Vragen van het lid Ellian (VVD) aan de Staatssecretaris van Defensie over de Arbeidstijdenwet en opschaling van de krijgsmacht (ingezonden 4 februari 2026).

Mededeling van Staatssecretaris Boswijk (Defensie) (ontvangen 10 maart 2026).

Vraag 1

Bent u bekend met het feit dat Defensie bij realistische, meerdaagse en geïntegreerde oefeningen gebruikmaakt van externe opleiders die werkzaamheden verrichten die inhoudelijk gelijk zijn aan die van defensiepersoneel, onder militair gezag plaatsvinden en direct samenhangen met de operationele gereedheid van eenheden?

Vraag 2

In hoeverre herkent u dat de onverkorte toepassing van de Arbeidstijdenwet in deze situaties kan botsen met realisme, veiligheid en continuïteit van de opleiding?

Vraag 3

Welke ruimte biedt artikel 2:4 van de Arbeidstijdenwet ruimte om de wet geheel of gedeeltelijk buiten toepassing te verklaren wanneer toepassing de uitvoering van wettelijke taken belemmert?

Vraag 4

Hoe wordt deze bepaling momenteel toegepast ten aanzien van externe opleiders die in een militair-operationele context functioneren?

Vraag 5

Bent u bereid om te verkennen of een strikt afgebakende ministeriële regeling op grond van artikel 2:4 ATW mogelijk en wenselijk is, die uitsluitend ziet op aangewezen opleidingssituaties en externe opleiders daarin tijdelijk functioneel gelijkstelt aan defensiepersoneel, met passende waarborgen voor arbeidsomstandigheden, veiligheid en herstel? Zo ja, kunt u de Kamer over de uitkomsten van deze verkenning zo snel mogelijk informeren? Zo nee, waarom niet?

Mededeling

Hierbij deel ik u mee dat beantwoording van de vragen gesteld door het lid Ellian (kenmerk 2026Z02307) binnen de gestelde termijn niet haalbaar is gebleken. De beantwoording heeft met het oog op een zorgvuldige en volledige beantwoording meer tijd nodig.

Uw Kamer zal de schriftelijke beantwoording zo spoedig mogelijk ontvangen.

Naar boven