Vragen van de leden Kröger en Piri (beiden GroenLinks-PvdA) aan de Minister en Staatssecretaris van Buitenlandse Zaken over de gezamenlijke verklaring van 11 landen inzake UNRWA van 28 januari (ingezonden 29 januari 2026).

Antwoord van Staatssecretaris De Vries (Buitenlandse Zaken), mede namens de Minister van Buitenlandse Zaken (ontvangen 20 februari 2026).

Vraag 1

Bent u bekend met de gezamenlijke verklaring van 28 januari j.l. van de Ministers van Buitenlandse Zaken van België, Canada, Denemarken, Frankrijk, IJsland, Ierland, Japan, Noorwegen, Portugal, Spanje en het Verenigd Koninkrijk waarin zij krachtig de sloop door de Israëlische autoriteiten van het hoofdkwartier van het UNRWA veroordelen?

Antwoord 1

Ja.

Vraag 2

Is Nederland benaderd voor deze gezamenlijke verklaring? Zo ja, waarom is besloten hier niet onder te staan?

Antwoord 2

Nederland is, samen met een brede groep landen, benaderd om de gezamenlijke verklaring zoals opgesteld door Frankrijk en het VK te medeondertekenen. Gelet op het besluit van het kabinet om de sloop nationaal te veroordelen (zie Kamerbrief 26 150, nr. 242 van 26 januari jl.) was de positie van Nederland duidelijk. Ook heeft de Adviescommissie van UNRWA, waar Nederland lid van is, op 26 januari de sloop veroordeeld en Israël gewezen op zijn internationaalrechtelijke verplichtingen.1

Vraag 3

Overweegt u deze verklaring alsnog te steunen? Zo nee, waarom niet?

Antwoord 3

Nee, de verklaring is reeds gepubliceerd. Zoals bekend heeft Nederland de sloop al veroordeeld.

Vraag 4

Heeft u, afgezien van in uw brief aan de Kamer van 26 januari, publiekelijk de sloop van het UNRWA-hoofdkantoor stevig veroordeeld? Zo ja, via welke kanalen? Zo nee, waarom niet?

Antwoord 4

De adviescommissie van UNRWA heeft op 26 januari eveneens een veroordeling gepubliceerd. Nederland heeft deze als lid van de adviescommissie gesteund.

Vraag 5

Heeft u na 20 januari hierover gecommuniceerd met de Israëlische autoriteiten? Wat is gecommuniceerd?

Antwoord 5

In contacten met de Israëlische overheid is de sloop van het UNRWA gebouw direct opgebracht waarbij is benadrukt dat dit VN-terrein betreft, met verwijzing naar de onschendbaarheid van deze gebouwen en terreinen.

Vraag 6

Herinnert u zich de aangenomen motie Kröger c.s. (Kamerstuk 36 800 XVII, nr. 37) die de regering vraagt om stevig steun uit te spreken voor het werk en het mandaat van UNRWA en stelt dat Nederland pal moet staan voor VN- en hulporganisaties nu deze worden gecriminaliseerd? Vindt u dat u in lijn met deze motie handelt? Zo ja, hoe?

Antwoord 6

Het kabinet is bekend met de aangenomen motie en heeft bij de appreciatie aangegeven dat Nederland UNRWA steunt en dit zal blijven doen conform het amendement Stoffer/Eerdmans (Kamerstuk 36 600 XVII, nr. 50). We wegen bij het al dan niet doen van publieke uitspraken altijd zorgvuldig af waar dat wel helpt en waar niet. Tegelijkertijd heeft het kabinet ook meermaals het belang van volledige implementatie van het Colonna rapport over neutraliteit, waaronder dat van het lesmateriaal, en integriteit binnen UNRWA benoemd. Daarnaast sprak het kabinet eerder zorgen uit over de afhankelijkheid van UNRWA voor het leveren van humanitaire hulp in Gaza, vandaar dat Nederland blijft inzetten op diversificatie van die hulp.

Vraag 7

Kunt u deze vragen afzonderlijk en zo spoedig mogelijk beantwoorden?

Antwoord 7

Ja.

Naar boven