Vragen van het lid Flach (SGP) aan de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke
Ordening over natuurvriendelijk isoleren (ingezonden 27 februari 2026).
Antwoord van Minister Boekholt-O’Sullivan (Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening)
(ontvangen 24 maart 2026).
Vraag 1
Erkent u dat er in de sector veel onduidelijkheid heerst over de geldende regelgeving
rond natuurvriendelijk isoleren?
Antwoord 1
Toezicht en handhaving rondom natuurwetgeving en soortenbescherming zijn grotendeels
gedecentraliseerd. Dat betekent dat provincies ruimte hebben om zelf uitvoeringsbeleid
te maken binnen de wettelijke kaders en jurisprudentie. Vanuit het bedrijfsleven en
gemeenten krijg ik signalen dat de diversiteit van provinciaal beleid lastig wordt
gevonden. Daarom ben ik met provincies, gemeenten, soortenorganisaties en de sector
in gesprek over oplossingen.
Vraag 2
Klopt het dat de Ministeries van LVVN en VRO, het IPO, de provincies, de VNG en de
soortenorganisaties aan een gedragscode werken, zodat er voor bepaalde activiteiten
geen vergunningplicht meer geldt?
Antwoord 2
Het klopt dat momenteel aan een gedragscode wordt gewerkt. Dat doe ik samen met de
Minister van LVVN, provincies, het IPO, de VNG, soortenorganisaties en de isolatiebranche.
Op basis van een gedragscode is vrijstelling van de vergunningplicht voor flora- en
fauna-activiteiten in verband met isolatiewerkzaamheden mogelijk, mits aan de eisen
van de gedragscode wordt voldaan.
Vraag 3
Wanneer is deze gedragscode afgerond en kan ermee worden gewerkt?
Antwoord 3
Het streven is om de gedragscode uiterlijk 1 januari 2027 in werking te laten treden.
Vraag 4
Hoe wordt ervoor gezorgd dat er zo snel mogelijk meer ruimte komt voor innovatieve
onderzoeksmethoden, zoals eDNA?
Vraag 5
Op welke manier wordt bewerkstelligd dat er meer uniformiteit komt in de regelgeving
rond natuurvriendelijk isoleren?
Antwoord 5
Het beleid rondom soortenbescherming is zoals gezegd grotendeels gedecentraliseerd.
Dat betekent dat de provincies het bevoegd gezag voor onder andere vergunningverlening,
toezicht en handhaving in relatie tot soortenbescherming, voor zover deze taken niet
expliciet aan het Rijk zijn voorbehouden. Als bevoegd gezag bepalen zij zelf hun beleid
in deze binnen de wettelijke kaders en jurisprudentie.
Om landelijke tot meer uniformiteit en duidelijkheid te komen wordt gewerkt aan een
gedragscode. Dit doen we samen met de belangrijkste stakeholders op dit onderwerp.
De gedragscode zal via een ministeriële regeling worden aangewezen. De gedragscode
zal dan dus, net als de eDNA-regeling, landelijk gelden.
Vraag 6
Erkent u dat de onduidelijkheden rond het natuurvriendelijk isoleren negatieve effecten
hebben op de bereidheid van particuliere huiseigenaren om hun woningen te isoleren?
Antwoord 6
Dat erken ik en daarom werken we met grote urgentie aan oplossingen zoals de gedragscode.
Ondertussen kunnen isolatiewerkzaamheden gewoon doorgaan, op basis van de huidige
eDNA regeling en provinciaal beleid. Dat betekent dat als uit onderzoek (bijvoorbeeld
een negatieve test afkomstig uit eDNA-onderzoek) blijkt er geen sprake is van het
verstoren of doden van beschermde soorten en het vernielen van nesten of verblijfplaatsen,
er direct geïsoleerd mag worden, omdat er geen verbodsbepalingen worden overtreden.
Als er sprake is van een positieve test, dan moet op dit moment een initiatiefnemer
contact opnemen met de provincie en checken of een vergunning nodig is.
In de gedragscode willen we het handelingsperspectief na een positieve test verbeteren.
Vraag 7
Hoe kunnen particuliere woningeigenaren meer gestimuleerd worden om hun woningen natuurvriendelijk
te isoleren?
Antwoord 7
Hiervoor is vooral eenduidige en heldere communicatie nodig. Zowel vanuit het Rijk,
vanuit de medeoverheden, als vanuit de isolatiebedrijven. Ook dit neem ik mee in de
lopende gesprekken.