Vragen van het lid Omtzigt (Omtzigt) aan de Minister voor Klimaat en Energie over het energieplafond en blokverwarming (ingezonden 17 oktober 2022).

Mededeling van Minister Jetten (Klimaat en Energie) (ontvangen 7 november 2022).

Vraag 1

Herinnert u zich dat motie-Omtzigt c.s. (Kamerstuk 36 200, nr. 119), die met algemene stemmen is aangenomen en dat die motie verzoekt bij de verdere uitwerking van het prijsplafond een voorstel te doen voor situaties waarin er meerdere huishoudens per aansluiting zijn, inclusief ook bijvoorbeeld woon-zorgcomplexen, kleinschalige zorghuizen, zoals Thomashuizen, en complexen voor studentenhuisvesting?

Vraag 2

Herinnert u zich tevens de motie-Omtzicht over ervoor zorgen dat energiebedrijven onder het prijsplafond een vergoeding krijgen op basis van de inkoopprijs met een kleine mark-up gebaseerd op reële kosten (Kamerstuk 36 200, nr. 118)?

Vraag 3

Bent u ervan op de hoogte dat veel gebruikers van blokverwarming geen inzicht hebben in hun kosten, omdat zij geen inzicht krijgen (bij bijvoorbeeld de verhuurder) in de kostenopbouw van de geleverde energie, dat zij niet weten hoeveel elke eenheid verbruikte energie kost (als zij al meters hebben) en pas maanden na afloop van het jaar de afrekening krijgen?

Vraag 4

Deelt u de mening dat het, zeker met hoge energieprijzen, voor afnemers van blokverwarming duidelijk moet zijn hoeveel energie zij gebruiken en welke kosten zij maken? Wilt u ervoor zorge dat er ook minimumstandaarden – bij voorkeur in de wet – komen waaraan die informatie moet voldoen?

Vraag 5

Op welke wijze gaat u ervoor zorgen dat mensen die blokverwarming gebruiken, gebruik kunnen maken van het energieplafond?

Vraag 6

Wilt u ook specifiek ingaan op de situatie dat er blokverwarming is, maar dat huishoudens ook een eigen elektriciteit en gasaansluiting (voor bijvoorbeeld koken) hebben?

Vraag 7

Op welke wijze gaat u ervoor zorgen dat het geld voor het prijsplafond niet terecht komt bij de organisatie die de blokverwarming exploiteert, immers zeker bij flats, die een gebruik onder het prijsplafond hebben, zou de bewoner geen enkel negatief effect voelen van een extra winstmarge van de exploitant.

Vraag 8

Bent u ervan de hoogte dat er nog veel meer situaties zijn, waarin meerdere huishoudens een aansluiting delen zoals Thomashuizen, waar veel bewoners samen een energie aansluiting delen, mantelzorgwoningen, waarbij er twee wooneenheden achter een aansluiting zitten, oude gebouwen (bijvoorbeeld een school) dat is omgevormd tot een kleinschalig appartementencomplex, waar de bewoners via tussenmeters het energieverbruik kennen, winkels met twee of meerdere bovenwoningen, die samen een energie aansluiting hebben, complexen met studentenwoningen, sommigen zelfstandig (studio), sommigen met gedeelde voorzieningen, die samen een elektriciteitsaansluiting hebben, huishoudens die legaal op een camping/vakantiepark wonen en een energierekening krijgen van de beheerder? Kunt u in deze gevallen aangeven hoe mensen gebruik kunnen maken van het prijsplafond?

Vraag 9

Kunt u aangeven hoe de 190 euro-regeling uitwerkt voor alle huishoudens met een een gedeelde energie-aansluiting zoals hierboven beschreven? Wilt u daarbij specifiek ook ingaan op huishoudens die wel een gedeelde verwarming hebben, maar ook een eigen energieaansluiting?

Vraag 10

Klopt het dat huishoudens met een vast contract en huishoudens die minder dan 190 euro kosten per maand betalen, ook de 190 euro per maand krijgen in november en december? Zo ja, wat is de gedachte daarachter?

Vraag 11

Op welke wijze gaat u ervoor zorgen dat de regelingen (190 euro regeling en het prijsplafonds) tijdig ingediend worden bij de Kamer, zodat zij vooraf goedgekeurd (of geamendeerd) kunnen worden? Kunt u daarvoor een precies tijdspad schetsen?

Vraag 12

Kunt u deze vragen een voor een en zeer spoedig – het liefst binnen ongeveer een week – beantwoorden, aangezien veel mensen grote stress hebben over hun energierekening?

Mededeling

De vragen van het lid Omtzigt (Omtzigt) over het energieplafond en blokverwarming (kenmerk 2022Z19630, ingezonden 17 oktober 2022) kunnen niet binnen de gebruikelijke termijn worden beantwoord.

De reden van het uitstel is dat er nog afstemming met betrokken partijen benodigd is. Ik zal uw Kamer de antwoorden op de vragen zo spoedig mogelijk doen toekomen.

Naar boven