Vragen van het lid Van Baarle (DENK) aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over gevallen waarin Nederlandse moslims gecremeerd worden (ingezonden 29 juni 2023).

Antwoord van Minister Bruins Slot (Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties) (ontvangen 14 juli 2023).

Vraag 1

Heeft u kennisgenomen van een YouTube-video1 en andere video’s van stichting Najiba, waarin wordt gesproken over meerdere gevallen waarbij personen met een wens voor een islamitische uitvaart zijn gecremeerd?

Antwoord 1

Ja.

Vraag 2

Hoe beoordeelt u het feit dat een verzorgingstehuis zich niet heeft gehouden aan de expliciete wens van iemand voor een uitvaart gebaseerd op islamitische rituelen? Acht u in een dergelijk geval ook dat een verzorgingshuis ernstig nalatig is geweest en dat dit afkeurenswaardig is?

Antwoord 2

In algemene zin is het van belang dat bij een uitvaart rekening wordt gehouden met de wensen van overledenen. Artikel 18 van de Wet op de lijkbezorging (Wlb) regelt dan ook dat de lijkbezorging moet plaatsvinden volgens de wens of vermoedelijke wens van overledene, voor zoverre dat redelijkerwijs gevergd kan worden.

Zorgdragen voor de lijkbezorging is geen verantwoordelijkheid van verzorgingstehuizen. Zij treden niet op als opdrachtgever voor een uitvaart. Navraag leert dat dat ook in het specifieke geval waaraan u refereert niet is gebeurd.

Vraag 3

Bent u ervan op de hoogte hoe belangrijk het voor de islamitische gemeenschap is om begraven te worden volgens religieuze gebruiken en dat crematie hier niet bij past?

Antwoord 3

Het is mij bekend dat voor de islamitische gemeenschap begraven van belang is en dat ook bepaalde rituelen een belangrijke rol kunnen spelen.

Vraag 4

Welke regelgeving bestaat er op dit moment ten aanzien van mensen die helaas overlijden en waarvan er geen nabestaanden bekend zijn of er onvoldoende middelen zijn om een uitvaart te arrangeren? Is op dit moment geborgd dat in zulke gevallen altijd recht wordt gedaan aan de religieuze wensen van mensen?

Antwoord 4

Het kan voorkomen dat er geen nabestaanden zijn, niet bekend zijn of dat nabestaanden niet voorzien in de lijkbezorging. De Wlb kent daarvoor een vangnetbepaling. Artikel 20 Wlb regelt dat ingeval niemand maatregelen neemt tot lijkschouwing of lijkbezorging overeenkomstig de wet, degene die het lijk onder zijn berusting heeft, de burgemeester waarschuwt en wel uiterlijk op de derde dag na het overlijden. Artikel 21, eerste lid, regelt dat indien niemand voorziet in de lijkschouwing en lijkbezorging overeenkomstig de wet, de burgemeester daarvoor zorgdraagt. In het geval dat de burgemeester de lijkbezorging op zich neemt, is artikel 18 Wlb van toepassing en wordt de wens of vermoedelijke wens van de overledene in acht genomen, tenzij dat redelijkerwijs niet gevergd kan worden.

Vraag 5

Is er beleid ten aanzien van het documenteren en vastleggen van de uitvaartwensen van bewoners in zorginstellingen en verzorgingstehuizen, en wordt dit voldoende nageleefd?

Antwoord 5

Het zorgdragen voor de lijkbezorging is zoals in het antwoord op vraag 2 aangegeven geen verantwoordelijkheid van zorginstellingen en verzorgingstehuizen. Bij het opnemen van de cliënt worden wel de wensen rondom zorg, ook bij de laatste levensfase, zoals bijvoorbeeld pijnverzachting, voeding, medicatie en medische zorg geïnventariseerd. Deze wensen worden opgenomen in het zorgplan.

Vraag 6

Wordt er voldoende samengewerkt tussen zorginstellingen, gemeenten en religieuze gemeenschappen om ervoor te zorgen dat de uitvaartwensen van overledenen in verzorgingshuizen of zorginstellingen worden gerespecteerd?

Antwoord 6

Het is primair aan betrokkenen zelf om hun wensen vast te leggen en kenbaar te maken bij naasten of een wettelijke vertegenwoordiger.


X Noot
1

Stichting Najiba, «MAROKKAANSE MAN IN NEDERLAND GECREMEERD!», 22 juni 2023, https://www.youtube.com/watch?v=Bg-Y0M9VCyU&t=1s.

Naar boven