Vragen van de leden Dassen en Koekkoek (beiden Volt) aan de Minister van Buitenlandse Zaken en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid over de interactie tussen organisaties inzake de situatie Afghanistan en het asiel- en migratiebeleid (ingezonden 3 december 2021).

Antwoord van Staatssecretaris Van der Burg (Justitie en Veiligheid), Minister Ollongren (Defensie) en Minister Hoekstra (Buitenlandse Zaken) (ontvangen 8 februari 2022) Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2021–2022, nr. 1212.

Vraag 1

Kunt u bevestigen dat de Immigratie- en Naturalisatiedienst wel degelijk betrokken is geweest bij de beoordeling van wie er in aanmerking kwam voor evacuatie, of het vertrekken van tolken en lokaal ambassadepersoneel en hun gezinnen uit Afghanistan, gezien het feit dat de staatssecretaris aangeeft dat er voor 15 augustus geen evacuaties hebben plaatsgevonden, dat er louter betrokken personen via reguliere vluchten naar Nederland zijn overgebracht (specifiek tolken en gezinnen) en de IND hierbij betrokken was door onder andere:

  • via de ambassade een questionnaire toe te zenden aan betrokkenen en de gegeven informatie te beoordelen op onder andere de gezinssamenstelling;

  • de identiteitsdocumenten te laten checken door de KMar;

  • een sociale media check te doen met het oog op de nationale veiligheid;

  • in te stemmen met het verlenen van een visum voor de overkomst naar Nederland;

  • de gezinssamenstelling van lokaal ambassadepersoneel te beoordelen?

Antwoord 1

Uw Kamer heeft op verschillende momenten vragen van gelijke strekking gesteld. Het kabinet heeft hier ook op geantwoord. De rol van de IND was bij de overkomst van Afghanen voor 15 augustus zoals deze in de vraag van uw Kamer is aangegeven. De IND was betrokken door:

  • via de ambassade een questionnaire toe te zenden aan betrokkenen en de gegeven informatie te beoordelen op onder andere de gezinssamenstelling;

  • de identiteitsdocumenten te laten checken door de KMar;

  • een sociale media check te doen met het oog op de nationale veiligheid;

  • in te stemmen met het verlenen van een visum voor de overkomst naar Nederland;

  • de gezinssamenstelling van lokaal ambassadepersoneel te beoordelen.

Dit is ook steeds zo met uw Kamer gedeeld, zowel in de verschillende overleggen met uw Kamer als in beantwoording van Kamervragen.

Vraag 2

Klopt het dat voor 15 augustus niemand op de evacuatielijst werd toegelaten zonder akkoord van de IND? Wat was de rol van de IND in de bepaling van individuele procedures? Kunt u de voorlichting en andere adviezen van de IND voor de beoordeling van wie in aanmerking kwam voor evacuatie/ ondersteuning voor vertrek uit Afghanistan aan de Kamer doen toekomen?1

Antwoord 2

Zoals in eerdere antwoorden op vragen van uw Kamer is aangegeven was voor 15 augustus 2021 nog geen sprake van een evacuatie. Dit vanwege het feit dat voor 15 augustus Afghanistan nog onder het bestuur stond van de toenmalige regering. Pas na 15 augustus is Nederland begonnen met het evacueren van personen die vast kwamen te zitten in Afghanistan. Er waren voor 15 augustus derhalve ook geen evacuatielijsten. Wel waren voor 15 augustus plannen gemaakt om zowel het lokale personeel als verschillende tolken via reguliere vluchten of met ingezette charters naar Nederland te halen. Zie voor nadere informatie hieromtrent het Feitenrelaas dat op 7 september 2021 aan de Kamer gestuurd is (Kamerstuk 27 925, nr. 806). Om Afghanistan voor 15 augustus te kunnen verlaten was afgifte van een visum nodig. Het instemmingsproces hiervoor liep inderdaad via de IND. Dit conform de werkwijze van de tolkenregeling zoals deze sinds 2014 wordt uitgevoerd. Voor wat betreft de gevraagde stukken verwijst het kabinet u graag naar de beantwoording van eerdere vragen van uw Kamer over het toezenden hiervan (Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2021–2022, nr. 816). Daarin heeft het kabinet aangegeven dat momenteel hard wordt gewerkt aan de verschillende Wob-verzoeken. Daarbij heeft het kabinet ook aangegeven dat het bij elkaar zoeken van alle correspondentie veel werk is omdat dit een groot aantal documenten omvat. Om dubbelwerk te voorkomen worden de stukken tegelijk met het afdoen van de Wob-verzoeken met uw Kamer gedeeld.

Vraag 3

Gezien het antwoord van de Staatssecretaris dat met de Wob-verzoeken niet de interne adviezen en berichten van de beleidsafdeling van de IND, het SUA, meegestuurd zullen worden, kan de Minister deze documenten wél met de Kamer delen? Zo ja, op welke termijn?

Antwoord 3

De conclusie dat de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de interne adviezen en berichten van de beleidsdirectie van de IND, de Directie Strategie & Uitvoeringsadvies (DSUA), niet met uw Kamer zou willen delen, is onjuist. Bij de behandeling van de WOB-verzoeken zullen alle relevante stukken worden betrokken, dus ook die van IND/DSUA. Daarbij zal het kabinet zo transparant mogelijk zijn. Zoals op 24 november 2021 aan uw Kamer gemeld in de beantwoording van vragen van Volt (Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2021–2022, nr. 816), is het gelet op de zeer grote hoeveelheid documentatie niet mogelijk aan te geven op welk moment deze behandeling gereed is.

Vraag 4

Wie heeft de criteria opgesteld op basis waarvan besloten is dat sommige mensen wel en andere mensen niet mee mochten naar Nederland, zowel in de evacuatieperiode vanaf 15 augustus als in de periode daarvoor? Wat was de beslismethode die gebruikt werd om deze beslissingen te maken? Waar bevinden deze werkinstructies zich? Kan de Staatssecretaris deze, dan wel openbaar, dan wel in een besloten overleg, aan de Kamer doen toekomen?

Antwoord 4

De overkomst van tolken en andere Afghanen die in een hoogprofielfunctie in het kader van een internationale missie voor Nederland gewerkt hadden vond voor 15 augustus plaats op basis van de tolkenregeling zoals deze reeds sinds 2014 wordt gehanteerd en waarover de Kamer ook is geïnformeerd (Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2018–2019, nr. 3278 d.d. 4 juli 2019 en Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2020–2021, nr. 3805 d.d. 18 augustus 2021). Daarnaast is er in de ministerraad van 9 juli 2021 en de bewindsliedenoverleggen van respectievelijk 11 en 14 augustus 2021 aparte besluitvorming geweest omtrent het evacueren van de lokale medewerkers van de ambassade. Voor het verloop van de besluitvorming daaromtrent verwijs ik u naar het feitenrelaas dat de Kamer op 7 september jl. toekwam (Kamerstuk 27 925, nr. 806).

Na het bekend stellen van de motie-Belhaj (Kamerstuk 27 925, nr. 788) op 18 augustus jl. zijn de criteria voor het overbrengen van Afghanen naar Nederland aangepast aan de betreffende motie.

In deze periode moest worden gewerkt in zeer moeilijke omstandigheden en onder hoge tijdsdruk. Bekend was dat het vliegveld op korte termijn zou sluiten hetgeen verdere evacuaties onmogelijk zou maken. In dat licht moesten mensen geëvacueerd worden zonder dat ruimte was voor een uitgebreide screening, documentenonderzoek of gehoor. De enorme tijdsdruk waaronder gewerkt werd stond dat simpelweg niet toe. Er moest veelal vertrouwd worden op informatie van referenten, zoals nieuws- en ontwikkelingsorganisaties in Nederland.

Vraag 5

Kunt u deze vragen beantwoorden voor het volgende debat over Afghanistan op 27 januari en daarnaast deze stukken ook zo spoedig mogelijk doen toekomen aan de onafhankelijke onderzoekscommissie over dit onderwerp?

Antwoord 5

De vragen zijn voor het debat beantwoord. Indien de onafhankelijke onderzoekcommissie voor haar onderzoek om stukken vraagt zal het kabinet die vanzelfsprekend ter beschikking stellen.


X Noot
1

Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2021–2022, nr. 816 en antwoorden aan de hand van het debat over de begroting van J&V.

Naar boven