie van Buitenlandse Zaken beoordeelt deze verantwoording zorgvuldig. Indien organisaties handelen in strijd met de geldende subsidievoorwaarden of wet- en regelgeving, kan dit gevolgen hebben voor de subsidierelatie.

Vraag 11

Heeft u zicht op de rol van NGO’s als verlengstuk van de EU in Nederland zelf? Met andere woorden; staat ons land in dergelijke gevallen altijd aan de subsidiërende (beïnvloedende?) kant, of zijn er ook signalen die suggereren, of feiten die bevestigen, dat ook Nederland getroffen is – of kan worden – door dergelijke verkiezingsbeïnvloeding vanuit organisaties als DRI?

Antwoord 11

Maatschappelijke organisaties opereren zelfstandig en niet als verlengstuk van de Europese Unie of van de Nederlandse Staat.

Vraag 12

Kunt u deze vragen afzonderlijk, compleet en binnen de daarvoor gestelde termijn beantwoorden?

Antwoord 12

Deze Kamervragen zijn zo spoedig en compleet mogelijk beantwoord.

Naar boven