Vragen van het lid Heinen (VVD) aan de Minister van Financiën over het bericht «Tuchtraad zet morrend punt achter schending bankierseed» (ingezonden 4 februari 2022).

Mededeling van Minister Kaag (Financiën) (ontvangen 1 maart 2022).

Vraag 1

Bent u bekend met het bericht «Tuchtraad zet morrend punt achter schending bankierseed»?1

Vraag 2

Deelt u de kritiek van de voorzitter van de Tuchtcommissie dat het bankentuchtrecht slechts beperkte mogelijkheden heeft om te beoordelen of een bankierseed wordt geschonden, bijvoorbeeld inzake witwaspraktijken of exorbitante loonsverhogingen?

Vraag 3

Bent u het ermee eens dat het onwenselijk is wanneer het Tuchtrecht Banken niet tot een oordeel kan komen als gevolg van onvoldoende inzicht in het gedrag van (oud)medewerkers en bestuurders?

Vraag 4

Hoe kan het Tuchtrecht Banken op dit punt worden versterkt?

Vraag 5

Kan de gedragscode banken volgens u uitgebreid worden en op welke wijze zou dit kunnen?

Vraag 6

Welke mogelijkheden ziet u om bijvoorbeeld het Tuchtrecht Banken inzicht te geven in de toetsing door de De Nederlandsche Bank (DNB) op de betrouwbaarheid en/of geschiktheid van bestuurders?

Vraag 7

Deelt u de analyse dat er een breed probleem is ten aanzien van witwassen? Wanneer stuurt u het wetsvoorstel aanpak witwassen naar de Kamer om hier iets aan te doen?

Mededeling

Hierbij bericht ik u dat de door het lid Heinen (VVD) gestelde schriftelijke vragen over «Tuchtraad zet morrend punt achter schending bankierseed» (ingezonden op 4 februari 2022) niet binnen de gestelde termijn kunnen worden beantwoord, omdat voor de beantwoording nadere afstemming vereist is.

Ik streef ernaar de vragen zo spoedig mogelijk te beantwoorden.

Naar boven