Vragen van de leden Palland en Amhaouch (beiden CDA) aan de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid over herintroductie van de werktijdverkorting (ingezonden 20 september 2021).

Antwoord van Minister Koolmees (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) (ontvangen 28 september 2021).

Vraag 1

Vanaf welke datum zal de geherintroduceerde werktijdverkorting (WTV), aangekondigd in de Kamerbrief over het steun- en herstelpakket vanaf het vierde kwartaal van 20211, zijn opengesteld? Is dat per 1 oktober 2021, aansluitend op het aflopen van de Noodmaatregel Overbrugging Werkgelegenheid (NOW)?

Antwoord 1

Ja.

Vraag 2

Wat was het gebruik van de WTV in de pre-coronatijd? Hoeveel bedrijven vroegen dit jaarlijks aan en voor gemiddeld hoeveel werknemers?

Antwoord 2

In de periode 2010–2019 zijn jaarlijks gemiddeld zo’n 150 aanvragen ingediend. Ik beschik op de korte termijn voor het beantwoorden van deze vragen niet over specifieke informatie aangaande de aantallen werknemers in kwestie. Wel bekend is dat de ondernemingen waarvoor wtv aangevraagd wordt in het algemeen werkzaam zijn in het midden- en kleinbedrijf (met maximaal 50 werknemers).

Vraag 3

Waar kunnen bedrijven terecht als zij een aanvraag voor WTV willen doen? Is daar, net als bij de NOW, een webpagina voor?

Antwoord 3

Aanvragen voor wtv kunnen met ingang van 1 oktober 2021 digitaal worden ingediend via het portaal van de directie UAW van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid: https://www.uitvoeringarbeidsvoorwaardenwetgeving.nl

Vraag 4

Wat zijn de voorwaarden om voor WTV in aanmerking te komen? Zijn die hetzelfde als in de pre-coronatijd? Kunt u hiervan een volledig, gedetailleerd overzicht geven?

Antwoord 4

Ja. Mijn voornemen is de tijdelijke beëindiging van de Beleidsregels ontheffing verbod op werktijdverkorting 2004 (Stcrt. 2004, 199) ongedaan te maken, waardoor deze beleidsregels weer zullen gaan gelden. De voorwaarden om voor wtv in aanmerking te komen worden hierdoor gelijk aan de situatie voor corona. In de toelichting op de beleidsregel waarmee de wtv wordt heropend, wordt beschreven waarom geen ontheffing zal worden verleend voor corona-gerelateerde situaties. Gelet op de structurele aard van de fase waarin de pandemie zich bevindt, worden gevolgen van corona-gerelateerde maatregelen inmiddels geacht onderdeel te zijn van het normale ondernemingsrisico.

Daarnaast wordt van de gelegenheid gebruik gemaakt enkele onderdelen van de beleidsregels uit 2004 nader te verduidelijken, om te voorkomen dat ondernemers aanvragen doen die vervolgens moeten worden afgewezen, zoals in de afgelopen jaren diverse malen is voorgekomen. De beleidsregel waarmee dit wordt gerealiseerd zal gepubliceerd worden voor 1 oktober. U treft deze beleidsregel aan als bijlage 12.

Vraag 5

Kunt u duidelijk maken in hoeverre een beroep op WTV mogelijk is, wanneer er sprake is van een productiestop als gevolg van tekorten aan chips of andere grondstoffen, die noodzakelijk zijn voor de fabricage van een eindproduct? Betreft dit een «niet tot het ondernemingsrisico behorende buitengewone omstandigheid» of valt dit onder de «corona-gerelateerde omstandigheden» waarvoor de regeling niet bedoeld is?

Antwoord 5

De ontheffing van het verbod op werktijdverkorting is bedoeld voor situaties waarbij er sprake is van een buitengewone omstandigheid die niet tot het normale ondernemingsrisico kan worden gerekend (calamiteit), die tot gevolg heeft dat er een kortdurende periode van werkvermindering is. Tekorten aan chips of andere grondstoffen zijn doorgaans niet het gevolg van een buitengewone omstandigheid, maar van veranderende marktomstandigheden. Die marktomstandigheden ontstaan in de regel door een samenloop van een aantal ontwikkelingen, zoals een hoge(re) vraag of concurrerende bedrijven die een voorraad aanleggen. Het behoort tot het normale ondernemingsrisico daar op te anticiperen. Dat laat onverlet dat een buitengewone omstandigheid in specifieke situaties kan leiden tot een grondstoftekort, en een bedrijf in dat geval een verzoek in kan dienen voor ontheffing van het verbod op werktijdverkorting. De aanvragende partij zal dan moeten aantonen dat er sprake is van een directe relatie tussen de buitengewone omstandigheid en de negatieve gevolgen van het tekort voor de aanvrager. De toelichting van de beleidsregels uit 2004 wijst hier ook op. Daarin wordt beschreven dat als een bepaalde omstandigheid pas op langere termijn tot werkvermindering leidt en/of slechts indirect gevolgen heeft, dan geen werktijdverkorting wordt verleend. Als voorbeeld worden de terroristische aanslagen van 11 september 2001 in de Verenigde Staten genoemd. Deze hebben naast directe gevolgen, indirect en op wat langere termijn negatieve gevolgen gehad voor de economische ontwikkeling als zodanig, waarmee het bedrijfsleven in meer algemene zin werd geconfronteerd. Bedrijven die te maken hadden met de indirecte gevolgen kunnen geen aanspraak maken op ontheffing van het verbod op werktijdverkorting.

Voor de volledigheid wordt ook hier opgemerkt dat de gevolgen van corona-gerelateerde maatregelen gegeven de structurele aard van de fase waarin de pandemie zich bevindt, inmiddels onderdeel zijn van het normale ondernemingsrisico. Corona-gerelateerde aanvragen komen daarmee niet in aanmerking voor ontheffing van het verbod op werktijdverkorting. Zie ook het antwoord op vraag 4.

Vraag 6

Welke redelijke aanpassingen/aanvullende voorwaarden/criteria zouden aan de WTV kunnen worden verbonden om sectoren die nog steeds hard getroffen worden door de coronamaatregelen te ondersteunen?

Antwoord 6

De wtv is geen geschikt instrument voor de ondersteuning van door coronamaatregelen getroffen sectoren. Wtv maakt het werkgevers mogelijk werknemers na een calamiteit bij zich te houden, ook als er voor een kortdurende periode (veel) minder werk voor hen is. Als de wtv ingericht zou worden om sectorgerichte coronasteun te verlenen, dan belemmert deze – in navolging van de NOW – dat mensen de overstap maken naar plekken waar zij hard nodig zijn. Het ligt hierom in de rede de steun aan sectoren die te maken hebben met overheidsmaatregelen met het oog op de bestrijding van corona, op een andere wijze dan via een aan de arbeidsduur gerelateerd instrument als de wtv vorm te geven. Overigens is hierbij ook relevant in beeld te houden dat de uitvoering van de wtv niet is toegerust op grote aantallen aanvragen – dat bleek ook in het begin van de coronacrisis. Zo wordt de werkloosheidsuitkering, waarop recht ontstaat bij werktijdverkorting, op dit moment handmatig verwerkt. Het is ook hierom van belang toe te werken naar een structureel andere invulling van de wtv, een eerste stap daarnaartoe is de brief in uitwerking van de motie Palland.

Vraag 7 en 8

Deelt u de mening dat de wereldwijde chiptekorten en de productiestops, die bijvoorbeeld de automotive industrie noodgedwongen heeft moeten afkondigen, de noodzaak een deeltijd-Werkloosheidswet (WW)-regeling beschikbaar te hebben, onderstrepen, om economische schokken te kunnen opvangen en geen personeel te hoeven ontslaan?

Ligt de uitvoering van de aangenomen motie-Palland, over een tussenstap naar een deeltijd-WW-regeling3, op schema om vóór de begrotingsbehandeling Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) 2022 te zijn afgerond?

Antwoord 7 en 8

De uitvoering van de motie Palland m.b.t. de uitwerking van verschillende varianten van een deeltijd-ww ligt op schema. Voor de begrotingsbehandeling van SZW 2022 zal de Kamer een brief ontvangen met daarin uitgewerkt een aantal varianten voor een structurele calamiteiten/crisisregeling. Daarin zal ook aandacht besteed worden aan de afbakening van een dergelijke regeling.

Vraag 9

Kunt u deze vragen beantwoorden vóór het eerstvolgende debat over het coronasteunpakket, waartoe de Tweede Kamer tijdens de Regeling van werkzaamheden op 7 september 2021 heeft besloten?

Antwoord 9

Ja


X Noot
1

Kamerbrief 30 augustus 2021, «Het steun- en herstelpakket vanaf het vierde kwartaal van 2021», kenmerk 2021Z14695.

X Noot
2

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl

X Noot
3

Kamerstuk 35 830 XV, nr. 9.

Naar boven