Vragen van het lid Ceder (ChristenUnie) aan de Minister van Buitenlandse Zaken over aanvallen op Armeens grondgebied en de deelname van de Nederlandse ambassadeur in Azerbeidzjan aan een door de Azerbeidzjaanse regering georganiseerd bezoek aan de stad Sushi in Nagorno Karabach (ingezonden 14 september 2022).

Antwoord van Minister Hoekstra (Buitenlandse Zaken) (ontvangen 6 oktober 2022).

Vraag 1

Wat is uw reactie op de berichten over Azerbeidzjaanse aanvallen op Armeens grondgebied afgelopen nacht?1

Antwoord 1

De geweldsuitbarstingen tussen beide landen zijn zeer zorgelijk. Ik verwelkom het staakt-het-vuren en het stoppen van het geweld. Er zijn aan beide kanten veel slachtoffers gevallen. Het is zaak dat beide landen terug naar de onderhandelingstafel gaan om tot een duurzaam vredesakkoord te komen, maar ook om praktische afspraken te maken over de uitruil van gevangen genomen soldaten.

Vraag 2

Hecht u geloof aan de Azerbeidzjaanse bewering dat Armenië als eerste aanvallen zou hebben uitgevoerd? Zo ja, waarom acht u dit aannemelijk?

Antwoord 2

Beiden landen ontkennen de gevechten te zijn begonnen en beide partijen ontkennen het staakt-het-vuren als eerste te hebben geschonden. Er is sprake van veel desinformatie. Het kabinet heeft noch de capaciteit, noch de presentie ter plaatse, om vast te stellen wie de gevechten is begonnen, alsook wie het staakt-het-vuren als eerste schond. Wat we wel weten is dat er beschietingen over en weer zijn geweest waar zowel soldaten als, aan Armeense kant, ook burgers bij zijn omgekomen.

Vraag 3

Veroordeelt u de aanvallen op Armenië en bent u bereid ook in Europees verband aan te dringen op een veroordeling van dit geweld? Zo nee, waarom niet?

Antwoord 3

Het kabinet acht het geweld tussen beide partijen zeer zorgelijk en betreurt de gevallen slachtoffers. Het is zaak dat beide landen terugkeren naar de onderhandelingstafel. Namens de EU spelen de Voorzitter van de Europese Raad, de Hoge Vertegenwoordiger en de Speciaal Vertegenwoordiger voor de Zuidelijke Kaukasus een actieve bemiddelende rol tussen Armenië en Azerbeidzjan, en Nederland steunt hen daarin. In aanvulling daarop zijn de Nederlandse zorgen op hoog ambtelijk niveau overgebracht.

Vraag 4

Deelt u de analyse dat Azerbeidzjan zich sterk waant nu Rusland verzwakt is door de oorlog in Oekraïne en de 2000 Russische militairen mogelijk niet tussenbeide wil of kan laten komen, en de Europese Unie bovendien recent overeenstemming heeft bereikt met Azerbeidzjan over levering van gas?

Antwoord 4

Gesteld kan worden dat de Russische aanvalsoorlog in Oekraïne de positie van Rusland in de regio heeft verzwakt. Armenië is als lid van de Collectieve Veiligheidsverdragsorganisatie (CSTO) een militaire bondgenoot van Rusland. In de afgelopen maanden is de reactie van Rusland diffuus geweest. De CSTO heeft Armenië niet beschermd, ondanks de afspraken tussen CSTO-staten.

Het vertrouwen in de effectiviteit in de CSTO heeft hierdoor een deuk opgelopen. Welk effect dit zal hebben in de regio is niet te voorspellen, maar het kan de regionale veiligheid beïnvloeden. Rusland blijft voor Armenië een belangrijke speler, o.a. door afhankelijkheid van energieleveranciers, militaire en diplomatieke steun, als afzetmarkt en als bestemmingsland.

Met betrekking tot de leveranties van gas: de voorzitter van de Europese Commissie, Von der Leyen, was op 18 juli jl. in Azerbeidzjan. Tijdens dit bezoek werd een Memorandum of Understanding (MoU) ondertekend op het gebied van energiesamenwerking. Dit MoU behelst een intentie om de gastoevoer van Azerbeidzjan naar de Europese Unie te verdubbelen en samen te werken op het gebied van hernieuwbare energie en klimaat inclusief het verminderen van methaanemissies. Met het MoU zijn geen bindende juridische en financiële verplichtingen aangegaan. Volgens het energieministerie van Azerbeidzjan is in de eerste 8 maanden van dit jaar 7,3 miljard kubieke meter aardgas geleverd aan de EU (naar schatting 3% van de totale EU-gasconsumptie over deze periode). De EU blijft ook op andere terreinen met Azerbeidzjan in dialoog en brengt daarbij ook kritische boodschappen over. Zorgen met betrekking tot het conflict tussen Azerbeidzjan en Armenië en over de mensenrechtensituatie in Azerbeidzjan worden bijvoorbeeld, mede op instigatie van Nederland, consequent in de dialogen van de EU met Azerbeidzjan besproken, zo ook tijdens de EU Associatieraad met Azerbeidzjan op 19 juli jl. waar de Hoge Vertegenwoordiger de EU-delegatie leidde.

Vraag 5

Op welke manier kunt u er toch voor zorgen dat de Europese Unie effectieve druk uitoefent op Azerbeidzjan om geen verdere aanvallen te plegen op Armeens grondgebied?

Antwoord 5

De EU is sinds enkele maanden actief betrokken bij de bemiddeling tussen de twee landen. De Voorzitter van de Europese Raad, Charles Michel, heeft vier keer een ontmoeting geleid tussen de twee leiders van de landen, President Aliyev van Azerbeidzjan en Premier Pashinyan van Armenië. De laatste ontmoeting vond plaats op 31 augustus jl. Er wordt langzaam voortgang geboekt in deze gesprekken. Zo is op 31 augustus onder meer afgesproken dat de twee Ministers van Buitenlandse Zaken in september bijeen zouden komen om een start te maken met vredesbesprekingen. Ook werd in de persverklaring Azerbeidzjan aangesproken op de Armeense gevangenen die nog in Azerbeidzjan zijn. Op 8 september jl. liet Azerbeidzjan vijf Armeense gevangenen vrij.

Mede gezien deze voortgang kwam de geweldsescalatie onverwacht. Op verzoek van Charles Michel is de Speciale Vertegenwoordiger van de EU voor de Zuidelijke Kaukasus, Toivo Klaar, meteen afgereisd naar de regio. Op 15 september bezocht hij Bakoe en de dag erna Jerevan. Zijn bezoek heeft bijgedragen aan het tot stand brengen van een staakt-het-vuren tussen de twee landen.

Vraag 6

Klopt het dat de Nederlandse ambassadeur in Bakoe opnieuw deelgenomen heeft aan een door de Azerbeidzjaanse regering georganiseerde reis naar de stad Sushi in Nagorno Karabach, waar recent etnische zuivering heeft plaatsgevonden?

Antwoord 6

De Nederlandse ambassadeur in Bakoe heeft dit jaar deelgenomen aan een door de Azerbeidzjaanse regering georganiseerde reis naar de stad Shusha/Shushi. Deze stad ligt in de regio Nagorno-Karabach en hoort internationaalrechtelijk gezien tot het Azerbeidzjaanse grondgebied. Net als in het voorgaande jaar heeft de ambassadeur in goed gezelschap van gelijkgezinde landen en de EU deelgenomen. Het is gebruikelijk dat ambassadeurs in land van plaatsing zich breed laten informeren. Het bezoek is geenszins een goedkeuring van agressie, of erkenning dat het conflict volledig ten einde is. Nederland is zich bewust van het feit dat dit bezoek door de Azerbeidzjaanse autoriteiten is georganiseerd. Niettemin had het bezoek toegevoegde waarde omdat de situatie met eigen ogen kon worden bezien.

Vraag 7 en 8

Wist u dat, evenals vorig jaar, de ambassadeurs van de landen die de co-chairs van de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE) Minsk-groep leveren, in dit geval van de Verenigde Staten (VS) en Frankrijk, deelname aan de reis geweigerd hebben, wegens het standpunt van de Azerbeidzjaanse regering dat de zaak van Nagorno Karabach dankzij inzet van Azerbeidzjaans geweld al is opgelost, terwijl beide landen juist gericht zijn op de snelst mogelijke start van het proces om tot een allesomvattende oplossing van de problemen te komen onder auspiciën van de OVSE Minsk-groep? Zo nee, kunt u zich door deze landen laten informeren over hun standpunt en dit betrekken bij het Nederlandse standpunt? Zo ja, waarom schaart Nederland zich niet achter de VS en Frankrijk?

Wat betekent voor Nederland het geven van prioriteit aan het onderhandelingsproces van de OVSE Minsk-groep2, als in het tweede jaar op rij de daarbij betrokken landen een signaal afgeven door niet deel te nemen aan een wat toch met reden een propagandareis genoemd kan worden, maar dit niet door Nederland wordt gesteund? Wordt niet ingezien dat Nederland daarmee juist het gewenste proces verzwakt?

Antwoord 7 en 8

Alle ambassadeurs die in Azerbeidzjan geaccrediteerd zijn, zijn door het Ministerie van Buitenlandse Zaken uitgenodigd om deel te nemen aan deze reis. Het staat alle landen vrij om hier al of niet op in te gaan. Enkele landen, waaronder VS en Frankrijk, hebben niet deelgenomen. Zij hebben geen uitleg gegeven waarom ze niet meegingen. Deze reis staat geheel los van de bemiddelingstrajecten.

Daarnaast blijkt uit contacten met de Minsk Group Co-Chairs VS en Frankrijk in Wenen dat zij momenteel geen rol (kunnen) spelen in het vredesproces. Azerbeidzjan heeft aangegeven geen vertrouwen meer te hebben in dit bemiddelingsorgaan. Als gevolg van de oorlog in Oekraïne praten de Verenigde Staten en Frankrijk niet met hun mede-covoorzitter Rusland, en daarmee is het bemiddelingsproces moeizamer geworden.

Zoals aangegeven in het antwoord op vraag 5, speelt de EU op dit moment een belangrijke rol bij de bemiddeling tussen Armenië en Azerbeidzjan. De EU delegatie nam ook deel aan deze reis.

Vraag 9

Bent u het eens dat in dit geval een verklaring zoals die afgelopen jaar gegeven werd (zie voetnoot 2, antwoord 18), namelijk dat de beslissing van de betrokken Minsk-groep landen pas kort tevoren bekend werd, in dit, tweede, geval niet van toepassing kan zijn? Kunt u uw antwoord toelichten? Heeft Nederland in dit tweede geval zelf wel eerst geïnformeerd naar het standpunt van Minsk-groepco chairs hierover? Zo nee, waarom niet?

Antwoord 9

Net als in het voorgaande jaar heeft de ambassadeur in goed gezelschap van gelijkgezinde landen en de EU deelgenomen. Het feit dat enkele landen, waaronder de VS en Frankrijk, niet deelnamen was tevoren bekend.

Vraag 10

Hoe kunt u beweren de Nederlandse ondersteuning van de Minsk-groep en deelname aan het bezoek los staan van elkaar – zoals Nederland eerder stelde – (voetnoot 2, bij antwoord 18), nu de landen die co-chairszijn van de Minsk-groep zelf andermaal zo nadrukkelijk afstand nemen van dit bezoek, en voor de tweede keer een duidelijk verband leggen tussen deelname daaraan en de afwijzing door Azerbeidzjan van onderhandelingen?

Antwoord 10

Ieder land maakt een eigenstandige afweging. Nederland heeft daarbij gekeken naar zowel de deelnemers aan de reis, waaronder de EU, als degene die niet deelnamen, zoals Frankrijk en de Verenigde Staten.

Vraag 11

Hoe effectief kan het Nederlandse beleid zijn, als enerzijds verder aandringen op onderzoek naar de verantwoordelijkheid van Azerbeidzjan voor oorlogsmisdaden in de Nagorno Karabach oorlog van 2020 wordt afgewezen (wegens gebrek aan medewerking van Azerbeidzjan) met als reden volop ruimte te geven aan het onderhandelingsproces, dat categoraal wordt afgewezen door Azerbeidzjan, en anderzijds Nederland zelfs een kleine mogelijkheid om dit proces te steunen namelijk door zich aan te sluiten bij de co-chair landen, laat lopen, en ervoor kiest mee te gaan met een door het Azerbeidzjaanse regime georganiseerde reis? Wordt het volgens u, nu op beide fronten geen voortgang is, wellicht tijd om een andere keuze te maken, namelijk voor het in alle vergelijkbare gevallen doen van onderzoek in het kader van het vaststellen van de verantwoordelijkheid, waarbij het niet meewerken van een van de landen niet het doorslaggevende argument kan en mag zijn? Zo nee, waarom niet?

Antwoord 11

Conform de motie Omtzigt/Van Helvert (21 501–02, nr. 2228) heeft Nederland in het verleden diverse malen gepleit voor het belang van accountability, en specifiek een internationaal onafhankelijk onderzoek. In de gesprekken met relevante gesprekspartners kwam naar voren dat zij dit niet steunen, waarbij werd benadrukt dat een dergelijk onderzoek en het uitvoeren daarvan zelfs contraproductief kan werken. Ik verwijs u ook graag naar de Kamerbrief d.d. 7 december 2020, de Kamerbrief d.d. 7 juli 2021 en de Kamerbrief d.d. 14 oktober 2021, waarin in meer detail wordt ingegaan op de uitvoering van deze motie.

Zoals eerder gesteld, steunt Nederland het EU-bemiddelingsproces, waarbij er op hoog niveau vanuit de Europese Unie, door de Voorzitter van de Europese Raad, de Hoge Vertegenwoordiger en de Speciaal Vertegenwoordiger voor de Zuidelijke Kaukasus met de leiders van Azerbeidzjan en Armenië wordt gepraat. De in Bakoe geaccrediteerde EU-delegatie nam ook deel aan de reis naar Shusa/Sushi. Frankrijk en de Verenigde Staten gaven geen reden voor het niet deelnemen aan de reis.

Vraag 12

Welke politieke overwegingen spelen voor de Nederlandse regering een rol, om het regime ter wille te zijn en in tegenspraak met het eigen beleid te negeren dat in Azerbeidzjan nog steeds 100 Armeense krijgsgevangenen in vreselijke omstandigheden vastzitten, evenals Azerbeidzjaanse dissidenten en andere vele schendingen van het recht onverminderd doorgaan, zoals de vernietiging van Armeens cultureel erfgoed en verspreiding van haat tegen Armeniërs, waarover het Internationaal Gerechtshof in december 2021 duidelijke uitspraken heeft gedaan? Hebt u in dit kader kennisgenomen van de recente Committee on the Elimination of Racial Discrimination (CERD)-uitspraak?3

Antwoord 12

Zoals eerder gesteld, dient deelname aan de reis geenszins gezien te worden als ondersteuning van de positie van een van beide partijen. Daarnaast blijft Nederland Azerbeidzjan in bilateraal en EU-verband oproepen tot het vrijlaten van Armeense gevangenen en de uitvoering van rechtelijke uitspraken.

Vraag 13

Kunt u aangeven in wiens belang het is als Nederland de propaganda van Azerbeidzjan ondersteunt door lijdzame deelname aan deze rondleidingen?

Antwoord 13

Deelname aan de reis dient geenszins gezien te worden als ondersteuning van de positie van een van de partijen. Het bezoek geeft een mogelijkheid om de situatie met eigen ogen te zien en een objectief oordeel te vestigen. Daarnaast geeft het een mogelijkheid om tijdens de reis gesprekken te voeren en boodschappen af te geven aan de Azerbeidzjaanse autoriteiten, hetgeen ook gebeurd is.


X Noot
1

France 24, 13 september 2022, «Armenia, Azerbaijan report deadly border clashes» (https://www.france24.com/en/live-news/20220913-armenia-azerbaijan-report-deadly-border-clashes).

X Noot
2

Kamerstukken 2020–2021, 21 501, nr. 2401, onder 17, 18.

X Noot
3

United Nations, 30 augustus 2022, «UN Committee on the Elimination of Racial Discrimination publishes findings on Azerbaijan, Benin, Nicaragua, Slovakia, Suriname, United States of America and Zimbabwe» (https://www.ohchr.org/en/press-releases/2022/08/un-committee-elimination-racial-discrimination-publishes-findings-azerbaijan).

Naar boven