Aanhangsel van de Handelingen
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Nummer | Datum ontvangst |
|---|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2025-2026 | 1199 |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Nummer | Datum ontvangst |
|---|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2025-2026 | 1199 |
Bent u bekend met het bericht waaruit blijkt dat het UWV jarenlang onrechtmatig pasfoto’s van burgers heeft opgevraagd bij gemeenten ten behoeve van fraudebestrijding, zoals onder andere omschreven in het artikel van EenVandaag?1
Erkent u dat het opvragen en gebruiken van pasfoto’s uit paspoort- en ID-administraties door het UWV in strijd is met de Paspoortwet?
Nee. Ik erken wel dat het opvragen en gebruiken van een kopie van een foto op een identiteitsbewijs bij gemeenten een vergaand middel is. UWV heeft de bevoegdheid tot het opvragen en gebruiken van een kopie van foto’s op een identiteitsbewijs op basis van artikel 54, derde lid, aanhef en onder a, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen (Wet SUWI). Proportionaliteit en de algemene beginselen van behoorlijk bestuur zoals zorgvuldigheid staan bij het uitoefenen van deze bevoegdheid voorop.
UWV verstrekt jaarlijks meer dan één miljoen uitkeringen. Misbruik komt voor en dat pakt UWV aan. Controle en toezicht op de rechtmatigheid zijn hiervoor belangrijke onderdelen van het takenpakket van UWV. Per jaar ontvangt UWV ongeveer 6.000 signalen van mogelijke regelovertreding. Medewerkers beoordelen of deze signalen moeten worden onderzocht. UWV doet circa 2.000 toezichtonderzoeken op jaarbasis. Bij een klein aantal hiervan, ongeveer 100 per jaar, moet er een kopie van een foto op een identiteitsbewijs worden opgevraagd. Het gaat op jaarbasis om circa 5% van het totaal aantal toezichtonderzoeken. Dat is nodig als tijdens het onderzoek blijkt dat het relevant is om te weten hoe iemand eruit ziet. UWV zet hiervoor eerst lichte middelen in: mogelijk kan het op het internet worden gevonden. Als de lichte middelen niet een (betrouwbaar) resultaat opleveren, dan kan een zwaarder middel worden ingezet zoals het opvragen van een kopie van een foto op een identiteitsbewijs. Dit gebeurt alleen bij een concreet vermoeden van misbruik, waarbij het relevant is om te weten hoe iemand eruit ziet, en dat niet op een minder ingrijpende manier kan worden onderzocht. Dit vergaande middel zet UWV dan ook beperkt in.
Hoe beoordeelt u het feit dat het UWV intern erkent dat deze werkwijze «strikt genomen niet rechtmatig» is, maar medewerkers desondanks expliciet opdraagt hiermee door te gaan?
In het verleden is een document met een persoonlijke opvatting van een medewerker beschikbaar geweest voor andere medewerkers van UWV. De inhoud hiervan bevat niet het juridische standpunt of de werkwijze van UWV. De tekst is inmiddels verwijderd en de geldende werkinstructies, waaronder over het waarnemen, brengt UWV regelmatig onder de aandacht van de UWV-medewerkers met toezichtsbevoegdheid.
Deelt u de mening dat hier sprake is van bewust en structureel overtreden van privacywetgeving door een overheidsinstantie die juist het goede voorbeeld zou moeten geven?
Nee, die mening deel ik niet. Ik vind het belangrijk om te benadrukken dat overheidsinstanties zorgvuldig en terughoudend moeten omgaan met persoonsgegevens. Mensen moeten erop kunnen vertrouwen dat hun privacy wordt gerespecteerd door de overheid. Ook UWV handelt binnen dit kader. In de situatie die in het artikel wordt geschetst, gaat het om toezichtonderzoek waarbij het mogelijk is voor UWV om een kopie van een foto op een identiteitsbewijs op te vragen bij de gemeente voor identificatie van een uitkeringsgerechtigde waartegen concrete vermoedens van misbruik zijn. UWV maakt beperkt gebruik van deze bevoegdheid en pas nadat andere minder inbreukmakende middelen zijn ingezet. Het opvragen van kopieën van identiteitsbewijzen bij gemeenten is proportioneel en toegestaan op grond van artikel 54 van de Wet SUWI. Er is hier dus geen sprake van het bewust en structureel overtreden van wet- en regelgeving.
Vindt u het acceptabel dat het UWV pasfoto’s gebruikt voor het observeren en volgen van uitkeringsgerechtigden, inclusief het vastleggen van kleding, uiterlijk en loopgedrag?
Ik begrijp dat het waarnemen van uitkeringsgerechtigden een vergaand middel is en vragen oproept over privacy en proportionaliteit. Het uitgangspunt is vertrouwen in mensen. Dit middel zet UWV daarom beperkt in. Toch zijn er ook mensen en organisaties die zich doelbewust niet aan de regels houden. Het is een taak van UWV om deze situaties te onderkennen en er gepast op te reageren.
Bij concrete vermoedens van misbruik moet UWV onderzoek doen. In sommige gevallen kunnen kleding of loopgedrag daarbij relevant zijn in een toezichtonderzoek. Zo is er een casus geweest waarbij iemand een arbeidsongeschiktheidsuitkering ontving, omdat diegene slecht ter been was. Na een tip startte UWV een onderzoek en bij de waarneming die daar op volgde, bleek deze persoon een halve marathon te lopen. Dan is het inderdaad relevant om de situatie en uitkeringsgerechtigde te beschrijven en vast te leggen. Daarbij moet een toezichtmedewerker wel zorgvuldig vaststellen dat hij de juiste persoon waarneemt, zoals beschreven in antwoord op vraag 2. Toezichtmedewerkers hebben verschillende manieren om misbruik te onderzoeken. Daarbij worden altijd eerst de minst ingrijpende onderzoeksmethoden ingezet.
Hoe beoordeelt u het standpunt van het UWV dat de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen (SUWI) boven de Paspoortwet zou staan, terwijl meerdere privacy-experts dit nadrukkelijk tegenspreken?
Wat betreft de Paspoortwet en de Wet SUWI het volgende. De Paspoortwet en de daarbij behorende lagere regelgeving regelen specifieke zaken in verband met identiteitsbewijzen, zoals de uitgifte en inname van identiteitsbewijzen, en de bescherming van de daarbij gebruikte gegevens. Gemeenten vervullen een belangrijke rol in de uitvoering van de Paspoortwet. In artikel 73 van de Paspoortuitvoeringsregeling Nederland 2001 is specifiek ten aanzien van de gegevens in de reisdocumentenadministratie aangegeven aan wie gemeenten deze gegevens mogen verstrekken. In de Wet SUWI zijn regels en bevoegdheden van onder andere UWV vastgelegd in het kader van de wettelijke taken die UWV uitvoert. Daarbij horen ook toezicht op en handhaving van de regels betreffende uitkeringen. In dat kader heeft UWV op grond van artikel 54, derde lid, van de Wet SUWI de bevoegdheid om gegevens en inlichtingen bij onder andere de colleges van burgemeester en wethouders op te vragen. De bevoegdheid van UWV op grond van artikel 54, derde lid, van de Wet SUWI ziet derhalve op veel meer situaties dan alleen het opvragen van gegevens uit reisdocumenten bij gemeenten. De gegevens die UWV opvraagt moeten uiteraard noodzakelijk zijn voor de taak van UWV en het gebruik van de bevoegdheid moet in verhouding staan tot de ernst van de overtreding (proportionaliteit). Mogelijk is verwarring ontstaan doordat in artikel 73 Paspoortuitvoeringsregeling Nederland 2001 UWV niet staat vermeld als instantie aan wie gemeenten gegevens uit reisdocumenten mogen verstrekken. Dit doet niet af aan de bevoegdheid die UWV heeft op grond van artikel 54 van de Wet SUWI.
Hoe verklaart u dat gemeenten als Amsterdam en Rotterdam jaarlijks meerdere pasfoto’s verstrekken aan het UWV, terwijl andere gemeenten verzoeken weigeren vanwege het ontbreken van een wettelijke grondslag?
Ik begrijp dat verschillen in handelwijze tussen gemeenten vragen oproepen. Zoals hiervoor toegelicht, geeft artikel 54, derde lid, aanhef en onder a, van de Wet SUWI aan UWV de bevoegdheid om in het kader van de toezichttaak kopieën van een foto op een identiteitsbewijs bij colleges van burgemeester en wethouders op te vragen. Dat in de praktijk verschillend wordt gehandeld door gemeenten, doet niet af aan de wettelijke grondslag waarop UWV handelt, maar beperkt wel de onderzoeksmogelijkheden van UWV. Dit was mij niet eerder bekend en daarom ga ik hierover in gesprek met de betrokken partijen om te komen tot een eenduidige toepassing.
Heeft het UWV de Autoriteit Persoonsgegevens actief geïnformeerd over deze werkwijze, en zo nee, waarom niet?
UWV handelt binnen het wettelijk kader van de Wet SUWI en met inachtneming van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. UWV rapporteert daarom niet proactief aan de Autoriteit Persoonsgegevens (AP).
Welke maatregelen neemt u om per direct te stoppen met deze praktijk en om te voorkomen dat het UWV in de toekomst opnieuw wettelijke grenzen overschrijdt bij fraudebestrijding?
UWV houdt toezicht conform de wettelijke kaders. Ik vind het van belang dat de geldende werkwijze helder is vastgelegd en eenduidig wordt toegepast. UWV brengt de geldende werkinstructies daarom regelmatig onder de aandacht van medewerkers met toezichtsbevoegdheid.
Welke consequenties verbindt u aan deze handelwijze, zowel bestuurlijk als richting het UWV-management?
UWV maakt in deze gevallen een zorgvuldige belangenafweging tussen privacy en het onderzoeken van mogelijk misbruik. Ik zie dan ook geen reden om hieraan consequenties te verbinden.
EenVandaag, 5 februari 2026, «UWV vraagt pasfoto’s van mensen met uitkering op bij gemeenten, maar dat mag niet: «Wet wordt bewust genegeerd en overtreden»» (https://eenvandaag.avrotros.nl/artikelen/uwv-vraagt-pasfotos-van-mensen-met-uitkering-op-bij-gemeenten-maar-dat-mag-niet-wet-wordt-bewust-genegeerd-en-overtreden-162684).
EenVandaag, 5 februari 2026, «UWV vraagt pasfoto’s van mensen met uitkering op bij gemeenten, maar dat mag niet: «Wet wordt bewust genegeerd en overtreden»» (https://eenvandaag.avrotros.nl/artikelen/uwv-vraagt-pasfotos-van-mensen-met-uitkering-op-bij-gemeenten-maar-dat-mag-niet-wet-wordt-bewust-genegeerd-en-overtreden-162684).
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20252026-1199.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.