Vragen van de leden Schilder en Moinat (beiden Groep Markuszower) aan de Minister
van Justitie en Veiligheid en de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en
Sport over het bericht «Jongeren vatbaar voor «snel geld»» (ingezonden 30 januari
2026).
Mededeling van Minister Van Oosten (Justitie en Veiligheid), mede namens de Staatssecretaris
van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (ontvangen 20 februari 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht «Jongeren vatbaar voor «snel geld»», waarin wordt beschreven
hoe jongeren via sociale media worden geronseld voor criminele activiteiten?1
Vraag 2
Deelt u de zorg dat met name kwetsbare jongeren, waaronder jongeren die al in beeld
zijn of zouden moeten zijn bij jeugdzorg of wijkteams, extra vatbaar zijn voor deze
vorm van online ronseling?
Vraag 3
In hoeverre heeft u gezamenlijk zicht op de omvang van online ronseling van minderjarigen
voor criminele activiteiten?
Vraag 4
Klopt het dat jongeren vaak beginnen met ogenschijnlijk kleine en laagdrempelige klusjes,
maar vervolgens via druk, chantage en intimidatie worden vastgezet in zwaardere criminaliteit?
Vraag 5
In hoeverre is het huidige jeugdzorgstelsel zó ingericht dat signalen van criminele
verleiding, online ronseling en normvervaging bij jongeren structureel en tijdig worden
opgepikt en welke randvoorwaarden (zoals informatie-uitwisseling, capaciteit en expertise)
spelen daarbij een rol?
Vraag 6
In hoeverre worden jeugdzorgprofessionals en andere betrokken hulpverleners structureel
geschoold in het herkennen van signalen van criminele uitbuiting en online ronseling
van jongeren en in hoeverre wordt daarbij aangesloten bij bestaande expertise en werkwijzen,
zoals die zijn ontwikkeld in de aanpak van loverboys en mensenhandel?
Vraag 7
Hoe is de samenwerking en informatie-uitwisseling georganiseerd tussen politie, jeugdzorg,
scholen en jongerenwerk wanneer signalen bestaan dat jongeren online worden benaderd
voor criminele activiteiten en waar worden in de praktijk knelpunten ervaren?
Vraag 8
Acht u de huidige strafrechtelijke mogelijkheden en handhavingsinstrumenten voldoende
effectief om ronselaars en opdrachtgevers die minderjarigen inzetten voor criminele
activiteiten op te sporen en hard aan te pakken? Zo nee, waar schieten deze volgens
u tekort?
Vraag 9
Hoe wordt voorkomen dat geronselde minderjarigen primair repressief worden benaderd,
terwijl onderliggende problematiek zoals armoede, schulden, gezinsproblematiek of
perspectiefloosheid onbehandeld blijft?
Vraag 10
Acht u het wenselijk om preventieve campagnes en opsporingsmethoden, zoals het inzetten
van (digitale) lokmiddelen door politie en gemeenten, landelijk te versterken en structureel
te maken?
Vraag 11
Bent u bereid te onderzoeken of de huidige wet- en regelgeving binnen zowel het strafrecht
als de jeugdzorg voldoende ruimte biedt voor vroegtijdig ingrijpen en de Kamer hierover
te informeren?
Mededeling
Hierbij deel ik u, mede namens de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en
Sport, mede dat de schriftelijke vragen van de leden Schilder en Moinat (beiden Groep
Markuszower), van uw Kamer aan de Minister van Justitie en Veiligheid over het bericht
«Jongeren vatbaar voor «snel geld»» (ingezonden 30 januari 2026) niet binnen de gebruikelijke
termijn kunnen worden beantwoord, aangezien nog niet alle benodigde informatie is
ontvangen.
Ik streef ernaar de vragen zo spoedig mogelijk te beantwoorden.
X Noot
1Telegraaf, 30 januari 2026
X Noot
1Telegraaf, 30 januari 2026